|
|
|
|
|
|
DAGBOEK UIT TIBNINE - LIBANON
BELUFIL 1
oktober 2006 - februari 2007
DAGBOEK UIT TIBNINE
(01)
zondag 8 oktober 2006
De zondagsviering in
Landskouter met Gregoriaanse gezangen, een afscheidsgroet door de voorzitter
van het kerkbestuur, lekker tafelen met (schoon)broer(s) en zussen en nog lang
napraten bij koffie en gebak, noten en kastanjes rapen en foto=s nemen, nog even met Soezie (mijn moto) naar de
andere zusters in Baarle en ondertussen genieten van het prachtige Theresia-nazomertje, de laatste spullen pakken en broodjes
smeren als lunchpakket voor morgen, een allerlaatste bezoekje aan vriendelijke
buren met ultieme richtlijnen voor post en eventualiteiten, een kaaskroketje
met een glas wijn ... en toch noch na twaalven doodmoe mijn bedje induiken voor
enkele luttele uurtjes slaap...
maandag 9 oktober
2006
... en om het uur op
de wekker kijken, klaar wakker, om toch tijdig te vertrekken naar Melsbroek. Het uur van rendez-vous is vastgesteld op 6 uur.
Even na 4.30 uur is mijn trouwe chauffeur er. Hij is een man die de militaire
deugd bezit zich te haasten om nadien te kunnen wachten, en dus altijd ruim
intijds is. De klaarstaande reistassen en rugzak wegen als lood (Renaat, wat
neem je toch allemaal mee? Zijn je koffers niet al eerder vertrokken? Ben je
misschien voor jaren weg?...), maar geen gezeur, er is plaats genoeg in het Peugeotje, en na een kleine détour
via nr 11 waarvan de bewoners in vliegende vaan op
straat staan en lang nawuiven, snellen we de E40 op.
35 Minuten later
zoeken we een parkeerplaatsje bij de incheckbalie van de militaire luchthaven.
Bij navraag mag de bagage onmiddellijk op de weegschaal geplaatst worden, en in
de kortste keren is alles gescand en via het rolsysteem verdwijnt ze uit ons
blikveld.
Een rugzak met
proviand en drank, een fototas en een laptop sleur ik naar boven.
>Voor de kolonel= zegt de adjudant mij, als hij een foto maakt van mijn gezicht;
>hier een stralingsmeter en teken daar af,
a.u.b.= zegt een tweede.
Oef, ik ben er, en nu
>wachten= want de vlucht is gepland om 8 uur, maar ik krijg gelijk als even later
een wijziging verschijnt: vertrek om 9 uur. Dus: ... wachten ...
Ik groet de twee
leden van de federale politie die ons vervoegen, drink een koffie met Guido, de
secretaris van onze aalmoezeniersdienst, en zie dan plots mijn zus en
schoonbroer binnenkomen. Het wachten duurt niet lang in goed gezelschap, en
zelfs mijn >baas= Johan komt mij uitwuiven.
Ik ben de laatste die
door de scanner stap, op weg naar de airbus, bestemming Beiroet.
Even nog nawuiven,
stil en ongemerkt een traan met de mouw afvegen, en de trap afdalen naar het tarmac, terwijl honderden ogen op het terras ons willen
vasthouden, maar de opdracht wenkt... en we gaan er voor!
Adieu, klein Belgenland, waar mensen uitslapen van een dolle
verkiezingsnacht, of ontgoocheld draaien en keren en zich afvragen wat er
misgegaan is omdat ze niet tot de >uitverkorenen= behoren; adieu, lievelingen, tot binnen vier maanden; het moge jullie
allen goed gaan!
Het is na 13.30 uur
als we landen op de internationale luchthaven van Beiroet, na een vlotte vlucht
waarbij ons zelfs een warme maaltijd werd aangeboden. Ik zit hier nu met mijn
lunchpakket, maar wees gerust, het kom nog van pas. De landing over zee en stad
was spectaculair; ik vermoed dat er geen geluidsnormen bestaan en geen
buurtcomités die de luchthaven willen sluiten, maar onze >laagvlieger= liet ons bijna binnenkijken in wat wij
veronderstellen achterkeukens te zijn van de huizen die afwisselend hoog
optorenen, dan weer omringd zijn door prachtige tuinen met luxe zwembaden; nu
eens aan de branding van de zee staan, dan weer ingebed zijn op de heuvels
rondom de stad. Ik meen het enorme Mariabeeld te onderscheiden dat de stad
beheerst.
De formaliteiten
beperken zich tot een alfabetische paspoortcontrole en op een wip staan we
buiten de luchthaven, die op mij een grote indruk nalaat: echt internationaal,
mag zeker gezien worden!
Witte bussen van de
UN brengen ons naar een parkeerplaats ... om te kunnen ... wachten in een
temperatuur van ca 30°! We staan er twee
uur en kort na half vijf lokale tijd zetten we eindelijk aan, richting Tibnine, een ritje van een drietal uren.
|
|
Tibnine ligt in het zuidoosten van Libanon, op ongeveer 15 km
van de Israëlische grens, en een 20-tal km van de Middellandse zee. Onze
compound ligt tegen een heuvel aan en wordt gedeeld met een Pools logistiek
detachement van ca 70 soldaten. Ons Belgisch detachement van 400 officieren,
onderofficieren en beroepsvrijwilligers komen uit een infanterie-eenheid, uit
genie, een medisch detachement, een logistieke eenheid en een groep communicatie-informaticasystemen. Met onze aanwezigheid, in
het kader van de UNO-resolutie, willen wij de
burgerbevolking van Libanon, en dan vooral in onze regio, ondersteunen met het
detecteren en onschadelijk maken van mijnen en niet-ontplofte tuigen, onze >engineers= voeren structurele taken uit, zoals grondwerken, ons
medisch detachement staat ten dienste van de Unifil-legers
en de burgerbevolking met een heus hospitaal, en dit gebeurt alles in een
vriendelijke sfeer met respect voor de eigenheid van de bevolking. Het
infanteriedetachement beschermt alle Belgische soldaten in de uitvoering van
hun taken.
Bij aankomst wacht
ons een stevig avondmaal. Nadien zoeken we een grote hangar op om ons veldbed
te plaatsen en ons een beetje te installeren. Ons verblijf in deze reuzetent is voorlopig, en we zien uit naar de dag dat we
een definitieve slaapplaats toebedeeld krijgen in de 4-persoonstentjes die nog
moeten opgesteld worden. Het wordt voor mij geen 22 uur vooraleer ik aan
horizontale meditatie toe ben. Het Libanon-avontuur
is begonnen.
dinsdag 10 oktober
2006
Ik ben één van de laatsten om de nieuwe dag te begroeten. De nacht door werd
ik gekweld door een zwerm vraatzuchtige muggen die mij als slachtoffer hadden
uitgekozen en mij geen moment gerust lieten. Pas tegen de morgen gaf ik mij
over, moe geslagen, kapot gekrabd, vol met venijnige bobbels vol jeuk, én dus niet zo uitgerust! Deze avond span ik mijn
muskietennet (als ik het terugvind in één van mijn koffers) en probeer zo de
strijd te winnen. Mij zullen ze geen tweede keer >opeten=!
De dag licht op als
ik de tent verlaat, maar ik heb nog maar enkele stappen gezet of ik blijf
staan, één en al verwondering. Ik zie de zon van achter de heuvels rijzen, in
al haar glorie werpt zij haar bundels stralend licht over het firmament,
doorbreekt wolken en verdrijft sluiers, contouren van bossen en dorpen maken
zich los van de zwarte oneindigheid waarin ze verscholen zaten; heuvels en
dalen beginnen een morgendans terwijl van uit een minaret die als een naald de
horizon doorpriemt de oproep tot gebed klinkt en bevestigt wat elke mens moet
erkennen: Allah alakbar : God is groot!
|
|
Ik loop terug naar de
tent en haal mijn wapen, mijn Canon, en vereeuwig een schoonheid waaraan de
meesten onverschillig voorbij lopen. Wie laat zich nog raken door het grootste
overwinningslied op de dood dat ook zonder menselijke tussenkomst eindeloos
blijft klinken? Zo een dag kan niet meer stuk. Mijn zending start onder een
goed gesternte! ik neurie het zegelied mee en telkens weer welt het van binnen
op en komen de woorden voor mijn geest: AMijn God, wat een vreugde, mijn God wat
...@
De zoektocht in de
compound begint: een zoektocht naar wie zich waar bevindt, en waar ik voor wat
moet zijn! Het zal enkele dagen duren vooraleer ik er wijs uit geraak. Ik maak
kennis met onze officieren, voor zover ik ze niet mocht kennen, ik observeer de
door elkaar wriemelende mensen en voertuigen die zich van her naar der begeven,
lasten verplaatsen, containers hoog in de lucht tillen en zacht neerzetten op
de juiste plek; anderen openen kisten en toveren ingenieus uitgedachte tenten
op nieuw aangelegde plateaus, tankwagens met water bevoorraden keuken en
sanitair, kilometers kabel verbinden centrales met ver of dichtbij zijnde
telefoonposten, schildwachten beveiligen elke toegang, staan bezoekers
vriendelijk te woord en groeten al wie voorbij komt. In de werkplaatsen
sleutelen onze mekaniekers aan een defecte pandoer;
anderen zorgen voor de stroomvoorziening van het reusachtige veldhospitaal,
terwijl wachtende Libanezen aanschuiven voor een
verzorging of een consultatie bij de dokter.
De dag verglijdt
zonder dat ik goed besef waar alle momenten heen zijn; in een korte tijdspanne
is al het licht uitgedoofd en is een heldere sterrenhemel de bode van een
frisse nacht. Na de dagelijkse stafvergadering en het avondmaal zoek ik mijn
nachtverblijf op en lees nog een uurtje, totdat omstreeks 22.30 uur de
lichtschakelaar wordt omgedraaid. Ik hoor de muggen nijdig zoemen en zich te
pletter storten op het fijn gaas dat mij als een cocon omringd. Met een kort
avondgebed leg ik mij neer ... en denk aan jullie.
woensdag 11 -
donderdag 12 oktober 2006
Ik begin een zekere
routine te ervaren in de dagindeling, waarbij de maaltijden en de koffiepauzes
voor- en namiddag en avond van elkaar onderscheiden. Aangezien ik nog geen
werkplek heb, breng ik mijn dagen door met lezen, ik knoop gesprekken aan met
wie zoals ik wachten op een vaste stek, een internetverbinding, een
schrijftafel een telefoon... Het is niet wat je zoudt
denken, dat er hier een vergeten groep mensen rondloopt de van geen tel zijn,
niets is minder waar. Ik besef dat bij de opbouw van een nieuwe compound
prioriteiten zijn gesteld, en dat sommige realisaties moeten wachten. Weet dat,
vóór wij hier aankwamen, de compound plaats bood aan een honderdtal soldaten,
terwijl wij met 460 man extra toestuiken, en dat
heeft zo zijn consequenties wat logement, keuken, sanitair, communicatie en
medische installaties betreft, nog gezwegen over parkeerplaatsen voor alle
voertuigen, werkplaatsen voor onderhoud en de ruimte voor het veldhospitaal en
andere diensten.
De bedrijvigheid
waarover ik gisteren schreef houdt aan, en elke avond ziet onze compound er
anders uit dan de avond voordien. Ik sta in bewondering voor de planning en de
uitvoering van dit immens project, voor de denkers en de doeners. Af en toe zie
je één van de Poolse collega= ten tonele verschijnen, vooral bij de
etenstijden zijn ze voltallig; anders slagen ze er wonderwel in zich te
verstoppen, en je kan je afvragen met wat ze zich nog onledig houden; volgende
week vertrekken de meesten naar huis, op hun opvolgers moeten we nog wachten.
>s Namiddags ga ik op stap met iemand van
de MP (militaire politie): we willen een bezoek brengen aan de priester van de
kerk die we opmerken achter de heuvel. We vinden de kerk en het parochiehuis
gesloten, maar vriendelijke buren zeggen ons dat de priester er alleen op
zaterdag en zondag is, dus we keren onverrichter zake terug. De wandeling
buiten doet deugd!
vrijdag 13 oktober
2006
Met kolonel Walter
rijd ik vandaag naar El Naqoura waar het
hoofdkwartier van de UN in Libanon gevestigd is. Het is een rit van anderhalf
uur, van het bergland naar de zee, met prachtige vergezichten, onder een
stralende blauwe hemel, door dorpen en gehuchten waar de oorlog hevig gewoed
heeft. Ik was in Kosovo en zag de sporen
van de oorlog, ik was in Afghanistan dat probeerde recht te komen na
verschillende conflicten, maar de ravage in de Libanese dorpen overtreft alles.
Hele wijken liggen tegen de grond, maar vooraleer er te komen zie je dat veel
wegen al een reparatie achter de rug hebben, dat bommenkraters gevuld zijn, en
bedekt met een nieuw laagje asfalt. De oorlog heeft de infrastructuur van het
land grondig aangetast, of moet je zeggen op een meesterlijke wijze vernield?
Langs de wegen in de dorpen hangen de portretten van de imams, van ayatollah Khomeini, van Libanese vrijheidsstrijders, van de leiders
van Hezbollah en Amal, en
de gele vlaggen met groene logo=s wapperen strijdlustig in de wind alsof
ze duidelijk willen maken dat hun organisaties levenskrachtiger zijn dan ooit.
Overal wordt puin
geruimd en is men gestart met de wederopbouw. De Libanezen
schijnen over een onvermoeibare werkkracht te beschikken en een ijzeren wil om
niet te buigen voor de agressor en te laten zien dat er, ondanks alles, geld en
middelen beschikbaar zijn waarvoor Hezbollah tekent. Hezbollah heeft naast een militaire vleugel ook een
politiek en sociaal netwerk dat sterk verweven is in de Libanese maatschappij
en zorgt onder meer voor onderwijs en verzorging.
Als wij door de
dorpen rijden in onze witte wagen met zwarte UN-letters
zien we kinderen wuivend de hand opsteken, jongeren maken het vredesteken, en
af en toe is er wel één die ons duidelijk laat zien dat we niet gewenst zijn,
en maar beter ophoepelen.
Onze houding
tegenover de partners in het conflict is er één van absolute neutraliteit. Wij
zijn niet >voor= of >tegen=, maar kiezen resoluut voor hulp en steun aan de burgerbevolking, want wij
zijn niet ongevoelig voor het leed dat mensen getroffen heeft.
In het hoofdkwartier
doet ieder zijn ding, en ik zoek mijn Poolse collega op die ook volgende week
vertrekt. Na een vlug middagmaal keren we terug naar Tibnine,
blij dat ik niet in het hoofdkwartier moet verblijven.
Al bij al is het geen
zwarte vrijdag (de 13-de) geweest.
zaterdag 14 oktober -
zondag 15 oktober 2006.
Een bij momenten
hevige wind is komen opzetten en belooft niet veel goeds voor de komende uren
en dagen. Het regenseizoen is in aantocht en niemand kan voorspellen hoeveel
neerslag en met welke frequentie de hemelsluizen zullen geopend worden.
Deze namiddag keer ik
terug naar de kerk van de Grieks-Katholieke
gemeenschap. De Grieks-Katholieke kerk (of de Melkieten) gaat terug naar de kerk van de Apostelen, heeft
de Byzantijnse liturgie gemeen met de Orthodoxen, maar dan in de volkstaal, en
wordt geleid door bisschoppen en patriarchen die door Rome benoemd worden, zij
maakt dus deel uit van de Katholieke Kerk. De synode is het belangrijkste
beleidsorgaan, voorgezeten door Gregorios III (Mgr. Lutfi Laham), patriarch van Antiochië, Alexandrië, Jeruzalem en van heel het Oosten.
Deze kerk ligt mij nauw aan het hart omdat zij ook in Palestina en Israël
aanwezig is, en onder meer père Emile Shoufani en bisschop Elias Shakour
in Galilea zijn er vooraanstaande leiders.
Tevergeefs bel ik
aan, en weer staan de vriendelijke buren mij te woord en zeggen dat de priester
gewoonlijk aanwezig is. Zij zullen hem vragen voor 18 uur naar ons kamp te
komen, want ik wil voor de briefing met hem de mogelijkheden bespreken om met
onze soldaten deel te nemen aan de zondagsviering. In afwachting van zijn komst
zet ik mij neer op een stenen muurtje bij de slagboom, en probeer nog wat te
lezen, maar de ongemakkelijke houding maakt het mij zeer moeilijk. Als hij er om
10 na 6 nog niet is, begeef ik mij naar de briefing, en durf toch voor te
stellen om aan te sluiten bij de zondagsviering in de kerk om 9 uur. Graag had
ik bij voorbaat kolonel Herman op de hoogte gesteld van mijn voorstel.
Later op de avond
komt Abouna Maurice er toch door, vergezeld van zijn
zoon en een ander man die als tolk fungeert. Ik breng hem ook naar de kolonel,
en het licht staat op groen om deel te nemen aan de viering. Voor velen is het
een verrassing te horen dat er in de Katholieke Kerk van Rome plaats is voor
gehuwd priesterschap, voor mij een gelegenheid om daarover wat meer te
vertellen.
In de nacht begint
het te regenen. Ik hoor het getik van vallende druppels op het tentzeil, dat
weldra overgaat in een enorm geroffel als het water met bakken uit de hemel
valt. Hier en daar lekt het tentzeil, en ik ben niet de enige die een stuk
plastiek boven zijn veldbed span, om niet in een zwemb(e)(a)d
te moeten slapen.
Het regent >s morgens nog, korte vlagen die soms met oorverdovend lawaai enkele minuten
aanhouden om dat plots weer op te houden. Je gelooft het of niet, maar als we
vertrekken naar de kerk die op amper 7 minuten gaans ligt, overvalt een
regenbui ons, en niets kan verhinderen dat wij kletsnat tot op de huid
arriveren. Niemand laat het aan zijn hart komen, want als één man, schouder aan
schouder, elkaar beschuttend, worden de laatste meters afgelegd.
Abouna Maurice wacht ons
lachend op en begroet mij minzaam. Ik zal concelebreren, en bepaalde teksten in
het Frans bidden. De Liturgie van Johannes Chrysostomos
is mij niet onbekend, en meermaals mocht ik concelebreren met bisschoppen en
priesters van de Melkitische kerk.
|
|
In de viering zingt
en bidt het volk van harte mee, de mooie eenvoudige kerk is bijna tot de nok
gevuld en voor onze soldaten is de viering een echte meevaller. >Padre, volgende week komen wij graag terug!=
|
|
Nadien komen mensen
ons spontaan groeten en vier zusters van een lokale gemeenschap nodigen ons uit
hun basisschool te bezoeken. Een 300-tal kinderen lopen er school, waarvan ruim
tweederden moslim zijn. Dit zegt wel iets over de verstandhouding tussen
moslims en christenen in Tibnine. Maar vandaag zit er
geen bezoek in, omdat dit niet de afspraak is.
Buiten aan de
kerkmuur vangen we een blik op van een trotse burcht die Tibnine
beheerst en gebouwd werd door de kruisvaarders. Ook dat monument willen velen
bezoeken. We zien wel wat mogelijk is.
De zondagnamiddag
verstrijkt met een iets langere siëst, wat lectuur,
koffieklets, de avondbriefing en een bezoek aan het Libanese restaurant op 400
m van ons kamp. Af en toe kunnen we eens van de Libanese keuken genieten, en
met een 8-tal mensen tafelen in een >echt= restaurant maakt er een echte >zon=dag van.
Jammer dat er geen arakje bij is, als afsluiter...
Zo lievelingen, de
eerste week zit er op. Morgen is het acht dagen geleden dat ik in Tibnine aankwam. De tijd kroop deze week soms voorbij, op
andere momenten voelde ik mij meegezogen in een stroomversnelling en meende
tijd te kort te hebben; het zal jullie ook wel eens overkomen.
Ik groet jullie allen
hartelijk, moge het jullie allen goed gaan, ...
en God zegene en beware jullie.
Maä salamee
DAGBOEK UIT TIBNINE
(02)
maandag 16 oktober
2006
Rond half zes word ik
wakker. Door het tentzeil breekt het eerste gefilterd morgenlicht dat
schemerend de ruimte vult: onder het muskietennet en het stuk beschuttend
plastiek blijf ik naar één puntje boven mij staren en ik zou terug wegglijden
in de armen van Morpheus, gehypnotiseerd door de oneindigheid
die loert vanuit een scheur in het dekzeil, maar ik word aangetrokken door de hallucinante constructies die her en der de loods vullen en
langzaam hun geheimen prijsgeven naarmate het licht zachter en helderder wordt:
geraffineerde creaties van gaasdoek en touw, kunstig gesponnen als een reuze-spinnenweb, opgehangen aan een spankabel in de tent,
of vastgekleefd met oersterke tape aan een containerwand; binnenin schuilt >leven-in-wording= dat zacht zuchtend of met gestaag gesnurk zijn >opstanding= aankondigt... De nieuwe dag komt er aan,
de week begint...
De mess (het
restaurant) is open van 6 tot 8 uur, toch wacht ik tot 7.30 uur want meestal is
er dan al een plaatsje vrij aan één van de vier tafels; zo niet wordt het
ontbijt rechtstaande verorberd, of zittend op de trappen die naar het Pools HQ
leiden... naar het schijnt zijn het de laatste dagen dat de maaltijden in open-air genomen worden; de nieuwe tenten worden zo
opgesteld.
Ik doe mijn
dagelijkse morgenwandeling en groet jan en alleman en ... zonder dat ik het
merk is de voormiddag om.
Na de >lunch= rijd ik mee met de PIO (Press Information Officer) en de CIMIC (Civil-Military
Cooperation Officier) naar één van de dorpen
waar onze >engineers= de komende dagen zullen ontmijnen. Een tolk vergezelt ons. Weerom
overvallen mij de beelden van stukgeschoten huizen, hele wijken die de sporen
dragen van nietsontziende vernielingen, kogelinslagen in muren en deuren, troostelozen beelden van puinhopen waartussen huisraad
steekt; hier hangt een kinderbedje boven de afgrond van een weggeslagen
verdieping, daar wappert een familieportret zonder glas aan een stukje muur dat
overeind bleef; verderop een moskee met neergehaalde minaret, de plastieken
tuinstoelen - opeengestapeld - in een bergplaats met zicht op de binnenruimte
waar een reuze gat aangeeft waar de bom de zoldering van het heiligdom
doorboorde. Je ziet wat je ziet, en dan denk je aan al het menselijk leed dat
je niet ziet...

Het laatste stukje
lopen we mee met een oude man die ons vriendelijk de weg wijst naar het huis
van de burgemeester. Zodra onze komst gemeld is, verschijnen er nog twee >raadsleden= ten tonele, echte patriarchenfiguren
wiens getaande en gerimpelde gezichten hen een adellijke uitstraling geven. Zij
luisteren aandachtig naar de informatie die PIO en CIMIC geven aangaande de
komende werken van onze mensen: zij zullen in de omgeving van het dorp de
gekende plaatsen met gevaarlijk tuig en niet ontplofte bommen onschadelijk maken
en eventueel afvoeren. Zij komen er aan met zware rupsvoertuigen, met pandours en vergezeld van medische ondersteuning. Met onze
tolk erbij verloopt het gesprek zeer vlot en de drie >stamvaders= zullen hun dorpsgenoten onze komst
aankondigen en hen uitnodigen andere vindplaatsen van gevaarlijk materiaal
kenbaar te maken. Nuskur Allah (God zij dank) is
meermaals te horen. Vooral de figuur

van de burgemeester
is subliem (foto midden): hij luistert aandachtig, met een glimlach die nooit
verdwijnt, met ogen die een innerlijke vrede weerspiegelen; met zachte gebaren
beaamt of onderstreept hij zijn woord,
zo sereen en waardig... Ik moet onwillekeurig danken aan de drie mannen die bij
Abraham op bezoek kwamen, en hem meedeelden dat zijn vrouw hem een zoon zou
schenken, ook al was zij reeds op jaren ...
Zij bieden ons te
drinken aan, waar wij niet op in gaan, want wij weten dat de ramadan hen niet
toestaat met ons mee te drinken ... zij appreciëren ons gebaar ten zeerste.
Na ons bezoek lopen
we nog even het weeshuis van Tibnine binnen, en maken
een afspraak met de directeur voor een bezoek later in de week. Onze PIO en
CIMIC zullen luisteren naar de noden en zien wat wij kunnen doen. Ik merk op
dat ook dit gebouw werd beschoten. Wat is er toen om gegaan in de geesten en de
harten van de kinderen en van de opvoeders die hier verblijven? Zal dit trauma
van haat en vernieling hen blijvend achtervolgen, hen voor goed tekenen?
dinsdag 17 - woensdag
18 - donderdag 19 oktober 2006
Deze dagen verlopen
afwisselend: veel zon, en af en toe een regenbui die het land omhult met een
ondoorzichtig watergordijn met zondvloedallures en dat op één-twee-drie
onze compound herschept in een spekglad modderbad; eens de bui voorbijgetrokken
is worden de werkzaamheden hervat en koortsachtig wordt gewerkt om de volgende
bui voor te zijn ... en de tenten rijzen op in sneltempo. Ook de mess is nu
klaar, en wat een zaligheid om niet meer te moeten aanschuiven in de striemende
regen, en op de koop toe droog aan tafels te kunnen zitten en om niet te moeten
vluchten en niet te weten waarheen ...
De vier-persoonstenten worden toegewezen en ik zie alleen maar
blije mensen die met pak en zak sleuren naar hun nieuw verblijf, dat voorzien
is van airco, verwarming, een bed en een kast; een luxe als je weet waar wij
vandaan komen ...
Ik hoor dat ik morgen
een tafel toegewezen krijg met een laptop-internetverbinding,
weliswaar niet voor mij alleen, maar ook dat is een droom na dagen van
rondhangen, willen werken en niet kunnen. En misschien zal ik morgen ook mijn
intrek kunnen nemen in een slaaptent met alle comfort die erbij hoort!
vrijdag 20 oktober
2006
Weg muskietennet, weg
plastiekfolie over mijn slaapvertrek, weg veldbed: vandaag verhuis ik!
Ik droomde zo van een
heerlijk bed waar ik in lag, onder mijn eigen dekbed, met mijn eigen kopkussen,
knus rond mijn nek gestopt ... dat ik bijna te laat was opgestaan. Maar zelden
was ik zo vlug op de been als vandaag. Vliegensvlug kleed ik mij aan, na een
scheerbeurt en tandenpoets, en onmiddellijk ontdoe ik mijn slaapvertrek van
plastiek en gaasnet, ik rol mijn slaapzak en slaapmatje op, stop zo veel
mogelijk spullen in mijn rugzak en reistas, en voor ik het besef kijk ik neer
op een veldbed tegen een kaal tentzeil op een grof gegoten betonnen vloer en ik
vergeet dat ik hier 11 nachten sliep. Rugzak, reistas, slaapzak en -mat staan
aan de kant. De kleine exodus doet mij zingend de mess binnenstappen en ik
geniet van mijn ontbijt.
Toch duurt het nog
tot na de middag eer ik aan >verhuizen= toe ben.
Ik vertrek naar El Naqoura, het hoofdkwartier van de UN, voor wat genoemd
wordt >een induction-training=. Wij zijn met een vijftiental officieren die de lessenreeks volgen over >bommen, mijnen en granaten en hun gevaren=, over >UN= als organisatie, en andere onderwerpen.
We lunchen in het HQ,
en aangezien de volgende lesgever niet opdaagt, geeft de kolonel het sein tot
terugkeer. Het is 14 uur. Eens terug >thuis= zal ik kunnen verhuizen.
De rugzak en de
reistas zijn voor mij te zwaar geladen, dus zoek en vind ik twee vrijwilligers
die de klus met een lach klaren. Nu nog de twee metalen koffers wegbrengen die
zo lang onder een buitentrap stonden.
Geen mens kan ze
verslepen, dus ik ga weer op zoek naar een vorkliftje. ANu niet, padré, maar deze avond na 8 uur wil ik
dat voor u doen=. Ik stem onmiddellijk in, en ik ben
dankbaar dat iedereen voor mij in de bres springt.
Voor het avondmaal nog installeer ik mijn laptop en
printer op twee plastic tuintafels in een grote bovenruimte die door de staf
van de protectiecompagnie gebruikt wordt; dit wordt tijdelijk ons bureel (ons
dat zijn Kim, onze RMO en ik) en voor het eerst kan ik mijn mail checken. Ik
val bijna omver als ik zie dat er niet minder dan 284 berichten zijn. Eerst en
vooral het kaf van het koren scheiden en dan die mails beantwoorden die voor de
hand liggen. De tijd vliegt voorbij, de stafvergadering, het avondmaal, het transport
van de kisten, het openen ervan en het inrichten van mijn nieuwe slaapruimte;
nog niet alles uitpakken, Renaat, want ik moet nog op zoek naar een kast ...
... doodmoe maar zo gelukkig strek ik mij uit op het
nieuwe bed, onder mijn eigen dekbed, met mijn eigen hoofdkussen, met mijn
kleine leeslamp, de twee kisten boven elkaar als bedkast, ...
Nu kunnen we er ten volle tegen aan, laat de dagen en
weken en maanden maar komen ... ik ben thuis!
Nuskur Allah!
zaterdag 21 oktober 2006 - zondag 22 oktober 2006
Ik ontwaak in een droomwereld: de zon tovert een warm
oranje licht in de tent en roept bij mij een zuiderse sfeer op. Het is geen
vakantietijd, maar kunnen opstaan na een heerlijk nachtje slapen spreekt van
nieuwe reserves aan energie en enthousiasme. Mijn tentgenoten, twee
commandanten, zijn al de deur uit. Ik zie ze straks bij het ontbijt.
Het weekend ligt voor ons en belooft van temperatuur
schitterend te worden. Gedaan dus met het stappen in zware grond waardoor je
telkens schijnt te groeien door de aangekoekte aarde onder de schoenzolen.
Ik neem rustig de tijd om op zoek te gaan naar een kast,
en eens die gevonden, moet ze ook nog in elkaar geschroefd worden. Mijn vriend
van de federale politie schijnt een specialist ter zake te zijn, en met het
nodige materiaal klaren wij de klus in één-twee-drie.

De rest van de dag organiseer ik verder mijn slaapruimte,
lees en beantwoord mijn post en berichten, ik maak mijn dagelijkse wandeling
door heen het kamp, steek hier en daar mijn hoofd binnen, ik volg de
actualiteiten op de voet via mijn digitale krant op internet en ik bereid mij
voor op de zondagsviering bij de Grieks-Katholieken.
Ik trakteer mezelf op een croissant en chocoladebroodje
na een tweede heerlijke >dreamland=-slaap en onder een stralende zon stappen we met een twintigtal gegadigden
naar de kerk. Het moet gezegd dat er meer kandidaten zijn onder de soldaten,
maar ook op zondag wordt er gewerkt, zodat om dienstredenen een groot aantal
mensen niet mee kan.
Ik stel vast dat allen geestdriftig zijn na de viering,
en dit ook niet onder stoelen of banken steken. Voor sommigen gaat een nieuwe
wereld open en ontdekken opnieuw een symboliek in de riten, de gezangen, de
gebaren, de processies, een symboliek die in onze Latijnse liturgie vaak ver te
zoeken is.
Naast de kerk, iets hoger op de heuvel, is een
gedenkplaats voor Ierse soldaten. Het gedenkteken vermeldt de namen van 47
soldaten die tussen 1978 en 2001 tijdens UN-zendingen
om het leven zijn gekomen.
Op 5 november is er voor hen een speciale viering in de
kerk.
Er wordt niet veel gesproken, daarboven, ... zijn wij
allen ook niet op zending?
Maandag 23 oktober - dinsdag 24 oktober 2006
In El Naqoura wordt ter
gelegenheid van de UN-dag een parade gehouden waaraan
ook een delegatie Belgische soldaten deel nemen. De dag herinnert aan de
stichting van de Verenigde Naties in 1945. De Force Commander, de Franse generaal Pellegrini,
zal de parade leiden, en tal van genodigden zullen ze bijwonen.
We vertrekken om 6.30 uur naar El Naqoura
met de bus. Een uurtje later komen we aan, klaar voor de algemene repetitie om
8 uur. In de tussentijd drinken we een kop cappuccino. De RSM van dienst, een
rondbuikige Ghanees stelt de detachementen op, en
dondert over het paradeplein, als een dorpshoofd met zijn verzilverde
vuistdikke stick. Het Indische muziekkorps zorgt voor de muzikale noot.
Na de inplaatsstelling van alle
genodigden schouwt generaal Pellegrini de troepen, en
de UN-vlag, samen met de vlaggen van de deelnemende
naties worden gehesen.
|
|
|
|
Na een korte toespraak is er een plechtigheid waarbij
verdienstelijke UN-medewerkers worden onderscheiden
met een erekaart. En dan is er frisdrank en toastjes voor iedereen.
Wij zijn terug in Tibnine voor
het middagmaal.
In het huis dat de Polen als stafgebouw gebruiken, naast
onze keuken en mess, zijn twee lokalen vrij gemaakt voor ons, Belgen. In één
lokaal is de dienst >Battle Stress Recovery
Unit= ondergebracht, door twee mensen van de
medische dienst bemand, en in het ander lokaal krijgt Kim, de RMO (raadgever
mentale operationaliteit), en ik een bureau. Deze
namiddag kunnen we aan de verhuis beginnen, en zodoende ontkoppel ik laptop en
printer in het ene lokaal en installeer alles opnieuw in wat nu een definitief
bureel wordt voor de padré. Ook telefoon en netwerkverbinding
op een militaire laptop zijn aanwezig, dus wij kunnen iedereen contacteren
indien nodig. Oef, dat is dan ook weer in orde.
Ondertussen zijn de mensen naar België teruggekeerd die
als opdracht hadden in onze compound alle tenten op te stellen en andere werken
uit te voeren, zoals telefoon- en netwerkverbindingen realiseren. De kolonel
gaf ze bij hun vertrek een kaart met een foto van de compound mee, een dankbare
herinnering.
woensdag 25 oktober 2006
Generaal De Vos en zijn adjudant, de twee MP=s en ik verkennen vandaag het kasteel van Tibnine.
Het werd gebouwd in 1105 door de kruisvaarders onder leiding van graaf de St. Omer. We stappen 17 minuten van onze compound tot aan de
buitenmuren van het fort, en lopen door de toegangspoort het eeuwenoude
bouwwerk in. Het poortgebouw is goed gerestaureerd, eveneens enkele grote zalen
op de benedenverdieping.
De muren getuigen van de enorme grootte van het fort dat
nu nog de valleien beheerst en een schitterend uitzicht biedt op de wijde
omgeving. De ligging is zeer strategisch, zoals de meeste burchten die tijdens
de kruisvaardersperiodes gebouwd werden. Van einde
11-de eeuw tot einde 13-de eeuw heersten de kruisvaarders met wisselend succes
over het toenmalige Heilige Land. In 1187 werden ze door veldheer

Saladdin verslagen in de slag bij Hittim,
waardoor Jeruzalem in moslimhanden kwam, maar ze konden nog enkele steden aan
de kust behouden tot einde 13-de eeuw.
Wij genieten van de schoonheid van het landschap, van de
grootsheid van de burcht, en keren door de smalle straatjes van Tibnine terug.
Donderdag 26 oktober 2006
Voor ons detachement is er vandaag hoog bezoek: drie-sterren-generaal Pellegrini,
de Force Commander van de UN-troepen in Libanon komt. Hij wordt opgewacht door de detachementscommandanten onder leiding van kolonel Herman
en door generaal Hubert.
Na de schouwing van de erewacht is er een briefing waarin
ons Belgisch detachement, zijn infrastructuur, zijn taken en opdrachten en alle
activiteiten worden voorgesteld.

Nadien wordt hij rondgeleid in het hospitaal, en bezoekt
hij op het terrein de mensen van de ontmijningsdienst tijdens hun
werkzaamheden.
Met een hartelijk woord van lof en waardering neemt hij
afscheid. Het is na twaalven als zijn helikopter onze basis verlaat.
vrijdag 27 oktober - zaterdag 28 oktober 2006
Het zijn dagen van pennen geworden om jullie een beetje
nieuws te bezorgen uit Tibnine, en het weer biedt
daartoe een uitstekende uitvlucht. Regelmatig verdwijnt de versluierde zon
volledig en barst een onweer van je welste los, een
echt klank- en lichtspel. Na het middageten geniet ik van een siëstje, terwijl de regendruppels met grote virtuositeit
neervallen op het tentzeil, soms ondersteund door een hevige donderslag die het
drinkglas op mijn metalen kist doet rammelen alsof het wil meedeinen op het
ritme van de natuur; de bliksem zorgt voor de nodige lichteffecten; mijn tent
is een echte discobar.
De grootste verrassing staat mij te wachten als ik tegen
twee uur mijn bureeltje opzoek. Het water sijpelt door een scheur in de
zoldering, en komt mij reeds buiten tegemoet. Erger nog is dat mijn schrijfblad
met laptop en fototoestel, enkele boeken en alle schrijfbenodigdheden
doordrenkt zijn van water. Hier is geen tijd te verliezen, dus ik trek mijn
bureau weg uit het gedruppel, ik snel om een dweil en
een opneemvod en droog mijn fototoestel en laptop af in de hoop dat er geen
schade aan is. Eén na één komen de andere objecten aan de beurt, het papier in
de printer kan ik weggooien, mijn reispas en boeken leg ik open om te drogen...
Met aftrekker en dweil wordt het meeste water weggenomen. Het zal een tijdje
duren vooraleer ik alles terug kan aansluiten op het elektrische net. Samen met
Kim heb ik mijn bureau in een ander hoekje van het lokaal gezet; hopelijk zet
het water zich niet verder door via de barsten in de zoldering.
En jullie kunnen het wel raden: op die manier komt abrupt
een einde aan mijn dagboekschrijverij.
Vandaag is een zus jarig, dus mag ik niet vergeten haar
telefonisch te feliciteren. Zij is de oudste van zes en werd geboren kort voor
WOII. Soms vertelt zij nog over de indrukken die haar als kind zijn
bijgebleven, en ik herinner mij een verhaal over Engelse soldaten die chocolade
aan de kinderen uitdeelden. Dan denk ik aan wat wij hier in Libanon soms doen:
wat snoepgoed, een gebakje in onze zakken steken, en onderweg aan een kind
geven, dat ons verwonderd en dankbaar naoogt. En de kinderen hebben niet altijd
>vriendelijke= soldaten= ontmoet...
Soms zegt ze dat ze te laat geboren is, en graag ook het
soldatenplunje zou aangetrokken hebben, om deel te nemen aan de vredesmissies.
Een plunje heeft ze weliswaar aangetrokken, dat van religieuze, die ze in hart
en ziel is. Nu het internet zijn intrede heeft gedaan in haar gemeenschap kijkt
ze elke dag uit naar een berichtje, of naar een foto en wacht gespannen op mijn
dagboek, dat ze deelt met al haar medezusters die het reilen en zeilen hier in Tibnine volgen. Ik mag haar niet ontgoochelen.
Tussendoor is er wel de één of de andere die iets komt
vragen: een verjaardagskaart maken, een persoonlijke foto nemen voor het
thuisfront, of gewoon nood heeft aan een babbel.
Het is nu elf uur >s avonds, en ik zit al weer achter mijn
laptop en schrijf mijn dagboek verder. Morgen moet het de deur uit!
zondag 29 oktober 2006
Sinds vrijdagavond is de bar geopend in de twee tenten
die als eetzaal dienst doen en op zaterdagavond blijft hij open tot 12 uur >s nachts. Ik waag mij er ook even in, en drink een pint mee, en geniet van
de ambiance. Het was hoog tijd dat de riem eens kon afgelegd worden, en dat er
een plaats is waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Er wordt poker gespeeld,
verteld, gelachen, de sfeer is uitgelaten en niemand treurt dat er een uurtje
extra nachtrust bijkomt, want ook wij schakelen over op het winteruur. Aan de
wanden van de mess hangen reuzeposters die uit
Leopoldsburg komen waarop groeten geschreven staan in alle kleuren en vormen voor
de papa=s of partners op zending. Zulke
initiatieven doen altijd deugd, maar je moet kunnen rekenen op mensen, zoals
die in de >Paola= die een hart hebben voor de militairen op zending, én
voor hun gezinnen die achterblijven thuis; mensen die alles doen om de
contacten met elkaar gemakkelijk en vlot te houden, die discreet bemiddelen in
probleempjes, en te velde met de RMO en de padré de
brug slaan met het thuisfront. Bedankt, lieve mensen, voor jullie inzet en
gedrevenheid.
Ook deze zondagmorgen verlaten we met een stralende zon
onze compound om deel te nemen aan de heilige Liturgie van de Grieks-Katholieke gemeenschap. Abouna
Maurice vroeg mij om de preek te houden (in het Frans, natuurlijk) en die heb
ik ook voorbereid. Het evangelie vertelt over de blinde Bartimeus
die aan de stadspoort Jezus en zijn gevolg hoort naderen en luidkeels roept om
genezing. Niemand kan hem het zwijgen opleggen, en hij werpt zelfs zijn mantel
af om naar Jezus toe te stappen. Van blinde wordt hij ziende, omdat hij
gelooft, zegt Jezus.
Hoeveel mensen ter wereld roepen niet in hun angst, in
hun vertwijfeling, in hun wanhoop en verdriet ... en worden niet gehoord, worden
niet verhoord, wordt aan hen geen recht gedaan...
... en wat doen wij ?!?
Op de middag
verzamelt het detachement Genie voor een groepsfoto, en de fotograaf van
dienst, ja, de padré, wordt met een kraan hoog in de
lucht geheven om 90 mensen te vereeuwigen, die geschaard staan rond hun tuigen,
trappelend in de zware modder die door nieuwe regenval met de dag aangroeit.
Op het ogenblik dat
in Leopoldsburg de eerste familiedag plaats vindt, zit ik aan mijn schrijftafel
en denk aan jullie allen: aan broers en zussen, aan mijn trouwe vrienden, aan >mijn= mensen van Landskouter en Oosterzele of
waar jullie ook wonen, aan de militairen uit de detachementen waarvan ik de padré mag zijn,...
Zo lievelingen, de
tweede en derde week zitten er op. De tijd vliegt nu wel voorbij. Straks is het
november met al zijn verjaardagen, feestdagen, rouwdagen ...
Ik groet jullie allen
hartelijk, moge het jullie allen goed gaan, ...
en God zegene en beware jullie.
Maä salamee
DAGBOEK UIT TIBNINE
(03)
maandag 30 oktober
2006
6.30 uur: een kleine
aardbeving haalt mij uit dromenland; één van mijn twee tentgenoten, Luc, schoof
uit zijn slaapzak en pakt nu zijn spullen samen om naar de wasruimte te gaan.
De plankenvloer registreert elke beweging die in kleine schokgolven verder
uitdeint en onder mijn bed verstoppertje speelt. Peter, de andere tentgenoot,
knippert tegen het zachte morgenlicht dat met de overgang van zomer- naar wintertijd
ons verblijf een uurtje vroeger in lichterlaaie zet. Na de eerste indrukken
komen de eerste gedachten als een film voorbij gerold, en ik kijk aan tegen een
ongewone werkweek met dagen die de kleur dragen van een >ander leven=, hoogdagen vol herinneringen en emoties,
maar die hier kunnen verschralen tot naamloze kalenderdagen, tot onbeduidende
stippen op een monotone tijdslijn.
Ons logementsgedeelte bestaat uit een viertal niveaus, waarvan
op de bovenste twee en het onderste niveau de tenten netjes gelijnd staan. Op
het derde niveau zijn de sanitaire installaties ingericht: toiletten,
wasruimtes en douches. Wil je van het onderste naar het bovenste plateau, dan
kijk je tegen een vrij steile klim aan, en als je dit dagelijks veelvuldig
doet, garandeer ik je een goede conditie. Aanleunend bij de sanitaire blokken,
staan de containers van de wasserij: de industriële wasmachines en droogkasten
worden bediend door mensen uit Tibnine; zij zorgen er
voor dat de persoonlijke was van de 400 militairen netjes kastklaar afgeleverd
wordt, en wie zijn waszak >s morgens binnenbrengt vóór 9 uur, kan die
na 16 uur terug afhalen. Mocht je denken dat dit een grote luxe is waarvan je
thuis alleen maar kunt dromen, dan moet je weten dat het werk dat hier verricht
wordt én de omstandigheden van temperatuur/neerslag
een goede hygiëne vereisen, en die hygiëne begint met een regelmatige wasbeurt
en frisse kledij.
|
|
Vandaag beginnen de
grondwerken om de afvalwatertanks en de septische putten vast te betonneren,
want ze worden door het grondwater na de vele regenbuien omhoog gestuwd. Het
wordt een actie met inzet van zwaar materiaal en veel kunde: met graafmachines,
vrachtwagens, heftrucks...; palen inheien, hellingen verstevigen, bekistingen
maken, beton gieten, en ondertussen de toevoerleidingen van water en
elektriciteit ontzien...
Ik krijg de opdracht
de hele compound in beeld te brengen, een niet eenvoudige klus, en gewapend met
mijn >Canon= trek ik er op uit. Ik zal er een hele tijd zoet mee zijn!
dinsdag 31 oktober
2006
Er komen heel wat
reacties binnen op mijn dagboek. Het schijnt een vlot leesbaar ding te zijn, en
hoewel ik nooit hoge cijfers haalde voor >opstel=, verrassen de reacties mij aangenaam. Onze bisschop Luc wenst mij een
zalig hoogfeest, burgemeester Johan en schepenen Paul en Christ
van Oosterzele laten van zich horen, en er is >mail= van buur Wim en van de >Vermeirkes=, van de Zusters Marie-Ange
en Veroniek, van pastoor Ghijs,
én van zovele vrienden uit Landskouter, Baarle en de
rest van de wereld. Bedankt allemaal! En of je het gelooft of niet, sommigen
kruipen ook in hun pen en wisselen hun dagboek uit. Bedankt Ria. Namen en emailadressen van geïnteresseerden worden doorgespeeld,
mijn lijstje groeit met de dag.
Een groot deel van de
dag breng ik rechtstaande door in ons bureeltje. Er wordt een nieuwe
elektriciteitskabel getrokken om de stroomvoorziening van modem en router stabiel te houden, en dus moet mijn schrijftafel aan
de kant om de klus te kunnen klaren. Buiten is het echt allerheiligenweer,
binnen blijven is de boodschap. Als een kleine jongen kijk ik toe ... en ik
herinner mij hoe ik vaak met pa mee mocht die gevraagd werd één of andere
karwei op te knappen bij familie en buren: een stopcontact plaatsen, een nieuwe
lamp aansluiten, elektriciteitsleidingen vernieuwen, ... en hoe blij was ik dat
ik hem >mocht helpen= met het aanreiken van een schroevendraaier of met een lamp uit de verpakking
te doen ... en fier omdat >mijn pa= dat allemaal kon.
Morgen komen de
specialisten van telefonie aan de beurt om de >router= en de pc aan te sluiten; dan zal het
telefoonnetwerk en internet heel wat stabieler zijn.
Later op de dag werk
ik de >dodenherdenking= af die op de avond van Allerzielen wordt gehouden in de kerk van Tibnine. En ik telefoneer naar de familie en allen die er
bij horen ... morgen zal het telefoonverkeer naar België misschien overbelast
zijn!
woensdag 1 november -
donderdag 2 november 2006
Geen zondagsregeling
bij ons, niet een half uurtje langer slapen, een gewone dag voor iedereen:
verder doen aan de betonneringswerken, de ontmijners zijn op pad, geruggensteund door de FP(Force Protection), de wacht wordt
opgetrokken, mensen komen en gaan in ons hospitaal, de keukenploeg en de
wasserij draaien op volle toeren, officieren leggen contacten met de dorpen
waar onze ontmijners zullen beginnen en luisteren
naar grieven en zoeken oplossingen, in ons bureel zijn de CIS=sers (Communicatie en Informatie Systemen) aan het werk, en in de Staff-zone gonst het van één en al bedrijvigheid.
Allerheiligen in Tibnine: een dag waarop alle >heiligen= hun job uitvoeren met precisie en
meesterschap, zonder berekening, in een geest van kameraadschap en
dienstbaarheid.
10.30 uur: In
Landskouter zullen ze nu in ons kerkje zitten. De viering van Allerheiligen
brengt altijd veel mensen op de been. Ik ben er gerust in dat alles pico bello verloopt, dat de
versiering feestelijk zal zijn, dat mijnheer Jozef het beste van zichzelf
geeft, met Sylvère aan het orgel, al onze misdienaars
op post, en dan zie ik ze zitten, onze trouwe kerkgangers, op hun vaste
plaatsen, lieve mensen elk met zijn eigen-aard-igheid,
met zijn eigen verhaal, met zijn eigen verleden, allemaal een beetje >heilig=, sommigen wat meer, anderen wat minder,
maar allemaal >heiligen=... Ik voel mij met hen verbonden en bid en zing met hen mee in gedachten.
Tot mijn grote
verrassing heeft Claudine foto=s genomen die ik doorgestuurd krijg. Met
eigen ogen kan ik zien dat ons kerkje tot de nok gevuld was, geen stoel meer
beschikbaar, ... ik verneem dat zelfs pastoor Jozef een beetje van zijn stuk
was bij het zien van zulke grote opkomst. Bedankt, Claudine, voor je relaas!
Tibnine
donderdagavond 20 uur. Met een veertigtal zijn wij naar het kerkje opgestapt,
ondanks een druilerige regen en een koude wind. Onze viering begint met een
lied van Miel Cools >November=. Wij dragen de namen mee van tientallen gekenden en beminden uit onze detachementen. Het is
muisstil als de namen worden genoemd. Zeven kaarsen steken we aan bij een
Christusicoon, vooraan in de kerk, en bidden...
Op het zelfde
ogenblik herdenken de mensen in Landskouter hun dierbare overledenen. Weer voel
je dat >gebed= geen grenzen kent.
Enkele uren later zal
ik ook weer getuige zijn door beeld en tekst hoe het er aan toeging. Wat is
email en internet toch een zegen!
November - Miel Cools
Het is al bijna november
En mijn gedachten
zijn oud
want nu de herfst is
gekomen
|
|
lijkt dit huis soms
te koud
om nog een droom te
bewaren
van het kind dat hier
was
de bomen verliezen
hun blaren
maar geven kleur aan
het gras.
Eenmaal leken de
dagen
Duurzaam als zilver
of goud
Maar alle kleuren
vervagen
De tijd maakt het
mooiste ook oud
Als je geluk wil
bewaren
Luister dan goed hoe
het was
de bomen verliezen
hun blaren
maar geven kleur aan
het gras.
Want soms nog stil
aan de ramen
Praat toch nog
zachtjes de wind
Geeft je de dagen die
kwamen
Brengt je terug naar
het kind
Dat je voorgoed mag
bewaren
Zoals het vroeger
eens was
de bomen verliezen
hun blaren
maar geven kleur aan
het gras.
Herfst geeft vaak
mooie kleuren
Dan ooit dat zilver
of goud
Laat nieuwe dingen
gebeuren
Waar je dan ook weer
van houdt
Niet meer zo fel als
die jaren
Toen je niet wist wie
je was
de bomen verliezen
hun blaren
maar geven kleur aan
het gras.
vrijdag 3 november -
zaterdag 4 november 2006
Vandaag krijgt de
bevolking informatie over het Belgisch Detachement en zijn opdracht in het
gemeentelijk centrum van Tibnine. Op de ruime
binnenplaats zijn voertuigen van alle slag opgesteld: ambulantie-
en urgentiewagens, medisch pandour, voertuigen van de
ontmijningsdiensten met allerlei demonstratiemateriaal, van de genie met
voertuigen die bij constructiewerken gebruikt worden, en ook de Force Protection is aanwezig; de
bevolking is uitgenodigd maar om de één of andere reden is de opkomst eerder
laag te noemen. In de bibliotheek wordt door de CO een voorstelling gegeven van
onze opdracht en krijgen de verzamelde pers en heel wat belangstellenden de
kans vragen te stellen omtrent de opdracht en de neveneffecten ervan. In de
praktijk betekent dit dat een tolk voortdurend aan de slag is om uit het Engels
naar het Arabisch te vertalen en omgekeerd.
|
|
|
|
|
|
|
|
De geluidsinstallatie
is goed, maar de vragen van het volk en de vertaling ervan gebeurt zonder micro
waardoor achteraan in de zaal niets meer te verstaan is.
Ik observeer de
mensen en kan het niet laten sommigen te >vereeuwigen=. Het worden >sprekende beelden=!
Het is een zonnige
dag en we besluiten om terug te wandelen naar onze compound.
zondag 5 november
2006
Gisterenavond begon
het te regenen en het heeft nog niet opgehouden. Het is 9.30uur en tijd om te
vertrekken naar de Melkitische kerk. In een
natuurparkje, naast de ruïne van een zeer oud kerkje, staat een monument met
daarop de namen van 47 Ierse soldaten die tussen 1978 en 2002 overleden zijn
tijdens een UN-missie in Libanon. Om 9.45u is daar
een herdenkingsplechtigheid waaraan de Ierse ambassadeur deel neemt, naast
delegaties uit het UN-hoofdkwartier in Naqoura. Ierse soldaten houden de wacht. Onze delegatie
bestaat uit 4 Belgen en de Luxemburgse majoor. De ambassadeur, onder paraplu,
houdt de herdenkingsspeech. Dan volgt de neerlegging van een bloemenkrans, een
gebed en de >last post, geblazen door een soldaat uit
India en één uit Ghana.
|
|
|
|
In de heilige
liturgie die nadien gevierd wordt met de lokale gemeenschap gaat Abouna Maurice voor, een Ierse, een Italiaanse collega en
ik zelf concelebreren.
|
|
Na de kerkdienst was
er een receptie met frisdrank en koekjes, waarbij de Ierse ambassadeur ons
bedankte voor onze aanwezigheid. Ik had een vrij lang gesprek met hem, dat
natuurlijk over België ging en onze opdracht in de regio van Tibnine. Ik moest hem ook uitleggen wat voor een liturgie
wij gevierd hadden. Ondertussen ben ik wel al een beetje een vertrouwd figuur
in de Grieks-Katholieke gemeenschap, en veel mensen
kwamen mij hartelijk groeten.
|
|
Toen we terugkeerde
was de regen opgehouden.
Voor de komende dagen
is veel zon voorspeld!
maandag 6 november
2006
Tibnine,
baken van Jabal Amel
Je kunt nauwelijks
over de geschiedenis van Tibnine/Jabal
Amel spreken, als je niet over de geschiedenis van het fort spreekt. Het
Aramese volk legde de basis van het fort. Als Hazabeel
Bin Binjodod in Palestina aankomt op weg om de
handelsroute van Egypte naar de Arabische wereld te controleren, beveelt hij de
constructie van het fort in 1850 vóór Christus en noemt het >Tibnine=, wat in het Aramees Ahet verhoogde bouwwerk@ betekent. Het werd ook AToron@ of ATor@ genoemd.
Gedurende de
heerschappij van Sanharib de Assyriër
werd het kasteel in 680 vóór Christus aangevallen en verwoest. Bij het begin
van het jaar 582 vóór Christus werd het fort opgegeven door Nebukadnezar,
de Chaldese heerser als hij zijn troepenmacht
richting Tyrus beweegt. In de Romeinse periode werd
het kasteel herbouwd en werd verwaarloosd gedurende de Byzantijnse periode. Het
fort kwam weer tot leven toen de Kruisvaarders in 1099 A.D. arriveerden en het
uit zijn diepe slaap deed ontwaken.
In een ander
historisch geschrift van de Europese historicus William Alsouri,
die leefde in de periode van de Romeinse
oorlogen, bevestigt dat het fort werd gebouwd door Hugh
de St-Omer in 1105 A.D. Dank zij zijn hoge ligging
met uitzicht op velden en valleien vond Hugh dit een
uitstekende uitvalsbasis voor zijn aanvallen op Tyrus
en de Oostelijke gebieden
Bovendien maakte de
strategische ligging van het fort en zijn nabijheid tot belangrijke civiele en
militaire plaatsen, in bijzonderheid tot Tyrus, van
het dorp een belangrijk punt in deze periode. In het fort werden beslissingen
genomen door belangrijke mensen en heersers, van wie sommigen koningen genoemd
werden.
Voor een
buitenstaander was het fort van Tibnine een façade
van waaruit aanvallen en transporten werden uitgevoerd naar Tyrus
en andere strategische plaatsen. Bij de overname door de Arabieren werd het
fort echter gebruikt als een plaats van bescherming en als heiligdom.
Bovendien was Tibnine gedurende deze periode een verzamelplaats voor de
reizende karavanen van Damascus naar de vlaktes. Tabarraya in Palestina
was echter zijn concurrent omwille van de kortere route, alhoewel de weg
over Tibnine gemakkelijker was.
Tibnine is
gesitueerd op 110 km ten zuiden van Beiroet en op 30 km ten oosten van Tyrus. Het aantal inwoners bedraagt 15.000, waarvan een
4.000 ter plaatse en de rest is verstrooid naar Beiroet en naar andere landen,
vooral naar de USA en naar Afrika. De meesten echter die buiten Tibnine wonen, keren in de zomermaanden terug en nemen
vakantie in Tibnine, omwille van zijn mild klimaat en
zijn natuurschoon. Het aantal families in Tibnine
bedraagt ongeveer 52.
De bronnen in Tibnine worden beschouwd als natuurlijke rijkdom en worden
bezocht door velen die in de omliggende dorpen wonen. De belangrijkste van deze
bronnen zijn : Ein Al-Mizrab,
Ein Al-Hoor, Ein Al-Wardeh en Ein Al-Khan. (uit de officiële webstek van Tibnine - vertaling rdp)
Dag Ronny,
schoonbroer van mij, een gelukkige verjaardag gewenst, en drink deze avond maar
een glas op onze gezondheid, en zodra ik thuis ben op mijn kosten!
dinsdag 7 november
2006
De minister van
Defensie (MOD) schonk een ambulance aan de stad Tibnine.
Ondertussen is het voertuig aangekomen in het lokale ziekenhuis, dat tevens het
hoofdkwartier is van het Libanese leger. De directeur is een militair-nietdokter. Vandaag willen wij de sleutels
officieel overhandigen; volgende dinsdag komt de minister zelf naar Tibnine, maar hij zal geen tijd hebben het hospitaal te
bezoeken.
Met onze tolk Fawwaz rijden we er naar toe.
|
|
Je merkt dat dit
hospitaal een mannenburcht is, en dat er geen zusters zijn. De grauwgrijze
trapzaal oogt niet fris, en de gangen en lokalen getuigen niet van elementaire
hygiëne. Ik begrijp waarom de lokale bevolking graag naar ons hospitaal komt.
Ik heb het er ook
moeilijk mee dat in een gebouw waarop de rode-kruisvlag
waait gewapende militairen vertoeven en er een hoofdkwartier hebben. De
conventie van Genève sluit zo een gewapende aanwezigheid ten stelligste uit.
De commandant van ons
medisch detachement overhandigt de kolonel de sleutels van hert voertuig, met enkele
papieren, waaronder een handgeschreven brief van Minister Flahaut,
en enkele douanepapieren.
We krijgen een koffie
aangeboden, proberen of de sleutels passen op het voertuig en of het start en
ja, bij de derde poging draait de motor heerlijk.
Tot afscheid worden
nog enkele foto=s genomen als bewijs van de overgave.
woensdag 8 november
2006
Elke zondagnamiddag
om 13 uur is er een welfarevergadering met afgevaardigden van de verschillende
detachementen. Veel voorstellen liggen voor, die vragen om goedkeuring en
uitvoering. Wat nu reeds kan, is een bezoek aan het kasteel van Tibnine, maar je hebt mensen nodig die er iets zinvols
kunnen over vertellen. Daarom brengen we deze namiddag een bezoek aan het
kasteel met Fawwaz als gids en met een tiental
kandidaat-gidsen. Over de geschiedenis van het kasteel schreef ik maandag
reeds.
Het wordt een
geslaagde namiddag met tot slot een bezoek aan het gemeentehuis, een praktisch
en mooi gebouw, dat tijdens de laatste oorlog getroffen werd door grof geschut.
Het Libanese leger bewaakt dit complex dat vele diensten en voorzieningen
huisvest.
Bij de wandeling naar
de compound trekken we door een wijk die zo goed als met de grond gelijk
gemaakt is. De voertuigen die door de bombardementen tot schroot herleid
werden, zijn op een hoop bijeen gebracht en vormen zo een stille aanklacht
tegen de agressie, terwijl het levenloze puin van tientallen huizen het trieste
decor vormt, een monument van chaos en vernieling...
donderdag 9 november
- vrijdag 10 november 2006
|
|
Het moet rond vijf
uur geweest zijn dat ik stemmen hoor, fluisterend, geritsel van papier, het
zacht schuren van een metalen kastdeur die voorzichtig geopend wordt, een vleug
frisse lucht die binnen sluipt als de tentdeur even opengaat en weer dicht ...
en dan stilte...
Knus ineengedraaid
onder mijn dekbed droom ik verder van dieven die aan de haal gaan als ik mij
rechtop zet, mij niet langer als slapende voordoe, maar ze resoluut achterna ga
... en dan zit ik recht ... en kijk ... en met slapers in mijn ogen maar klaar
wakker zie ik dat ik alleen ben: mijn twee kamergenoten zijn weg, hun bedden
leeggehaald, hun bagage >verschwunden= ... en dan herinner ik mij dat ze vroeg moesten vertrekken naar België,
hun zending zat er op_ Goede reis en veilige thuiskomst, Luc en Peter ... en
bedankt voor jullie gezelschap.
Deze avond zetten wij
de film >Promises= op het programma. In deze documentaire zijn geen politieke analyses,
beelden van gevechten of dodelijke slachtoffers te zien, zoals we dat van de
televisie gewend zijn, maar alleen maar kinderen. Ik vind deze film een goede
aanloop naar de dag van 11-november, en een uitstekende achtergrond om het
conflict waar ook wij in Libanon mee te maken hebben, beter te begrijpen.
Ik verwacht geen
massa volk.
De filmmakers van 'Promises' volgden gedurende drie jaar zeven negen- tot dertienjarigen uit de regio, die allen een totaal
verschillende achtergrond hebben. Kinderen van zowel gematigde als
extremistische Palestijnse en Israëlische ouders komen aan het woord.
De interviews geven
een onverbloemd beeld van de omgeving waarin ze opgroeien, en van de ideeën die
hen door de ouders worden meegegeven. Schokkend is het om te zien hoe
sommige kinderen al hopeloos verstrikt zijn geraakt in de haat van de regio.
Hoopgevend is echter dat anderen met de filmcrew de
reis wagen langs de militaire cordons en door persoonlijk contact met
'vijandelijke' leeftijdgenoten ondervinden dat vooroordelen vaak voortkomen uit
gebrek aan kennis van de cultuur van de ander.
Duidelijk wordt dat
de kinderen niet alleen moeten worden gezien als slachtoffers van hun omgeving:
ze spelen een belangrijke rol bij de toekomstige ontwikkelingen in hun land.
Alle verhalen zijn
even dramatisch, emotioneel en zonder enige zelf-censuur.
B.Z. Goldberg, een van de regisseurs die Hebreeuws en Arabisch
spreekt, haalt twee joodse tweelingbroers over om een dag met Arabische
kinderen door te brengen. Na een nogal stugge kennismaking gaan de kinderen
samen voetballen, eten en - met de regisseur als bemiddelaar en tolk - praten.
Promises, een humaan portret van een generatie, laat zien hoe diepgeworteld en
bijna onoplosbaar de problemen in het Midden-Oosten zijn geworden. Hoewel de
kinderen maar twintig minuten van elkaar vandaan wonen, leven ze in totaal
verschillende werelden en weten ze bijna niets over elkaar. Hun wereldbeeld
wordt gevormd door de volwassenen om hen heen en de omstandigheden waarin ze
leven. Daardoor wordt, naarmate ze ouder worden, ook de fysieke, historische en
emotionele kloof tussen hen steeds groter. Als de protagonisten in een epiloog
een paar jaar later aan het woord worden gelaten, wordt duidelijk dat ze
inmiddels allemaal hun kinderlijke onschuld zijn verloren.
Een massa volk was er
niet, maar wie de film zag, vergeet hem niet. En mochten jullie thuis de kans
krijgen deze film te zien of de dvd aan te kopen, dit kan ik alleen maar
aanraden.
Een andere aanrader
is het boek van Susan Nathan >De andere kant van Israël=. Als zioniste kwam zij naar Israël, zij ontdekte
dat er een onderwerp is waarover niet gesproken wordt, zij won informatie in,
ging wonen in het Palestijns dorp Tamra en maakte
kennis met >die andere kant van Israël=. Dit boek vind je in de betere boekhandel of bibliotheek. Je leest het in
één trek uit.
Op vrijdag gaan we
naar de markt, voor het eerst, zonder machtsvertoon en zware wapens, en wij
gaan op in de kleurrijke en levendige bedoening die elke markt eigen is. De
mensen appreciëren onze aanwezigheid, ons snuisteren in de stalletjes, >you are welcome= opent een eerste babbel, we bedingen een prijs, de één koopt dit, de
andere dat... >Abouna=, zegt een vrouw die mij groet en ik herken haar uit de zondagsliturgie.
Ook kinderen steken hun hand op bij wijze van herkenning en lachen ronduit. Ik
moet meer naar de markt.
zaterdag 11 november
- zondag 12 november 2006
Geen viering vandaag
voor de gesneuvelden, geen redevoeringen, geen bloemenkransen bij een monument,
alleen een bezinning rond >oorlog en vrede= waarvoor amper 6 mensen belangstelling hadden. Je ziet maar ...
Met generaal Hubert
maak ik een wandeling in Tibnine voor het middageten.
Bij een bazaarke laten we ons verleiden een tros
druiven te kopen die wij ons in de zon, op een bank bij de moskee-in-aanbouw,
laten smaken... onze aperitief, want alcohol is hier niet te vinden.
|
|
De zondagsviering
wordt een agendapunt waarvoor heel wat deelnemers aantreden. De zon maakt er
een echte zondag van, wij zijn in hemd, broek en muts, maar voor de lokale
bevolking is het koud. Wij blijven nog even napraten en soms zijn de gesprekken
zeer geanimeerd.
De rest van de dag
verloopt zonder uitschieters, tenzij dat we na het avondeten voor het eerst een
avondje whisten (maar zonder
kaaskroketjes, hé N.)
maandag 13 november -
dinsdag 14 november 2006
|
|
gisteren en vandaag
stond alles in het teken van het bezoek van de heer Flahaut,
minister van Defensie.
Hij werd vergezeld
door de generaals Pochet en Vandingenen, andere
officieren en een grote delegatie persmensen. Na het schouwen van de erewacht
kreeg het gezelschap een briefing over onze opdracht door onze commandant
kolonel Herman. Ondertussen waren persmensen al op het terrein om interviews af
te nemen van deelnemers aan de missie: in de persmap vonden ze toch sowieso
alles.
|
|
Nadien was er een
rondleiding door de compound met een bezoek aan het hospitaal, en na een korte
lunch, (een heerlijke stoemp met wortelen en spek)
reed de stoet, begeleid en beschermd door de Force Protection, na een ontmijningsgebied waar iedereen uitleg
kreeg over wat er gevonden werd en hoe men te werk ging. De gevonden munitie
werd dan op een veilige afstand tot ontploffing gebracht.In
de gietende regen keerde het gezelschap terug en kort na 15 uur vertrok de
stoet naar Beiroet; het vliegtuig wacht_
Vanaf morgen is weer
zon voorspeld. Wie had dit weer voor vandaag geregeld?
Zo lievelingen, de
zesde week is ingegaan. We kijken al uit naar Sint-Niklaas
en de aankomende kersttijd.
Ik groet jullie allen
hartelijk, moge het jullie allen goed gaan, ...
en God zegene en beware jullie.
Maä salamee
DAGBOEK UIT TIBNINE
(04)
woensdag 15 november
2006
In ons kamp wordt
vandaag niet gewerkt, tenzij door enkele secties van de Force
Protection die voor de toegang en de beveiliging
instaan: het is Koningsdag. In eigen land wordt op vele plaatsen het >Te Deum= gezongen voor koning Albert en voor de
leden van de koninklijke familie, én
er worden recepties gehouden waar getoast wordt op de koning. In militaire
kringen is het een traditie rond deze tijd de jaarlijkse korpsmaaltijd te houden,
en dat gebeurt vandaag in Tibnine ook. Aangezien er
geen zaal ter beschikking staat voor 350 man, wordt in vier groepen en in twee shiften de heildronk op de koning gehouden met aansluitend
de korpsmaaltijd. Onze koks hebben hun beste beentje voorgezet met een
visschoteltje als voorgerecht, frieten met eend als hoofdgerecht, en een reuzetaart als nagerecht. Witte en rode Libanese wijn zijn
de ideale begeleiders.
Het middaguur is ook
ideaal voor de infanteristen uit Leopoldsburg om een groepsfoto van het
detachement te laten maken, zij zijn toch in de tweede shift ingedeeld. Ik ben
nadien nog enkele uurtjes zoet om de deelfoto=s aan elkaar te zetten en uit te printen.
|
|
Deze dag wordt ook
nog speciaal voor een klein detachement dat vanuit Tibnine
naar Beiroet gaat op uitnodiging van de Belgische ambassadeur. Kolonel Herman
wou mij erbij, dus rijden we tegen 15 uur via Tyrus (Sour) en Sidon (Saïda) naar Beiroet. Wij bereiken de ambassade tegen 18 uur
en zijn nog bij de eerste genodigden die aankomen, maar het duurt niet zo lang
vooraleer de ruime living gevuld is met landgenoten en de ambassadeur iedereen
verwelkomt en de heildronk op de koning uitspreekt. Wat daarop volgt is een
leuke bedoening van mensen die elkaar aanspreken en leren kennen; een officier
ontmoet er een oude schoolmakker die in de >business= zit, een medewerkster van de ambassade
vraagt honderduit over het leven van een padré in Tibnine, en wordt geraakt als ze hoort dat je als een
gelovig mens zeer gelukkig kunt zijn; onze delegatieleden zijn her en der in
gesprek en er wordt hartelijk gelachen, terwijl drank en versnaperingen
overvloedig en gul worden bedeeld; zelfs de >obers= menen dat ze ongemerkt een graantje
kunnen meepikken van de dis, wat soms leidt tot lachwekkende situaties van
mensen die zo hun best doen om niet op te vallen maar juist zo de hoofdvogel
afschieten.
Wanneer ik later twee
grijze heren zie binnenstappen en hen onmiddellijk herken als clerici (ze
kunnen het niet verstoppen, hoe is het mogelijk!) en hen aanspreek hoor ik dat
één van hen een Gentenaar is, redemptorist van de Voskenslaan,
die al meer dan vijftig jaar in Beiroet werkt, en er een parochiekerk en een
katholiek schooltje heeft. Pater Timon De Cock en zijn Nederlands metgezel
nodigen mij uit hen een bezoek te brengen, wat voor mij niet evident lijkt,
maar men weet nooit... Ik noteer alvast zijn telefoonnummer, een straatnaam en
huisnummer heeft hij niet.
Het is al na achten
als we de terugweg aanvatten. Dan bedenk je dat je ruim zes uur onderweg bent
om enkele uurtjes te vertoeven in >het paradijs=. Hoe relatief is dit alles niet! Ik ben dankbaar dat ik er bij mocht zijn,
en dat ik veel interessante mensen mocht ontmoeten. Van Beiroet hebben we
nauwelijks een glimp opgevangen, tenzij het drukke stadsverkeer en de
onmogelijke en ongeordende kamikaze-rijstijl van de Libanezen.
vrijdag 17 november -
zaterdag 18 november - zondag 19 november 2006
Het vrijdagse
marktbezoek en de zondagse kerkgang zijn voor mij ideale gelegenheden om lokale
mensen te zien, en tezelfdertijd niet te onderschatten uitlaatkleppen om wat
afstand te nemen van het militair gedoe en van alles wat het samenleven in een
kamp vraagt en oplegt.
Ik maak van de
gelegenheid gebruik om binnen te springen in het Sociaal Centrum, maar Salma is
er niet. Ik wou met haar afspreken wat wij voor de kinderen van Tibnine zouden kunnen doen in de dagen voor Kerstmis. Ik
krijg haar telefoonnummer maar kan haar niet bereiken. Ik keer zondagmorgen
terug.
De dagen verlopen nu
echt routinematig met weinig uitschieters en hoogtepunten, sommige avonden
uitgezonderd omdat ze soms wat kleur brengen, zoals vandaag zaterdag: generaal
Hubert verlaat morgen Tibnine en zal voortaan in het
hoofdkwartier in El Naqoura werken. Hij nodigt mij
uit om de Libanese keuken eer aan te doen door een bezoek te brengen aan het
restaurant en er het avondmaal te gebruiken. Ik sla het aanbod niet af, want ik
ben altijd tot >goede werken= bereid en voor de oriëntaalse keuken offer ik mij graag op.
Tegen negen uur zijn
we terug, tijdig om de reuze-kwis mee te maken
waaraan elk detachement kan deelnemen. Nico en Kim en anderen zorgen voor de
nodige ambiance en de volgepropte messtent barst uit haar voegen van vrolijke
opgewekte kreten, van bulderend gelach en niet te miskennen ontgoocheling bij
verlies. Een avond om niet te vergeten...
Op zondagnamiddag is
er een alarmoefening, dat wil zeggen dat iedereen met helm en scherfvest, en
een dagrantsoen de bunker in moet. Deze training confronteert ons met mogelijks
risico en wil onze alertheid op de proef stellen. De oefening verloopt zoals
gepland. >s Avonds is er mosselen en friet: weerom
feest!
dinsdag 21 november -
woensdag 22 november 2006
Vandaag brengen Kim
en ik een bezoek met Salma aan de Sint-Jorisschool.
Ik heb iets met Sint-Joris. Ik was nauwelijks zes
toen ik naar de grote school in Gent moest, naar Sindzjors
zoals de Gentenaars zegden, het Sint-Jorisinstituut
dat later deel uitmaakte van het Sint-Lievenscollege.
Ik herinner mij de monumentale trap met het enorme glasraam dat Sint-Joris voorstelde in zijn gevecht met de draak. Toen
hoorde ik voor het eerst het verhaal van deze drakendoder, en het is mij altijd
lief gebleven. En er ging geen dag voorbij zonder dat ik Sint-Joris
in het voorbijgaan eerbiedig groette.
De Sint-Jorisschool in Tibnine is
een Grieks-Katholieke school met 400 kinderen waarvan
drievierden moslimkinderen zijn. De bisschop van Tyrus
is de eindverantwoordelijke, ter plaatse zijn er vier religieuzen-zusters
die de leiding op zich nemen. Het valt op hoe kraaknet de gangen en de
klaslokalen zijn, en kindvriendelijk versierd met duidelijk Westerse inslag.
Als wij aankomen is
iedereen, kinderen, leerkrachten en directie, op de speelplaats verzameld en
het wordt ons vlug duidelijk: hier wordt iets gevierd. Ook ouders zijn
aanwezig. De kinderen staan per klassegroep en
gerangschikt volgens leeftijd in rijen naast elkaar; velen dragen een zelfgemaakt
wit-rood hoofddeksel waarbij de groene ceder op witte
achtergrond duidelijk opvalt. Het feest van de Libanese onafhankelijkheid wordt
hier op school gevierd, een dag vóór de officiële feestdag, want morgen is er
een vrije dag voor alle kinderen. Wij moeten onmiddellijk plaats nemen op de
ereplaatsen, naast de zusters, en ik krijg ook een punthoed aangeboden door één
van de kinderen. Na de ceremonie staat zuster directrice ons te woord. Ik moet
denken aan zuster Cyrilla en zuster Cecila in Baarle. Waar hebben de zusters dat charisma
vandaan om met dezelfde uitstraling wereldwijd te werken en leerkrachten,
ouders en kinderen te begeesteren; om moslims en christenen samen te brengen in
een geest van respect?
|
|
Even later word ik
weggeroepen: een pandoer wacht mij op om naar het terrein te rijden waar een
enorme vliegtuigbom tot ontploffing zal gebracht worden. Met mijn Canon in
aanslag leg ik de ontploffing vast. De afstand is voldoende groot om de
veiligheid te waarborgen, maar het wordt wel een Averre-afstandsfoto@. De ontmijners zijn tevreden.
|
|
|
|
De plaats waar wij de ontploffing volgen is een open
terrein, licht heuvelend tot aan de horizon, met
weidse vergezichten, zonder huizen. De regen van begin november tovert het land
lichtgroen door het jonge gras dat weelderig opschiet. En dan zie ik er één
staan, en dan nog enkele, en dan meer en meer: witte krokusjes die hun kelkje
openen om de warme zonnestralen op te vangen, en ze >s avonds weer sluiten om zeker te zijn dat niets van de zonne-energie
verloren gaat. Nu moet je weten dat ik gek ben op de voorjaarsflora en ik
herinner mij plaatsen zoals in Gluringen
(Zwitserland), waar ik tijdens een paasvakantie duizenden en duizenden witte en
paarse krokusjes zag die een alleenstaand kerkje omringden in een passende paastooi.
Ik geniet ervan; ben
ik dan de enige die ontroerd ben door die nietige schoonheid die niet
geëvenaard kan worden door welke rijkdom dan ook? Wie zei ook weer: >kijk naar de bloemen op het veld ... en vertrouw Hem die er de Maker van
is!=
zondag 26 november
2006
Een wandeling in de
zon naar de kerk is altijd een moment van verademing, van bijtanken, van even
genieten van vrijheid, van anders-leven... De
byzantijnse liturgie is een handreiking naar het goddelijke, een confrontatie
met het Heilige en met alle heiligen. Ik laat mij erdoor raken!
Na de kerkdienst
wandel ik door Tibnine naar het voetbalveld waar
Belgische, Poolse en Libanese militaire ploegen het tegen elkaar opnemen in een
tornooi.
De selecties zijn al
volop aan de gang als ik rond 10.30 uur aankom, maar ik heb nog niets gemist.
De ganse middag en namiddag ben ik de fotograaf van dienst om ploegen en spel
te vereeuwigen. De halve finales worden gespeeld door 2 Belgische ploegen, een
Poolse en een Libanese. Uiteindelijk wordt de Libanese ploeg de tornooiwinnaar,
de Poolse ploeg wordt derde.
Op de terugweg nodigt
de familie Fawwaz Paul en mij uit op de thee. Er zijn
verwanten uit Amerika op bezoek, en al vlug zijn wij in gesprek. Maar de tijd
dringt, en ik keer terug, want ik wil vóór de bekeruitreiking de foto=s klaar hebben, en ze ook op het intern netwerk zetten.
maandag 27 november -
dinsdag 28 november - woensdag 29 november 2006
Ik kan meerijden met
de pick-up die iemand naar de luchthaven brengt in Beiroet. De aanleiding voor
mijn verzoek naar Beiroet te gaan is het gegeven dat iemand uit het naburige Gijzenzele voor beroepsredenen enkele dagen in de stad
verblijft en mijn Canon-zoomobjectief meebrengt dat
in herstelling was. Ik vond het al jammer dat ik de lens niet kon meenemen van
bij het begin, en dus mag ik die kans niet laten voorbij gaan.
Pas donderdag kan ik
terug meerijden naar Tibnine, want dan komt de
pick-up terug naar de luchthaven. Die tussentijd vullen zie ik niet als een
probleem, ook niet het feit dat ik Beiroet niet ken.
Een Libanese collega
belt een taxi voor mij, nadat ik pater Timon De Cock aan de lijn had die mij
verwacht. Gelukkig had ik zijn nummer genoteerd. Het adres is niet zo
gemakkelijk te vinden en we maken heel wat toertjes tot we uiteindelijk bij de
school terecht komen. Het is middag. Ik word opgewacht door een dame die zich
voorstelt als de rechter hand van pater Timon; zij betaalt de taxi en brengt
mij op de speelplaats waar de kinderen van de school vertoeven. Onmiddellijk
staan zij lachend rondom mij, steken hun hand uit om mij te groeten, spreken
mij aan ... tot de schoolbel ze ter orde roept en het middaggebed gezamenlijk
wordt afgedreund. Ondertussen is Timon mij komen groeten, en zo te zien is hij
wel degelijk de >baas= hier op school want de kinderen hangen nu
rond hem en hij kent ze bij naam. Wij drinken koffie in een soort bergplaats
die ook als bureau dienst doet (ondertussen zijn de kinderen terug in de klas).
Zijn >rechterhand= heeft voor mij een soort pizza met kaas gehaald, en later komt haar zoon:
hij brengt ons met zijn wagen boven op de berg naar Beit
Meri waar de Rosary-sisters
een gastenverblijf hebben en waar ik een kamer reserveerde. Pater Timon komt
mee naar binnen, en na de welkomstkoffie en de kennismaking met enkele zusters
keert hij terug naar zijn school. Morgenavond verwacht hij mij voor het
avondmaal.
Ik voel mij er
onmiddellijk thuis, en het blijkt dat ik zuster Gisèle
nog ontmoet heb in het centraal huis van de zusters in Beit
Hanina toen ik in Jeruzalem woonde.
|
|
|
|
In de namiddag kan ik
nog met hen meerijden tot in de stad waar zij boodschappen doen. Ik geniet van
de wandeling doorheen het oude centrum, ik zie gebombardeerde wijken, ik loop
langs een badhuis uit de Romeinse tijd, doorheen brede lanen met chique
restaurants, galerijen met kostbare kledij en schoenen tegen onbetaalbare
prijzen, terrassen en obers die je zo zouden binnen sleuren, ik waan mij in Lausanne of in Genève; kilometers en kilometers te voet
doorkruis ik Beiroet, bij toeval vind ik de Belgische ambassade, krijg er
koffie aangeboden en groet de ambassadeur, kathedralen en moskeeën staan er
broederlijk naast elkaar, zijn tegen elkaar aangebouwd; ik zoek de weg naar het
Nationaal museum dat zeker al gesloten is , maar waar ik bus 7 zal vinden die
mij terug moet brengen naar Beit Meri;
op mijn vraag hoe ver het nog is krijg ik als antwoord: nog 15 minuten, maar
dat doe je toch niet te voet! Niet-begrijpende blikken kijken mij na als ik
vertel dat ik zeer graag wandel en beslist te voet wil verder gaan...
Aan de bushalte meen
ik een Kleine Zuster van Nazareth te herkennen (aan de eenvoudige kledij en de
sluier), maar dat kan niet waar zijn: in een vreemde stad waar ik nog nooit
kwam, én op die plaats én
dat uur een bekende tegen het lijf lopen, dat zou toch te mooi zijn. Ik stap er
toch naar toe en vraag in het Nederlands: AZuster, ben jij niet één van de Kleine Zusters uit Gent@ en onmiddellijk weet ik dat ik goed zit: ze lacht verwonderd en zegt: Anatuurlijk ben ik uit Gent afkomstig@. Ons gesprek wordt jammerlijk afgebroken
als haar bus arriveert, maar ondertussen weet ik dat zij in het Palestijns
vluchtelingenkamp Dbaye ten noorden van Beiroet
werkt, en een cursus Arabisch volgt bij de Jezuïeten. Zeg nu nog maar eens dat >toeval= niet bestaat! Als dat geen toeval is ...
De volgende dag, na
de eucharistieviering en het gezamenlijk ontbijt, stellen de zusters voor mij
naar Harissa te brengen, het nationale heiligdom van
Libanon, waar Maria vereerd wordt. Ik ben in de wolken. Wie had dit durven
dromen. Wij maken een tour doorheen de heuvels van Beit
Meri en zien de bergen van de anti-Libanon,
die normaal reeds met sneeuw zouden moeten bedekt zijn. Via kleine dorpen dalen
we af naar Antelia en verder naar Jounie
waar de beklimming begint naar Harissa. Onderweg
bezoeken we het Maronitisch patriarchaat in Bkirki en
herinneren ons het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Libanon en aan Harissa.
|
|
De Maronitische Kerk
gaat in haar oorsprong terug tot een klooster gesticht door de heilige Maron
in de 5de eeuw, en gesitueerd in de Orontesvallei
nabij Apamea (Syrië).
Het ontstaan van de
Maronitische Kerk dient gezien te worden in het kader van de discussies binnen
het christendom met betrekking tot de goddelijke en/of menselijke natuur van
Christus. De concilies van Nicea (325), Efeze (431) en Chalcedon (451) bogen zich over deze materie
en deden een aantal uitspraken.
Het concilie van
Chalcedon verklaarde dat in Christus een goddelijke en een menselijke natuur
samen bestaan. Naar aanleiding van dit concilie ontstond er een scheiding
binnen de Syrische kerkgemeenschap. Het klooster van Maron
koos voor Chalcedon. De Syrisch-orthodoxe Kerk
volgden de leer van het monofysitisme.
Het kerkelijk
conflict rond Chalcedon leidde tot verdeeldheid binnen het christelijke
Byzantijnse Keizerrijk. In de 7de eeuw stelde keizer Heraclius
een compris-theologie voor: het monotheletisme
(Christus heeft één wil maar twee naturen, een goddelijke en een menselijke).
Als loyale aanhangers van de keizerlijke kerkpolitiek aanvaardden de monniken
van Maron deze leer. In 681 werd de leer van het monotheletisme echter veroordeeld door het concilie van Constantinopel III. Mede door de verovering van de regio
door de moslim-Arabieren (circa 640) raakte de
gemeenschap van Maron in een isolement en namen ze de
wijzigingen in de kerkelijke leer niet over. Er ontstond een eigen
geloofsgemeenschap in West-Syrië bestaande uit
monniken en leken-gelovigen.
In de 8ste eeuw
verhuisde de Maronitische gemeenschap naar het Libanongebergte.
Tijdens de kruistochten kwamen ze opnieuw in contact met het christelijke
westen. In de 12de eeuw sloot de Maronitische Kerk zich aan bij de Kerk van
Rome. Ze behield wel haar eigen Syrischtalige
liturgie.
Later zouden de
Maronieten de Franse koloniale macht als bevrijder van de islamitische
overheersing verwelkomen. Ze speelden ook een belangrijke rol in de Libanese
burgeroorlog en bezetten thans nog een aantal sleutelposities in Libanon. De
president is een maronitisch christen en ook de belangrijke positie van
opperbevelhebber van het leger wordt ingevuld door een maronitische christen.
De afnemende invloed van Maronieten vanwege de demografische verschuivingen in
Libanon ten gunste van de moslims in combinatie met slechte economische
vooruitzichten leidt sinds het einde van de Libanese burgeroorlog tot een grote
emigratie van hoog opgeleide Maronieten uit het land.
|
|
|
|
|
|
In Harissa staat een reuzegroot
Mariabeeld, boven op de top van de heuvel, meer dan 600 m boven de
zeespiegel. Op 8 december 1854 werd de
Onbevlekte Ontvangenis van Maria
afgekondigd en dit wilden de kerkleiders in Libanon 50 jaar later
gedenken met dit beeld van O.L.Vrouw van Libanon. Het
witgeverfde bronzen beeld van 8,5 m hoog werd in Lyon gegoten en werd in 1908
op een 20 m hoog conisch bouwwerk
geplaatst dat binnenin de kapel herbergt. Met een buitentrap kan men tot
bij de voeten van het beeld komen. Naast het beeld staat een zeer moderne en
nieuwgebouwde Maronietenkerk in de vorm van een ceder. Zij biedt plaats aan
6.000 bezoekers. Van op het terras kijk je neer op de baai van Jounieh, Beiroet en Biblos: adembenemend, volgens sommigen één van de mooiste
panorama=s ter wereld! Op dezelfde heuvel ligt ook
de zomerresidentie van de pauselijke nuntius, het klooster van de Paulisten (Grieks-Katholieke
paters) en van de Franciscanen; verder verwijderd zijn het Syrisch-Katholiek
en het Armeens-Katholiek patriarchaat.
We zijn terug voor
het middagmaal en een uitgebreide babbel met de zusters. Later brengt een
taxichauffeur mij naar het huis van de Redemptoristen, waar pater Timon met
enkele jonge confraters-studenten samen woont. Het
avondmaal is overvloedig en over-heerlijk.
Ik word terug naar Beit Meri gebracht en geniet van
het grandioze nachtelijke uitzicht op Beiroet en de baai.
Vandaag woensdag zal
ik Pieter zien. Ik maak met hem een afspraak en hij komt zelf naar Beit Meri. In de voormiddag
bezoek ik met één van de zusters nog enkele interessante plaatsen, en na het
middagmaal word ik als computer-specialist aan het
werk gezet bij zuster overste.
De ontvangst van
Pieter is hartelijk: koffie en koekjes, en wij beschikken over het bureel van
de overste. Naast mijn objectief heeft hij ook de post mee die Nicole hem
bezorgde, waarvoor dank.
Met de lijnbus rijden
wij nadien stadinwaarts (een hele ervaring voor een
wereldreiziger als Pieter) en samen tafelen wij in openlucht in een restaurant
dat Pieter kent. Dezelfde nacht vertrekt hij terug naar België. Ik bedank hem
hartelijk voor de gezellige uren: hij is een echte >engel=, een >boodschapper=.
Ik keer terug met een
taxi.
|
|
|
|
|
|
Donderdagmorgen: om
8.30 uur moet ik op de luchthaven zijn. De zusters bestelden een taxi voor 6.45
uur, en na de afrekening van het logement wordt het afscheid nemen van een >nieuwe thuis=. Ik zie ze nog staan, aan de deur van hun
Foyer, met tranen in de ogen ... AAbouna, wanneer kom je terug?@ Ze wuiven me na tot de taxi verdwijnt in de bocht. Een half uurtje later
ben ik in de luchthaven, natuurlijk veel te vroeg, en ik begin aan een hoogst
militaire bezigheid: ik wacht ... tot we eindelijk rond 10.30 uur vertrekken,
en na een boodschap in het UNO-HQ is het na elven wanneer we de stad uitrijden.
Binnen drie uurtjes zijn we weer in Tibnine.
Vrijdag 1 december -
zaterdag 2 december - zondag 3 december 2006
De aangekondigde
manifestaties in Beiroet veranderen de situatie bij ons: Agroen@ wordt Ageel@, dat wil zeggen dat de
veiligheidsmaatregelen verscherpt worden, en dat niemand er nog alleen op uit
kan trekken.
We volgen de berichtgeving
op de voet, en al bij al zie ik persoonlijk geen enkel gevaar. Het marktbezoek
mag nog doorgaan en ik vind enveloppen om mijn kerst- en nieuwjaarskaartjes te
versturen.
Terug aan mijn
werktafel noteer ik alle adressen, en ik stuur een mailtje naar Norbert, Hilde en Michel om wat vertaalwerk voor mij te
doen: de tekst die ik schrijf moet ook verstaanbaar zijn voor de vrienden die
geen Nederlands verstaan. De rest van het weekend druk ik de kaartjes, nadien
worden ze gesneden, geplooid, ondertekend en in de enveloppen gestoken. Dit
soort werkjes ligt mij wel, en ik denk terug aan de Baarlese
tijd toen ik met pa, of met de Zusters en Jacqueline allerlei kaartjes en
boekjes maakte voor de liturgie in de kerk. Vader was stadsdrukker, en wij,
zijn kinderen, hebben allemaal een voorliefde voor papier en mooie dingen
maken. Het moet in het bloed zitten. Eh gasten,
wanneer beginnen we ons >winkeltje=?
De zaterdagnamiddag
ga ik naar de kerk, want onze >mannen= komen om voorbereidselen te treffen om de kerk tijdens de winter te kunnen
verwarmen. Vanaf morgen zullen zij instaan voor een verwarmde kerk. Ook dit is
een deeltje van de steun die wij, Belgen, aan de plaatselijke bevolking
leveren. De mensen appreciëren dit ten zeerste. Er werden ook al werken
uitgevoerd aan de nieuwe moskee in Tibnine.
woensdag 6 december
2006
Het feest van Sint-Elooi werd zondag gevierd door onze logistiekers met een ruime aanwezigheid in de kerk, en
nadien brunch en vrij van dienst; volgende zondag vieren onze geniakken de H. Barbara, als patrones van ieder die een
gevaarlijk beroep uitoefent, zoals brandweer, ontmijners,
enz.
|
|
Maar vandaag staat
een andere heilige centraal, gekend en bemind van het kleinste kind tot de
oudste mens: Sint-Niklaas. Ik weet niet wat jij voor
deze heilige man voelt, ik weet alleen dat hij niemand bij ons onberoerd laat.
Gisteren waren we in de weer om hem een handje toe te steken in de hoop dat hij
ons vandaag met een bezoekje vereert. En ja, tegen 10 uur doet hij zijn
plechtige intrede. Met zijn gevolg van twee zwarte Pieten, Punkpiet en Walpiet,
en een gelegenheidsfotograaf schrijdt hij in de richting van de
stafmedewerkers, en zijn eerste bezoek geldt de kolonelssuite. Voor ieder heeft
de heilige man een goed woord, en zijn Pieten delen geschenkjes uit. Op weg naar andere detachementen,
bezig in keuken en op werven, groet hij ook de Polen die maar al te graag met
de Sint op de foto willen: een souveniertje voor het >thuisfront=. Overal stijgt gejuich op waar de bonte
stoet zijn opwachting maakt, en het kind in elke mens komt to leven. Er wordt
gezongen voor de Sint, het ene liedje met meer overtuiging dan het andere, en
het gaat van >zie ginds komt de stoomboot=, over >Saint Nicolas patron
des écoliers=, naar voor kinderoren te gevoelige
versies... en zelfs de heilige man kan niet ernstig blijven als hij de
creatieve new songs hoort. Tegen etenstijd zit zijn
ronde er op. Alleen wie op het terrein aan het werk was zal de aanwezigheid van
de Sint moeten missen, maar zijn geschenkje zal klaar staan bij zijn terugkeer.
>Dag Sinterklaasje, da-ag,
da-ag ... en tot volgend jaar!=
vrijdag 8 december
2006
In Harissa zal Maria gevierd worden. Wie zal haar nog
gedenken? Kennen onze soldaten haar nog? Misschien onze Poolse collega=s?
Iets voor negen uur
zijn mijn twee tentgenoten terug naar huis vertrokken. Deze avond komen hun
vervangers aan. Zal ik het met hen kunnen stellen?
Terwijl niemand in de
weg loopt, hang ik een slinger lichtjes in de tent, zodat er hier ook een
beetje eindejaarssfeer hangt. Overdag halen we nog veel zonneschijn en een 20
graden, maar eens de zon weg valt de koude je op het lijf, alhoewel de
temperatuur rond de 15 graden blijft.
Om 15 uur is iedereen
van de staf uitgenodigd: onze commandant kolonel Herman is jarig en hij heeft
taart besteld. Wij zingen op zijn welzijn!
zaterdag 9 december -
zondag 10 december 2006
Ook onze Wim is
vandaag jarig. Met een lang telefoontje wens ik hem proficiat. De laatste dag
van december is ons Bini aan de beurt, en daarmee is
het jaar weer eens rond. Maar zover zijn we nog niet. We verwachten nog hoog
bezoek: op 22 december komt stadsgenoot en eerste-minister
Verhofstadt, defensieminister Flahaut, kok Piet Huysentruyt en anderen naar Tibnine,
een vroeg kerstbezoek; later volgen nog de CHOD (dat is de hoogste militair) en
in zijn spoor andere officieren en medewerkers.
Op kerstavond 24
december van 17 tot 22 uur richten we een kerstmarkt in waarbij elk detachement
instaat voor kraampjes en animatie; ik kreeg een koortje samen van een 25
zangers waarmee wij repeteren en de kerstnachtviering zullen verzorgen in de
kerk van Tibnine om 23 uur; op Kerstdag zelf brunchen
we, en de rest van de dag is er voor elk wat wils.
Oudejaarsdag start
met een Silvestercross en >s avonds gaan we op restaurant eten. Met een fuif en een gezellig praatcafé
wordt de overgang van oud naar nieuw gevierd; aftellen doen we samen in de
feesttent.
Zoals je ziet wordt
de soldaat-als-mens niet vergeten op buitenlandse
zending, en toch ben ik zeker dat het voor velen emotioneel zware dagen zullen
worden.
Zo lievelingen, de
tiende week is vandaag ingegaan. We kijken al uit naar de eindejaarsdagen. Eens
die voorbij zijn, wordt het al uitkijken om terug te keren naar huis.
Ik groet jullie allen
hartelijk, moge het jullie allen goed gaan, ...
en God zegene en beware jullie.
Maä salamee
Renaat
DAGBOEK UIT TIBNINE
(05)
vrijdag 15 december
2006
De voorbije dagen
doen mij niet denken aan de komende kerstdagen, tenzij dat een team van
Radio2 groetjes kwam opnemen om ze in
een kerstprogramma te verwerken. >s Morgens is de zon al op om 6.30 uur en
haar weldoende warmte begeleidt ons tot ze >s avonds wegduikt in een heerlijk spetterend spel van vuur en strepen, dat
bijna niemand opmerkt of er zich nauwelijks laat door aanspreken.
Waar de adventstijd
mij van nature stil doet worden, zoals de natuur, en mij opmerkzamer maakt voor
wat rondom mij gebeurt, en mij confronteert met de essentie van de dingen, zoek
ik hier tevergeefs naar wat niet te vinden is: stilte.
Voor mij is het een
lastige tijd: na meer dan twee maanden ben ik geobsedeerd door het alom
aanwezige lawaai, en ik hunker naar stilte, ... Overal waar je staat, zit of
ligt overweldigt je het dreunen van een of andere motor, een generator, het
eentonig snerpend schrepen van een slijpschijf,
vrachtwagens die ladingen stenen en rotsblokken storten voor het terras van de
nieuwe keuken, maneuvrerende bulldozers, ... wat
natuurlijk niet anders kan bij de opbouw van een compound. In je tent en in de
mess is er de verwarmingsblazer die de vochtigheid en de kilte buiten houdt,
maar daarvoor moet je een prijs betalen aan stilte; en als je eindelijk
indommelt kan de >honey-car= (beerkar) je een extra toemaatje oorverdovend >tumult= bezorgen, want de sanitaire installaties
liggen achter de tent...
Hello darkness, my old friend,I=ve
come to talk with you again,Because a vision softly creeping,Left it=s
seeds while I was sleeping,And the vision that was
planted in my brainStill remainsWithin
the sound of silence.
And in the naked light I sawTen thousand people, maybe more.People
talking without speaking,People hearing without listening,People writing songs that voices never shareAnd no one dearedDisturb the
sound of silence. Luister, duisternis mijn vriend, waaraan
heb ik dat verdiend.Dat ik telkens in mijn dromen
dezelfde angst moet tegenkomen,het visioen dat mij bedreigt en ik elke nacht
weer verwacht.Met het geluid van stilte.
En dan zie ik telkens weer, tienduizend mensen, misschien
meerzonder iets te zeggen fluisteren. Horen maar naar
niemand luisteren.Liedjes schrijven die geen
sterveling zingen wil: het blijft stil.Ik hoor alleen
de stilte.
Met dit lied >the sound of silence= van Paul Simon troost ik mij, en ik droom van een tocht naar de Hermon...
Deze namiddag is er
een grote oefening >blue thunder= waarbij de verschillende detachementen ingezet en getraind worden in een
realistisch scenario; de evaluatie achteraf moet iedereen helpen de paraatheid
te verhogen en coherenter op te treden. Ik rijd mee
met de pandour-staf en leg alles vast op de gevoelige
plaat. Ook het Libanese leger neemt deel aan de oefening, en er zijn waarnemers
van andere Unifil-landen.
|
|
|
|
zaterdag 16 december
2006
Om 5.15 uur is het
groot alarm: een andere oefening met een ander scenario waarbij vooral de
medische component de hoofdrol speelt. Ik breng mij in veiligheid in bunker 12
en na de controle op noodrantsoen, water, helm en scherfvest wordt het wachten
tot de oefening wordt afgeblazen. Uiteindelijk word ik nog naar het hospitaal
geroepen om enkele >doden en zwaar gewonden= bijstand te verlenen (dit was een oefening!); zo zie je maar dat de padré ook zijn rol te vervullen heeft, niets wordt aan het
toeval overgelaten; iedereen moet op alles voorbereid zijn!
zondag 17 december
2006
Begrijpen jullie nu
hoe belangrijk voor anderen en voor mij de wekelijkse tocht is naar de kerk? Je
verlaat de compound, en na 200 m valt je in de >stilte=: een prachtig breed golvend landschap met
betoverende dorpjes op de hellingen van waaruit de minaretten de hemel prikken;
soms waait de gebedsoproep van de imam je in het gezicht, een lied dat
verbondenheid schept met dezelfde Vader die jij tegemoet treedt en die je wil
aanbidden in Geest en waarheid. De mensen van Tibnine
lachen ons toe, wij behoren bij hen, wij zijn van hen... In de liturgie vieren
wij de zevende adventszondag (de advent telt bij de Melkieten
8 zondagen en is een beetje te vergelijken met onze vastentijd). Abouna Maurice is verkouden en hij ziet er naar uit.
|
|
Na de viering zijn er
een zestal jongeren die onze compound willen bezoeken. Ze springen een gat in
de lucht als ik ze wil meenemen; maar eerst moet de wacht de toestemming geven.
Het is een vrolijke en uitgelaten bende die Scorpion
binnen valt: kreten en gejoel ten allen kant (maar liever deze klanken dan
...), de één wil dit zien, de andere dat; in de keuken krijgen ze een ijsje, we
beklimmen de uitkijkpost, lopen de mensen van de federale politie tegen het
lijf van wie ze snoep krijgen, we maken een groepsfoto, en onze tocht eindigt
bij uitgang Noord via het heliplatform. Één had stiekem met zijn gsm foto=s gemaakt, die we moeten >deleten= omdat nu eenmaal militaire installaties niet mogen gefotografeerd worden. AMogen we volgende week terugkomen=, vragen ze?
In de voor- en
namiddag is er een volley- en basketbaltornooi waaraan ook het Libanese leger,
de Polen en de Italianen deel nemen. Tussen de pijnbossen ligt een sportinfrastructuur-in-aanbouw, maar voor onze sporten is
alles o.k.; iedereen is bij ons te gast voor het middagmaal, en meermaals wordt
de wens uitgedrukt om méér van die sportieve
ontmoetingen te organiseren.
Tegen 15 uur staat
een UN-bus klaar naar EnNaqoura.
Het Italiaanse commando heeft een kerstconcert georganiseerd, maar reeds van
voor de aanvang is het mij duidelijk dat ik mijn verwachtingen te hoog gesteld
heb: geen zalig genieten van een klassiek ensemble, maar oorverdovende klanken
in een rubhall, een feest vol lichteffecten en
decibels (zouden de meeste soldaten de >stilte= vrezen of zijn zij gewoon kinderen-van-hun-tijd?).
Ik vlucht weg - ik wil niet van de regen-in-de-drop
komen - en met Frank zoek ik een rustig plekje uit; met een glas wijn en een
goede babbel >doden= wij de tijd tot we terugkeren naar Tibnine.
maandag 18 december -
woensdag 20 december 2006
AEen kerstmarkt zonder kerststal: dat kan
niet@; ik ben er niet door verrast wanneer
soldaten dit zeggen, maar hoe moeten wij in Gods naam hier een kerststal
opbouwen?
Ik heb in Landskouter
een prachtige beeldengroep, nog opgeborgen in metalen kisten, sedert mijn
verhuis uit Leopoldsburg. Misschien krijg ik onze >heiligen= nog op een C130.
Bruno, onze officier
S4, verantwoordelijk voor het logistieke, zal contact opnemen met Berlaar van waaruit alle transport van materiaal en
goederen gebeurt, en informeren of er nog plaats is op de vlucht van donderdag.
Later krijg ik de bevestiging dat het kan: met het vliegtuig dat onze ministers
brengt.
Een tweede stap is
nu: zorgen dat de kisten in Berlaar geraken.
Daarvoor contacteer
ik Nicole en Claudine, die zoals jullie ondertussen weten mijn geburen zijn en vraag hen of zij met de hulp van Alain de
koffers kunnen klaar stellen. Een eenvoudige klus is het niet, want ze staan
vrij ontoegankelijk. Zodra ik hoor dat alles klaar staat, mail ik mijn vrienden
van EMI1 in Destelbergen en vraag hen of zij onze Belufil=ers een dienst willen bewijzen door voor
transport te zorgen naar Berlaar, en ja, zegt Majoor
Bart, dat doen wij graag. Je gelooft het bijna niet, maar vrijdagmorgen zal al
het kerstmateriaal bij ons zijn.
Bedankt, lieve mensen in Landskouter, Destelbergen
en Berlaar...
Sedert vorige week is
de snoepactie ten voordele van het weeshuis goed op gang gekomen: enkele
soldaten namen het initiatief omdat ze >te veel snoepgoed= hadden, en de oogst is formidabel.
Wij kunnen beginnen
alles in zakken te stoppen, en later op de week rijden wij naar het weeshuis.
|
|
donderdag 21 december
2006
Vandaag brengen wij
het snoepgoed naar het weeshuis in Tibnine. Met de
directeur Fawwaz en één van de opvoedsters drinken we
koffie en wachten tot alle kinderen van de school zijn teruggekeerd. In een
grotere ruimte, de tegels bedekt met tapijten, wachten de kinderen ons op. Ze
hebben kerstliederen aangeleerd en ze zingen uit volle borst, ook de
moslimmeisjes met hun hoofddoek.
Dan mag ik ze
toespreken en ik vertel kort wie wij zijn en wat wij doen: mijnen opruimen,
mensen helpen, mensen verzorgen in het hospitaal, en als ik sommigen zie
knikken dan weet ik dat ze ook al op bezoek kwamen bij onze tandarts, of dat ze
een basiscursus E.H.B.O. volgden.
De sectie Force Protection deelt dan aan
ieder een zakje snoep uit, en zelfs de begeleidsters zijn blij dat ze niet
vergeten worden.
Natuurlijk moet er
een groepsfoto genomen worden.
Bij de terugkeer loop
ik nog een papierzaak binnen en koop wat gekleurde linten om onze welfaretent
in kerstsfeer te zetten. Morgen krijgen we >hoog bezoek=!
vrijdag 22 december
2006
Ik weet niet wat de
weergoden bezielt om telkens uit te pakken met guur en beestig weer als
hooggeplaatste en weledelgeboren personaliteiten onze compound bezoeken. Is dit
een onmiskenbaar signaal van hemels ongenoegen ter bescherming van de kleine
man en Jan Soldaat ? Of hebben de hoge omes te weinig eieren naar Clara
gebracht? Het wordt een vast gegeven dat het weer in Tibnine
omslaat en ronduit slecht wordt bij ministerieel bezoek. Zo ook vandaag. Als de
helikopter met de eregasten landt op het platform waait er een enorme krachtige
wind zodat ze moeten >vechten= om tot het wachtend commando te komen. (...AHoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de
wind zichzelf een weg baant ...@) De neerplenzende regen heeft opgehouden
maar zwarte wolken aan de hemel voorspellen niet veel goeds. Toch moet het een
feestdag worden voor onze soldaten! In de keuken is Piet Huisentruyt
druk in de weer en zet onze koks aan het werk. Zal het zo lekker zijn als op
andere dagen?
De Heren Verhofstadt
en Flahaut, de ambassadeur, de generaals en
vertegenwoordigers van de pers krijgen een klassiek menu voorgeschoteld:
koffie, een briefing over ons kamp en onze missie (+ de stand van zaken),
waarna een bezoek aan een terrein volgt waar onze ontmijners
een demo geven. De meute persmensen gaat te keer of ze nog nooit een minister
gezien heeft, voor de vertegenwoordigers van de Libanese pers staat er geen rem
op, en meerdere keren word ik bijna onder de voet gelopen of weggedrumd. Terug in het kamp speelt zich een zelfde
scenario af in de messtent waar elke handdruk van de premier aan een soldaat
nijdig gedrum uitlokt om toch maar de beste foto te
hebben; of plots duikt iemand op voor je eigen camera, zonder zich te generen,
en hoeps, jouw foto mag je vergeten. Ik bespaar
jullie verdere beschrijvingen van het tafelgebeuren; valt te onthouden dat er
geen eretafel was, en geen bijzondere voorzieningen voor de gasten: een
plastiek bord en beker en bestek zoals altijd.
|
|
Na de gebruikelijke
toespraak waarbij wij er aan herinnerd worden hoe goed wij ons werk wel doen en
hoe ons land met fierheid toekijkt op onze missie, en na het gebruikelijk
cadeau - dit keer een mes/tang/schroevendraaier - zetten de hoge heren hun
bezoek verder aan het hospitaal. Tegen 15.00 uur, en na paar interviews aan TV-
en radioreporters reppen de heren zich naar de wachtende heli, nagestaard en
uitgewuifd door ons commando.
De bussen met de
andere genodigden waren al op weg naar Beiroet. Alleen Catherine en Kay Styles zouden >s avonds nog een nummertje ten beste geven. Piet H was er ondertussen in
geslaagd van een pandoer een rijdend restaurant te maken, en daar zat hij dan,
fier als een gieter, met helm en koksattrubuten, voor
een ritje door de compound.
zaterdag 23 december
- zondag 24 december 2006
Nu zijn de
voorbereidingen voor de komende kerstdagen volop aan de gang. Deze namiddag
brachten kinderen uit het weeshuis grote schalen met gebak, voor alle
militairen. Het zijn heerlijke koekjes met vijgen gevuld, een echte
delicatesse.
Aan de tentmuurtjes
in de mess zijn tekeningen opgehangen en wensen op kerstkaarten: enkele scholen
hebben het initiatief uitgewerkt om per klas onze militairen te bedenken met
een wenskaart of tekening. Er zijn echte kunstwerkjes bij, en het doet deugd de
eenvoudige zinnetjes te lezen die de kinderen er bij geschreven hebben. Zo zie
je maar dat een >kleinigheid= soms meer plezier bereidt dan grote >gestes=. Wij maken foto=s van deze versierde hoekjes en sturen die
naar de respectievelijke scholen met onze dank.
Ik vermoed dat onze
ministers, tijdens hun vlucht, nooit geweten hebben in welk heilig gezelschap
ze verkeerden. Aan boord waren niet meer of minder de heilige Familie aanwezig,
gesteund en geschraagd door enkele herders, en zelfs drie koningen maakten incognito
de reis mee.
Zodra de heli van
onze Premier en MOD (minister of defence) zich krap
zette tegen de dreigende wolken en koers zette richting Beiroet, kwamen de
verstekelingen te voorschijn. De hemel klaarde uit en het leek wel of de zon
even goede dag wou zeggen. Je ziet maar...
|
|
Vandaag krijgen onze
heiligen een ereplaats, dichtbij de versierde spar, onder een eenvoudig schuil
van camouflagedoek en houten laten. Met een viertal kerstrozen - iemand zorgde
voor een buitenkaars - en een spotlicht er bij mag onze kribbe gezien worden.
|
|
Kort na 17 uur opent
kolonel Herman >de= kerstmarkt van Tibnine.
Het is al donker en de vuurpotten en kleurige guirlandes toveren het
paradeplein in een onherkenbaar decor. Een zestal versierde tenten, allen om
ter mooist, zijn gastvrije herbergen waar niemand uitgesloten wordt, en waar
eten en drinken te vinden is, naar ieders kunnen. Zelfs het gelegenheidskoortje
dat straks de nachtmis opluistert zorgt voor een vrolijke noot en kan op ieders
bijval rekenen. Zijn niet alle Belufil-soldaten
zingende engelen die - met het ontmijnen, en opbouwen van compounds
en steun aan burgerinitiatieven, én met het hospitaal
en dienstverlening in de dorpen - Gods lof verkondigen en vrede op een stukje
aarde brengen dat Libanon heet?
|
|
Tegen 22.30 uur is de
kerstmarkt gedaan, en wie wil spoedt zich naar de kerk voor de nachtmis.
Niemand weet hoeveel
militairen zullen deelnemen, maar dan zie je ze komen, in kleine of grotere
groepen, en tussenin Poolse soldaten, en burgers uit Tibnine.
De kerk loopt vol en zelfs op het doksaal wordt elke stoel ingenomen. Jan
speelt klarinet en in afwachting dat de viering begint, en door de stille
ruimte klinkt de nasale klank van een fluit, een herderslied dat gedragen wordt
door ieders aandacht, een lied vol goede wil.
Met de tonen van Adeste fideles begint voor ons de
kerstnacht, eenieder verbonden met zijn geliefden thuis.
En als op het einde
elk koorlid zijn of haar rode kerstmuts opzet, en zingend de kerk ingaat AI wish you a merry Christmas and a happy new year@ worden handen geschud, zoenen gegeven, mensen omhelzen elkaar en lachende
ogen, soms gevuld met tranen, spreken van >zalig kerstfeest=.
Niemand die er bij
was zal ooit die kerstnacht in Tibnine vergeten!
maandag 25 december -
dinsdag 26 december 2006
Kerstmisdag verglijdt
sereen en waardig van de kalender: de viering in de kerk om 10 uur, de film >s namiddags na een heerlijke maaltijd, en >s avonds een bingospel met veel deelnemers zijn de ingrediënten.
In de nacht begint
het weer te regenen. Eerst waren er een paar druppels, voorzichtig neergevallen
op het tentzeil, die kregen het gezelschap van meer en meer, nadien dansten ze
onstuimig en uitgelaten op volle kracht in een ambiance die niet te beschrijven
is. Ik lig stil onder mijn dekbed, gelukkig omdat het tentzeil zijn werk doet en
ongenode gasten (regendruppels) buiten houdt. Ik luister naar het grandioze
spel vol afwisseling, en naarmate de wind de zeilen bolt, verandert het kleur
en de stemming. Plots dringt het tot mij door dat het niet voor iedereen zo wel
is: mijn heilige Familie, de herders en zelfs de koningen, zullen zich
tevergeefs schrap gezet hebben tegen de neervallende watermassa; van armoede
zullen zij het opgegeven een droge plek te zoeken, en ik zie ze in gedachten
naar elkaar staan staren, kletsnat, met water dat van ieders gezicht drupt,
dromend van drogere tijden.
Ik weet dat ik er
niets meer kan aan veranderen, maar die dinsdagmorgen ben ik er het eerst uit,
en in het schijnsel van de opkomende zon ontdoe ik ze allen van hun nat plunje.
Daar staan ze dan in hun nakie, met verkrampte spieren die met een draai aan de
vleugelmoeren soepeler worden. Met behulp van een paar piketters breng ik ze
onder in bunker 11: daar liggen ze dan, zij aan zij, uitgestrekt op karton, de
gezichten naar elkaar met een uitdrukking van herkenning en welbehagen. Hun
kledij breng ik naar de wasserij, waar lieftallige dames zich over ontfermen en
sorteren wat moet gewassen worden en wat alleen gedroogd.
Jammer dat dit heilig
gezelschap ons niet langer kon verblijden: wij zijn toch ook maar mensen.
woensdag 27 december
- donderdag 28 december 2006
Johannes en de
onschuldige Kinderen toveren Tibnine en de weidse
omgeving in een schitterend decor van pure zuiverheid en schoonheid: de eerste
sneeuw is gevallen.
|
|
Het tempo in ons kamp
vertraagt, zoals het verkeer op de wegen, en ieder zoekt een nieuw evenwicht.
De verre einder gaat schakeringsloos over in de
donkergrijze lucht; ook de zon is verdronken in de ijle sneeuwlucht, en doet
zelfs geen wanhopige poging er onder uit te komen.
Ik zoek mijn >Hermon=, maar ik vind hem niet; ik loopt de
straten en pleinen af en ik zie hem niet. (cfr.
Hooglied). AWachter aan de poort, heb jij de Hermon niet gezien ...@
vrijdag 29 december -
zaterdag 30 december 2006
We zouden naar de
markt gaan: Carlo die Kim opvolgt als RMO en ik.
Kolonel Walter vertelt
ons dat er een accident gebeurd is waarbij twee ontmijners
Franky en David gewond zijn. In het hospitaal heerst
een koortsachtige sfeer, en ook daarbuiten wordt niet gelachen. Om 11.30 uur
roept kolonel Herman alle manschappen samen, de mede-ontmijners
in de welfaretent apart, en geeft toelichting bij het gebeuren. Één van de
gekwetsten zal naar het hospitaal in Saida gebracht
worden, terwijl de andere bij ons geopereerd wordt. Het thuisfront wordt
verwittigd, medewerkers daar ontfermen zich over de families, terwijl wij hier,
RMO, BSR en Padré als psycho-sociaal
team de betrokkenen begeleiden en ondersteunen. Een accident blijft een
accident: geen kwestie van ondoordacht handelen, van verwaarlozen van de regels
bij het ontmijnen, van slordigheid of onachtzaamheid; wel: een gebeuren dat
niet te voorzien was, een toeval, een Aon-geluk@! Het worden lange spannende dagen; als er zo iets gebeurd merk je zelf hoe
kwetsbaar elk een is, maar ook hoe de rangen gesloten worden en een grote >verbonden-heid= bestaat.
Vandaag, zaterdag,
wordt Franky gerepatrieerd naar België. We horen
later dat de MOD en enkele generaals, samen met Familie, hem opwachten.
zondag 31 december
2006 - maandag 1 januari 2007
Tijdens de
zondagsviering worden enkele voorbeden gelezen voor onze twee vrienden Frank en
David. En Sinte Barbara wordt bedankt, want zegt een
soldaat mij, Awij moesten met nog veel meer haar feest
gevierd hebben begin december@. En inderdaad, naar mate de
gezondheidsberichten verspreid worden, ziet het er naar uit dat het al bij al
nog zal meevallen. De tijd heelt alle wonden, gelukkig zijn er geen >doden=.
>s Middags telefoneer ik mijn zus Bini (Yvonne) die jarig is. Ik feliciteer haar hartelijk,
ook al omdat ze eergisteren voor de tweede keer >grootmoeder= is geworden.
Alles staat nu in het
teken van het naderend jaareinde en van een nieuw jaar.
Wij krijgen terug
bezoek van de hoogste generaal uit het Belgische leger, de CHOD, en in zijn
gezelschap andere generaals en bezoekers. En wat verwacht je anders dan dat de
hemelsluizen weer open staan?! Drie keer is scheepsrecht, en zo zal het bezoek
van onze CHOD ook verlopen: in de regen!
|
|
Zijn komst is wat
verlaat omdat hij op de weg naar ons toe eerst David wil bezoeken in het
hospitaal van Saida. Hij arriveert iets na 17 uur, en
na de gebruikelijke begroetingen en voorstelling van het kaderpersoneel, gaat
hij naar het restaurant waar de eerste groep het feestmaal, een echte Libanese
maaltijd, gebruiken. Met een korte speech groet hij iedereen en op zijn beurt
bedankt hij elke speler in het theater voor zijn professionele aanpak en zijn
niet-aflatend engagement. Ook kolonel Herman komt aan het woord en nodigt
iedereen uit van de feestelijke avond te genieten, maar met respect voor alle
veiligheidsmaatregelen.
Na een kort bezoek
aan onze compound is de CHOD al weer op weg naar EnNaqoura,
naar het hoofdkwartier van Unifil. De andere gasten genieten van de maaltijd of
deinen mee met de jeugdigen op de tonen van een toffe muziekband, en dat er
ambiance is: dat moet niet gezegd worden.
Voor wie het rustig
ziet staat de welfaretent open, en met een lekker glas wijn wordt er gebabbeld
tot iedereen kort voor twaalven in de messtent samen is. Nieuwjaar wordt
ingezet met de hartelijkste wensen die met stevige omhelzingen, of vierdubbele
zoenen (naar het schijnt de gewoonte in Zuid-België) gepaard gaan.
Na een warm stortbad
in de eerste nieuwjaarsnacht duik ik mijn bed in. Nog eerst lees ik de eerste
bladzijde van de scheurkalender van Kerk en Leven: een eerste gebed in het
nieuwe jaar.
dinsdag 2 januari -
woensdag 3 januari 2007
Reeds vroeg in de
morgen troont de zon in een stralend blauwe hemel, en dat belooft: Pastoor
François Kattoura van Safad-elBatikh
nodigt mij uit voor een lunch, en een bezoek aan de christelijke dorpen in de
regio. Ik mag enkel vrienden meevragen; Carlo en kolonel Vincent zijn er graag
bij. Om 12 uur wacht abouna François ons op, samen
met de beheerder van zijn parochie, en eerst rijden wij naar zijn kerk in Safad die door een Israëlisch bombardement met de grond
gelijk gemaakt is. Wij klauteren over het puin, en zien de resten van het
altaar, de torenspits die de
gevel van de
priesterwoning neerhaalde, de auto die onder het puin bedolven is, een echte
ravage die niets meer overeind liet staan.
|
|
|
|
|
|
Ik las in het
tijdschrift AWerk van het Oosten@ een bijdrage over de Grieks-Katholieke kerk in
Libanon, en een heel interessant artikel van
patriarch Gregorius III die ik persoonlijk ken van toen hij nog
patriarchaal vicaris was in Jeruzalem. Ook was er een oproep tot de lezers om
de Melkietische kerk te steunen met een gift, want
door de laatste oorlog was veel schade toegebracht aan het kerkelijk
patrimonium. In bijlage ziet je enkele foto=s van de totaal verwoeste
|
|
kerk van Safad elBatikh.
Na de lunch die op
Libanese wijze rijkelijk en afgewisseld was, rijden we naar Barrachid.
Deze gemeente lag tot 2000 in een gebied dat Israël bezette. Zijn hoge ligging
was een uitstekende uitkijkpost over alle andere dorpen en beheerste de weidse
omgeving. Abouna Fadi Ziadé liet ons zijn prachtig kerkje zien, nu gerestaureerd,
een eerbiedwaardige plaats met een heel mooie
iconostase.
Van daar uit reden we
in oostelijke richting, tot bij de Israëlische grens, naar het dorp Marun rRas. Een uitkijkpost van
het Libanese leger en een UN-post zijn de laatste
punten voor de grens die beneden in de vallei loopt.
Van Marun rRas gaat het verder naar Rmeisch, een ander christelijk dorp waar alleen Maronieten
en Melkieten wonen.
Ondertussen horen we
heel wat over de streek, over de verhouding christenen-moslims,
over de invloed van Hezbollah, over de organisatie
van de Grieks-Katholieke gemeenschap, de opleiding
van haar priesters, enz.
het is voor mij één
van de boeiendste dagen sinds mijn verblijf in Tibnine,
en we maken een afspraak dat we volgende week vrijdag een bezoek zullen brengen
aan de bisschop van Tyrus, Mgr. Bacouni
Georges.
donderdag 4 januari -
zondag 7 januari 2007
Bezoek aan het
kasteel van Tibnine met een groepje dokters van het
hospitaal, een marktbezoek dat letterlijk en figuurlijk in het water valt door
overvloedige regen (er was geen enkel kraam!), een rustige zondag met als
uitschieter de goddelijke liturgie in Tibnine=s kerkje en de padré als gastpredikant, én natuurlijk de nieuwjaarswensen aan alle zussen en broer
(schoonbroers) die bij Yvonne samenkomen, enerzijds om haar verjaardag te
vieren (31.12), de verjaardag van haar echtgenoot en schoonbroer Marc, de
geboorte van Esmeralda die samen met mama Chris en
papa Karel van de partij zijn, en natuurlijk omwille van het nieuwe jaar. Ze
komen allen aan de telefoon, en de vraag die telkens weerkeert is: Ahoe stel je het daar én wanneer kom je naar huis?@
Ik moet er geen tekeningske bij maken om te zeggen hoe graag ik er bij had
willen zijn. Maar een opdracht moet voleindt worden, en eerlijk gezegd, ik ga
er ook voor. De laatste weken van normaal werken komen er aan; op 17 januari is
er de >medalparade=, dwz. dat iedereen een herdenkingsmedaille van
de UN krijgt, en deze plechtigheid heeft plaats in het prachtig kader van het
kasteel van Tibnine. Er is nog een ontmoetingsdag
gepland met het commando van de 19-de Brigade van het Libanese leger, ook
gestationeerd in Tibnine, en het allerlaatste bezoek
van categorie 2, dat zijn de commandanten van detachementen die hier een missie
uitvoeren.
In mijn laatste
dagboek zal ik vertellen over de weken die nu nog komen. Nog niet met stellige
zekerheid, maar naar alle waarschijnlijkheid keer ik terug op 6 februari. Ik
houd jullie op de hoogte.
Zo lievelingen, de
veertiende week is vandaag ingegaan. We kijken al uit om terug te keren naar
huis.
Ik groet jullie allen
hartelijk, moge het jullie allen goed gaan, ...
en God zegene en beware jullie.
Maä salamee
Renaat
DAGBOEK UIT TIBNINE
(06)
vrijdag 12 januari
2007
Na enkele doodgewone
dagen, zonder kleur of verve, staat abouna François
aan de wacht, met naast hem Gerios Touma, zijn rechterhand in Safad elBatikh, wiens huis ook volledig verwoest werd. Volgens
afspraak zouden wij vandaag naar Tyrus rijden, en een
bezoek brengen aan aartsbisschop Georges Bacouni.
Het is een stralende
dag, met een wolkeloze azuurblauwe hemel zoals je die alleen in vakantiefolders
vindt. Wij rijden in westelijke richting, doorheen Haddata
en Harissa en dan noordwestelijk, via Saddiqine en Qâna.
Aan de rand van de
weg en boven op de heuvels staan prachtige villa=s, waarvan sommigen niet moeten onderdoen voor het >Witte Huis=; het zijn pareltjes van architectuur:
enorme bouwwerken met kasteelallures en tezelfdertijd gracieus, ingewikkelde
dakconstructies met speelse torentjes; slanke gesculpteerde
zuilen schragen het portiek van twee etages hoog, hoge muren omringen het
geheel van waarachter een weelderige bomengroei laat vermoeden dat >het tuintje= ook niet mis is; lange lanen van soms
honderden meter lang met een snoer van bomen voeren naar een reusachtig hekwerk
dat toegang verleent ... tot het paradijs? De meeste villa=s zijn niet permanent bewoond, slechts enkele maanden per jaar, want de eigenaars
zijn handelaars en industriëlen die in Afrika of elders hun >boterhammeke= verdienen.
Het contrast tussen
de rijkdom die hier uitgestald wordt en het armzalige en primitieve dat ik zag
in de kleine dorpen vergeet ik nooit.
Tyrus
(soms gespeld Tiroes) of Sur is een oude havenstad
met 117.000 inwoners en districtshoofdstad in het zuiden van Libanon, gelegen
aan de Middellandse Zee. Ten noorden van de stad ligt Sidon.
Tyrus ligt op minder dan twintig kilometer van de
grens met Israël. De naam van de stad betekent 'rots'
Geschiedenis
De eerste bewijzen
voor het ontstaan van Tyrus dateren uit de 13e eeuw
v. Chr. De Oud-Griekse historicus Herodotus
verklaarde echter dat het gesticht werd in ongeveer 2700 v. Chr. Tyrus was toen een van de stadstaten van de Feniciërs.
Onder andere vanuit deze
stad verkenden de Feniciërs met hun schepen de kusten
van de Middellandse Zee. Zij stichtten her en der diverse koloniën. Wellicht de
bekendste Tyrische kolonie is Carthago.
De Tyriërs zaten zelfs tot in Rome, waar op het Forum
Boarum (veemarkt) reeds in de 7e eeuw v. Chr. Feniciërs zich schijnen te hebben gevestigd.
Van 586 v. Chr. tot
573 v. Chr. werd Tyrus belegerd door de Babylonische
koning Nebukadnezer, maar het lukte hem niet om Tyrus, dat toen nog een eiland was, in te nemen. Wel werd
een compromis bereikt waarbij Tyrus toch schatting
aan de Babyloniërs moest betalen.
Later kwam Tyrus, net als grote delen van het Midden-Oosten, in handen
van de Perzische Achaemeniden.
Oorspronkelijk was Tyrus dus gelegen op een eiland, zo'n 800 m uit de kust.
Toen Alexander de Grote in 333 v. Chr. met zijn leger de stad bereikte,
weigerden de inwoners zich aan hem te onderwerpen. Ze gingen ervan uit dat
Alexander geen maanden zou verspillen met het veroveren van een eilandje, en
tevens dachten de Tyriërs dat hun machtige
dochterstad Carthago hen wel te hulp zou snellen.
Aanvankelijk probeerde Alexander de stad in handen te krijgen door ze aan te
vallen met zijn vloot, maar de Feniciers waren heer
en meester op zee. De Tyriërs waren voorbereid op een
maandenlange belegering. Alexander besloot vervolgens een dam te maken die het
eiland met het vasteland zou verbinden, om aldus Tyrus
via 'het vaste land' te bestormen. De stad werd ingenomen, en de inwoners die
niet naar Carthago konden vluchten werden gevangen
genomen: de kinderen en vrouwen werden verkocht als slaven en de mannelijke
inwoners werden allen gekruisigd. Het is dus aan Alexander te danken dat Tyrus tegenwoordig een schiereland
is in plaats van een eiland.
In de Oudheid stond Tyrus bekend om de productie van een bijzondere kleur
purper, Tyrisch purper. Het werd gewonnen uit de
purperslak, een bepaalde zeeslak. De kleur bleef gereserveerd voor de koningen
en keizers, waaronder de Romeinse keizer.
Kort na de dood van
de heilige Stefanus werd er in Tyrus
een kerk gesticht. In 636 werd Tyrus door het
Arabische Rijk veroverd.
In 1124 werd het
veroverd door de kruisridders en ging het behoren tot het Koninkrijk Jeruzalem.
Na de val van Jeruzalem aan Saladin verplaatste de
zetel van het Koninkrijk Jeruzalem naar Akko, maar de
kroningen van nieuwe koningen werden in Tyrus
gehouden.
In 1291 veroverden de
Mamelukken Tyrus. In 1516
werd het door het Ottomaanse Rijk veroverd.
Na de Eerste
Wereldoorlog, toen troepen van het Franse vreemdelingenlegioen in Libanon
landden om de Britten te assisteren, ging de stad bij het Franse mandaatgebied
Libanon horen.
Tijdens de Israëlische-Libanese crisis van 2006 werd Tyrus zwaar getroffen door Israëlische bombardementen. (Wikipedia)
De ontmoeting met de Grieks-Katholieke aartsbisschop is zeer hartelijk;
blijkbaar weet hij al welk vlees hij in de kuip heeft (Abouna
Maurice zal hem wel over mij verteld hebben) en toch is hij sterk
geïnteresseerd in wat onze Belgische soldaten doen. Met vers geperst fruitsap,
zoetigheden en koffie én met zijn brede lach schenkt
hij deugddoende gastvrijheid, zoals je die alleen in het Oosten kunt ervaren.
Hij wordt heel ernstig als hij spreekt over het lijden van de christenen die in
de regio een minderheid zijn; over de schade die ze opliepen aan huizen en
kerken, over de >vlucht= van christenen naar Beiroet of naar het buitenland, over de schijnbaar
probleemloze samenleving met moslims, over kleine en grote pesterijen, ...
|
|
|
|
|
|
Hij laat mij een
presentatie zien over de gevolgen van de juli-oorlog.
Het is een triest document van vernieling en dood. Ik krijg een exemplaar mee,
een getuigenis om in België te laten zien.
Nadien bezoeken we
zijn kathedraal waar opgravingen onder het koor wijzen op resten uit de
Byzantijnse periode.
Ik laat hem het
nummer zien van >Werk voor het Oosten= (een tijdschrift met een
Nederlands- en een Franstalige editie van een Belgische organisatie) waarin
patriarch Gregorios III een bijdrage schreef, en
waarin een oproep gedaan wordt om de bisschop te steunen bij de heropbouw van
vernielde en beschadigde kerken, onder meer die van Safad
alBatikh. Hij vraagt mij enkele Franstalige
exemplaren. In augustus brengt de aartsbisschop een kort bezoek aan ons land,
en hij zal mij op de hoogte houden van zijn komst.
Het zou natuurlijk
fijn zijn mochten we hem bij deze gelegenheid een som kunnen overhandigen om de
nood in zijn bisdom te helpen lenigen. Het is voor mij een uitdaging om in ons
land, in samenwerking met het >Werk voor het Oosten=, én met jullie allen, de handen in elkaar te
slaan ... en er werk van te maken. Ik geef jullie in elk geval het
rekeningnummer mee: >Werk voor het Oosten=, Maria van Bourgondiëstraat 8, 1050 Brussel -
000-0340612-45 met vermelding Ahulp voor de Melkitische
kerk@. Vanaf 40 i krijg je een attest. Je hoort nog van mij!
Abouna François, een geboren en getogen >Tyriër, neemt mij na het bezoek mee in de oude
havenstad. Het is heerlijk de zeelijn te overschouwen
richting Sidon, nog zo een bijbelse
stad met een interessant verleden. De kleine pittoreske haven boeit mij: boten
varen in en uit, enkele vissers zijn hun netten aan het herstellen, verderop de
kade staat een groepje mannen, luidruchtig en met heftige gebaren te
discussiëren terwijl een viertal anderen, rustig hun waterpijp rokend, zich
niet storen aan het kabaal. In een primitief café, naast een kleine
scheepswerf, spelen verwoede kaarters op leven en dood. In het midden van de
havenkom, bereikbaar via een kleine pier, staat een Mariakapel. Voor velen is
Zij nog de >Ster der Zee=, en niet alleen voor christenen.
|
|