Een getuigenverslag
... " Wat was mijn
vreugde groot,
toen mij de boodschap
klonk :
wij gaan tezamen op
waar God hoogheilig
woont " ...

UIT-TOCHT 2009
... in de voetstappen
van Mozes ...
15 april tot 29 april
Egypte - Jordanië –
Israël
REISVERSLAG
UITTOCHT 2009 - EGYPTE - JORDANIË - ISRAËL
Dag 1 -
V
De lang gekoesterde droom: eens het
Heilig Land te zien, te stappen in de voetsporen van Jezus, onze Heer en
Heiland, gaat eindelijk zijn voldoening krijgen. God zij gedankt voor deze
genadevolle pelgrimstocht !
Bernadette,
al meer dan dertig jaar mijn levensgezellin en echtgenote, en ikzelf, Willy
gaan deze uitdaging en zeker ook avontuurlijke reis aan - in gezelschap van
onze reisbegeleider, priester en voorganger Padré
Om 4u 40 wordt de autorit naar
Zaventem aangevat. Onze Jo houdt er een goede vaart op na, zodat we ruim voor
het aangegeven uur ter plaatse zijn en wij met onze valiezen en rugzakken in de
hal kunnen binnenstappen, na vanzelfsprekend afscheid genomen te heb
En dan beginnen we aan een ongekende
en onverwachte trek door de
Eindelijk is het zover: even voor 7u
mogen we ons vliegtuig betreden en onze plaatsen heel achter in het toestel
innemen. Het is een middelgroot toestel (twee motorig) dat om 7u 15 opstijgt en
ons na een goede 50 minuten weer naar de aarde terugbrengt. Dan begint weer een
geren naar de andere zijde van de
De alpen kunnen we perfect zien met hun
besneeuwde toppen, overgoten met stralende zon. Wat een prachtige
kleurschakeringen. Af en toe krijgen we schaapjes-wolken, dus wolken met
krulletjes; enig mooi ! We vliegen verder over Italiaanse en Griekse
berglandschappen en natuurlijk ook dwars over de Middellandse zee. Echt
spannend wordt het als onze reuze vogel zijn landing aanvat op een
In de
We
vallen van de ene sensatie in de anderen: we logeren in een heel groot hotel,
gebouwen gelegen in een groot park met meer dan 200 kamers. Bernadette en ik
logeren in kamer 803. Goed en gerieflijk ingericht; wel geen overdreven luxe,
toch net en mooi. Ook het avondeten valt ons best in de smaak met een lekkere,
frisse Stella, niet uit Leuven maar hier ter plaatse gebrouwen. Excellent
biertje! Na een korte avondwandeling door het verlichte park gaan we voldaan
over deze eerste reisdag onze bedstee opzoeken. Wel te rusten aan alle
reisgezellen !
Dag 2 -
Bezoek aan de piramides, de Koptische wijk, het Egyptisch Museum: 16 april
Wij ontwaken na een deugddoende
nachtrust; inslapen duurde wel even omdat de voorbijrijdende truckers op de weg
vlak tegen ons park-hotel zo intens claxonneerde, maar Klaas Vaak kreeg de
overmacht. Ons reiswekkertje wekt ons precies op het gevraagde uur. Na een
verkwikkend bad begeven we ons naar de ontbijtzaal. Er is daar al veel volk bij
het ontbijt-buffet, maar we komen nog
goed
aan ons trekken, want er is keuze te over. Ik open met een lekkere cassisdrank
en een croissant. Daarna neem ik nog enkele broodjes met honing en marmelade.
Ik sluit met enkele heerlijke gebakjes en een stuk fruit. Bernadette en ik
halen onze rugzakken voor de daguitstap naar de piramides en andere
bezienswaardigheden. We beginnen met de piramides. We bewonderen eerst die van
Cheops, 137 meter hoog, dan volgt die van Chephren, 136 meter en tenslotte die
van Mycerinos met zijn 62 meter en het is niet direct te merken dat deze
laatste veel kleiner is omdat deze hoger op de zandheuvel van dit
woestijnachtig veld staat. Zij staan alle drie mooi in 't gelid en ik heb er
ook een schone foto van kunnen maken. Achter Cheops aan staan nog drie
minipiramides: het schijnt dat deze de graftombes waren van de rouwen van de
farao. De piramides zijn indrukwekkende constructies als men er vlak bij staat.
Ik
elkaar
gestapeld? Het moet liters zweet, bloed en tranen doen vloeien heb
Onze
bus brengt ons terug
De grafkamers daar in de buurt en
rondom de sfinx gebouwd zijn ook weer sensationeel, niet te begrijpen hoe
mensen in die tijd zo'n reuzeblokken konden versjouwen, blokken van wel 10
meters
lengte
en manshoog. Onvoorstelbaar wat een karwei en met wat voor soort touwen of
riemen werden die tonnenzware blokken opgehesen. Dergelijke vragen komen
spontaan bij mij op en ik krijg
er ook
geen zinnig antwoord op. Maar ik sta echt perplex. Het moeten wel reuzen
geweest zijn, die mensen van toen ?
Na ons bezoek aan de piramides en de
Sfinx met grafkamers brengt onze bus ons naar de wijk van de Kopten in de oude
binnenstad van Kaïro. De Kopten vormden eertijds de eerste christen
gemeenschappen van de jonge Kerk. Hier bezoeken wij enkele oude maar prachtige
kerkjes in diep gelegen straatjes. Wij pelgrims mogen er een kijkje komen nemen
maar slechts per twee en dan maar enkele minuutjes omdat deze Koptische
christenen juist in deze week hun Paasfeest vieren. In deze wijk heeft volgens de overlevering de Heilige
Familie een onderkomen gevonden tijdens hun v
We
verlaten de Koptenwijk en begeven ons per bus naar een toeristisch restaurant
even verder op voor de middag lunch, ook buffet zelfbediening. Dan beginnen we
aan ons namiddagprogramma. We bezoeken het wereldberoemde Egyptisch Museum waar
hoofdzakelijk de pronkstukken van de Farao's ondergebracht werden. Onze gids, geboren
in Caïro geeft ons bij de belangrijkste schatten en kunstwerken een uitvoerige
uitleg. Vele kostbare voorwerpen staan goed afgeschermd in vitrines en kasten.
Het is haast niet te overschouwen: gangen en zalen volgestouwd met allerlei
ornamenten, papyrussen, juwelen en sieraden. Er zouden zich 150.000 voorwerpen
in dit museum bevinden en dit wil ik wel geloven. Wat bovenal te bewonderen is,
dat zijn de koningsbeelden, de granieten sfinxen, de figuren uit het Dodenrijk,
de lijkwaden en de grafgeschenken. Zeer beroemd is de strijdwagen van
Thoetankamon (uit het graf van het Dal der Koningen), zijn dodenmasker en de
prachtige lijkkist die 225 kilo weegt en van massief goud is. We lopen over 2
verdiepingen ruim 2 uur zaal in, zaal uit, door gangen en traphuizen.
Onbeschrijfelijk wat we hier allemaal te zien en te bewonderen krijgen: de luxe
van de Farao's is adem
Op een signaal van Padré Renaat
begeven wij ons naar onze bus, die ons in het centrum van Kaïro brengt. En het
was de bedoeling dat we een of andere markt zouden bezoeken, maar de meesten
onder ons willen ingaan op het alternatief: een bezoek aan de moskee van sultan
Hassan. Deze werd in de 14de eeuw gebouwd. Het is de grootste van Kaïro en zijn
minaret steekt 81,6 meter in de hoogte. Om de moskee te bezoeken moeten we ons
van ons schoeisel ontdoen. De schoenen worden per nummer in een open kastje
gezet. Onze gids heeft ook hier een overvloeiende uitleg en er wordt zeer
aandachtig geluisterd. Blijkbaar weten de meesten onder ons niet zoveel over de
moslimgeschiedenis en hun levensvisie. En hier vernemen we nu toch interessante
dingen, ook over de inrichting van de moskee, de gebedstijden en de
moslimscholen. Bij de uitgang krijgt iedereen zijn schoeisel terug mits de
gebruikelijk fooi. Als we terug op straat staan en nog even omkijken zien we
dat deze moskee er echt als een vesting uitziet en dat het een bolwerk moet
geweest zijn in oorlogstijd.
Bij de terugrit naar ons hotel moeten
we weer dwars door de grootstad en dat vergt zijn tijd, zeker op dit spitsuur. Maar toch houden we nog even
halt bij het Papyrusmuseum. Hier wordt ons gedemonstreerd hoe en van welke
materialen het beroemde Egyptisch papyrus gefabriceerd wordt. Eigenlijk lijkt
het niet zo ingewikkeld maar men moet de juiste bewerkingen en droogtijden
keurig uitvoeren. Het is een echte kunst en er zijn schitterende resultaten te
bewonderen in dit museum. De kostprijs is dan ook zeer gevarieerd en er de
juiste waarde aan geven is niet aan mij besteed.
Een halfuurtje rijden en we zijn weer
op hotel. Na een stevig avondmaal komen we met Padré Renaat nog even samen voor
een bezinningsmoment en een gebed. Wel te rusten ! Het was een vermoeiende dag,
maar zeer verrijkend en boeiend !
Dag 3 -
Van Kaïro naar de Sinaï : 17 april
Het wordt een heel lange dagrit, echt
een uittocht richting Suez en door de Kanaaltunnel; daar gaat het nadien langs
de golf van Suez in zuidelijke en meer oostelijke richting. Onderweg lunchen we
in een restaurant mooi gelegen aan de zuiver blauwe golf. Na de maaltijd is er
nog gelegenheid om van op het terras enkele foto's in te blikken. En dan vervolgen
we onze rit door het zuiden van de Sinaïwoestijn. Die woestijn neemt zeer
wisselvallige en grillige gedaanten aan: nu eens zandvlakte, dan weer
rotsmassieven of versteende duinen. Meestal dor en droog, onbewoond gebied
lijkt me!
Eindelijk, na een schijnbaar niet
eindigende busrit, komen we in de omgeving van het zo beroemde Sint
Catharinaklooster. Op die plaats hoorde Mozes Jahweh spreken in een brandende
braamstruik. Maar daar komen we morgen een kijkje nemen. Wij logeren voor deze
nacht een weinig verder. De kamers worden toegewezen en onze valiezen gedragen
tot aan de voordeur van ons appartementje op dit nogal geaccidenteerd
woonterrein. Er volgt ons nog een goed avondmaal en dan op tijd naar bed, want
het was een vermoeiende busreis. En voor 9 bergwandelaars volgt straks de klim
naar de Horeb, ook de Mozesberg genoemd. Intussen 'wel te rusten!'
Dag 4 -
De beklimming van de Horeb : nachtelijke bergwandeling : 18 april
Na een erg korte nachtrust worden de 9
gegadigden al om 1 uur gewekt. Vlug aankleden, nog enkele
Er is
gezorgd voor een berggids, want politie en bedoeïenen zien erop toe dat niemand
zonder gids de bergen ingaat. Onze gids heet Mohammed en is een bedoeïen van de
streek, die bijna dagelijks deze bergtocht onderneemt. Hij is een jonge man van
ergens in de twintig, denk ik; een stevige kerel in typisch bedoeïense
klederdracht nl. een lange broek met daarover een blauwachtig kleed, een
lederen vest tegen wind en kou, een bedoeïenen sjaal-doek in de hals en platte
turnpantoffels.
Als we door het checkpoint gekomen
zijn wordt er met onze gids een groepssignaal afgesproken dat als volgt klinkt:
“Mohammed ! Nefertete !” Het wordt enkele keren uitgeprobeerd en met een vurige
roep beginnen we aan onze nachtelijk klimpartij :”Mohammed ! Nefertete !”

Het
wordt een tocht van min of meer 3 uren klimmen over grind, zand, steengruis,
keien, steenbrokken, rotstrappen; kom in één woord vulkanisch gebied met zeer
grillige wandelpaden. De Horeb is zowat de hoogste berg van het Sinaïgebergte
met een hoogte van 2.285 meter. De deelnemers moeten alleszins een
hoogteverschil van meer dan 600 meter overwinnen en het stijgingspercentage is
zeer wisselvallig, vals plat is er zelden te bewandelen. Onze gids houdt er van
in het begin al een gezwind tempo op na. En na een tiental minuten moet ik
teken geven dat het tempo een versnelling te hoog ligt voor mij en daar heeft
onze bedoeïen oren naar. Hij voegt een korte pauze in, zodat ik toch even op
adem kan komen. Maar even verder begint het echte klimwerk met veel draaien en
keren en met een serieus stijgingspercentage. Af en toe moet ik een slokje
drinken want de woestijnwind doet de lippen, de mond en de keel al vlug droog
staan. Overal langs de klimroute staan bedoeïenen met hun kamelen en roepen
niet aflatend naar ons, klimmers : “Camel, camel, good camel!”
Maar op een kameel wil ik de Mozesberg
niet bestijgen. Ik wil zoals Mozes eens deed : op eigen vermogen deze voettocht
tot een soort Calvarietocht maken. Gelukkig na een halfuur klimmen en nat van
het zweet – ik heb mij iets te warm aan gekleed – komt de eerste verlichte
rusthut in zicht. Menslief, wat gaat dat nog voor mij worden! Wij zijn nog maar
goed over de voet van de berg. Maar opgeven wil ik zeker niet. Jahweh moet me
maar naar boven trekken. De beklimming gaat gestaag verder; tientallen andere
groepen stappen wij voorbij of halen ons groepje in. Hier en daar wordt de klim
wat afgeremd omdat er meer kamelen op pad gekomen zijn en er nog bijkomende
hindernissen opduiken: kering of versmalling van het bergpad, hoge trapblokken.
Stilaan kan ik het tempo van onze bedoeïen niet meer volgen. Ik laat hem dan
maar gaan en tracht op mijn eigen tempo hogerop te komen. Mijn wandelstok geeft
me ook wel een goed steuntje zodat ik wat steviger sta en niet struikel.
Gelukkig komt er achter mij Gemma, een vrouw uit ons groepje, die al heel wat
ervaring heeft in bergbeklimming volgens ze mij vertelt, en geeft me af en toe
een ruggesteuntje waar ik het op de trappen wat moeilijker heb. Gemma hoort mij
natuurlijk ook zuchten en kreunen en leert mij hoe ik beter mijn ademhaling kan
regelen zodat ik meer zuurstof kan opsnuiven: de longen helemaal laten vollopen
en dan snel uitademen! En dan maar verder zonder overhaasting. Ge komt er wel !
En het lukt mij weer voldoende zuurstof op te nemen.
En daar wat verder zien we de tweede
rusthut oplichten. We gaan wat rusten. Veel kan ik niet vertellen, terwijl de
anderen eten en drinken en lachen. Zij heb
Dit
geeft me weer wat nieuwe moed en energie. De halve maansikkel die achter een
bergtop te voorschijn komt is zo lief ons ook wat bij te lichten. Zij maakt
onze nachtelijke tocht nog wijdingsvoller. De grote en kleine beer houden ons
ook gezelschap en wijzen ons weer het noorden aan. Ver weg in noord-westelijke
richting moet Vlaanderen nu ook te slapen liggen. Even denk ik aan thuis en
mijn dierbaren. En boven onze hoofden fonkelen duizenden sterren en maken van
dit gebeuren hier
We
komen aan bij de derde verlichte blokhut en nu beslist halfweg onze klim. Even
rust... Wat eten en drinken. En niet getreuzeld ! Onze gids roept : “Mohammed”;
en als uit één mond “Nefertete !” We zijn weer op pad. Gelukkig is het tempo er
bij de koplopers ook wat uit en nu kan ik ze weer volgen. We zijn nu ook bezig
aan het steilste gedeelte van onze klim. Als we in een brede bocht
achterom
kijken zien we nog veel volk naar boven komen met hun lichtjes op het hoofd of
in de hand als in een kaarsjesprocessie te Lourdes. Onvoorstelbaar mooi !
Bij het
vierde en laatste deel van de beklimming gaan de kamelen niet meer mee. Te
moeilijk en te gevaarlijk voor mens en dier. De kamelen krijgen dan ook platte
rust ergens aan de kant. Wij zwoegen verder om ons persoontje nog wat op te
hemelen. Het is evenwel voortdurend goed uitkijken, want er komen trappen en
rotsformaties waar we moeten over klauteren. Mijn engelbewaarder volgt me nog altijd
en licht me goed bij en waar het moeilijk wordt om het eigen gewicht (80kg)
naar boven te hijsen geeft Gemma nog wel een extra ruggensteun. Wat een
sterke
vrouw !
Bij een volgende draai zien we een
oplichtende streep in de nog donkere
Het is 4u 40. Onze klimpartij heeft
ongeveer 2 uur 40 geduurd, waar 3 uur was vooropgesteld. Het is nog een dik
half uur wachten vooraleer de zon boven de horizon zal uitklimmen. Ik zoek mij
een goede uitkijkpost want er komt hoe langer hoe meer volk. Die goede
uitkijkpost vind ik op een richel van een betonnen materiaalhut dat mij ook
rugdekking biedt, zodat ik min of meer beschutting heb tegen de nogal ruige
bergwind die schijnt van alle kanten te blazen. Nu kan ik mijn volle aandacht
richten op het lichtschijnsel in het oosten. Een oranje-rode lichtband vormt
een prachtige loper van noord naar zuid waarop de zon mag voortschrijden.
Stilaan lijkt die banderol op een wordende regenboog, die langzaam in
kleursterkte toeneemt. Vol spanning wacht ik op het eerste rode puntje van de
zonneschijf. Het is al goed te zien waar de zon precies zal doorbreken en aan
zijn klim zal beginnen. Intussen wordt het 5u 10. Ik heb al enkele foto's
geklikt. Lang kan het nu niet meer duren Om 5u 12 zie ik de bovenrand van de
zon als een rood mutsje door de nevel-sluier priemen. En dan gaat het
onverwacht snel: eerst als een rood gezicht en dan de volledig rode zonnebol
die binnen de twee minuten boven de bergkam klimt. Wat een heerlijk schouwspel
!
De
morgenster, die enkele minuten voor zonsopgang nog helder te blinken stond
samen met de halve maansikkel is snel verbleekt en niet meer te bespeuren. Ook
de maan is erg verbleekt maar blijft nog enige tijd het licht van de zon
weerkaatsen.
De zon rees uit de duisternis en
verlicht nu prachtig de flanken van de Horeb en de omliggende bergwanden.
Christus verrees uit zijn graf en werd aldus het Licht van de wereld dat nooit
meer kan gedoofd worden. Glorie aan God. Halleluja ! En ik denk daarbij ook
aan alle mensen, waar dan ook op onze wereldbol en wens hen toe wat de engelen
boven Bethlehem zongen: “Vrede op aarde aan alle mensen die van goede wille
zijn !”
De
afdaling van de Horeb: Op het afgesproken signaal van onze
berggids gaat van start ongeveer een half uur na zonsopgang. Het is nu klare
dag en bij de afdaling worden geen al te grote moeilijkheden voorzegd.
Iedereen houdt er een eigen tempo op na, en onze gids neemt het voortouw, soms
ook om wat af te remmen want nu kan ik met de snelste mee naar
We komen allen zonder blutsen of
schrammen weer bij het Catharinaklooster; iedereen lijkt opgetogen met deze
toch wel unieke ervaring en de schitterende zonsopgang. Padré Renaat komt ons
allen hartelijk verwelkomen en wenst ons 'proficiat' met het geleverde
exploot. We nemen hier ook afscheid van onze vriendelijke en goede berggids
en bedanken hem voor zijn goede leiding. We stappen weer op de bus, die ons
terugbrengt naar ons hotel. Daar worden we eveneens hartelijk verwelkomd door
onze medepelgrims, die ons nieuwsgierig uitvragen over ons nachtelijk avontuur.
Vervolg
dag 4 - Busrit via Nuweiba naar Aquaba en Wadi Ram in Jordanië : 18 april
Een flinke douche en een goed ontbijt
knappen mij weer wat op van deze toch wel krachten slopende bergbeklimming.
Maar ik
Eenmaal ons groepje binnen de muren
raakt verzamelt Padré Renaat ons eerst bij de plaats waar de braamstruik nog te
bewonderen staat en Mozes zich van zijn schoeisel ontdeed omdat Jahweh zich
deze plaats toe geheiligd had en aan Mozes een voorname opdracht toevertrouwde
die heel zijn leven onderste boven zou zetten in dienst van het uitverkoren
volk van Israël. We krijgen hier ook een passend kaartje met treffende tekst
over deze wondere struik, maar niemand kan of
durft
beweren dat deze nog afstamt uit de tijd van Mozes. Hoe dan ook, het is
merkwaardig dat deze struik op deze binnenkoer in leven blijft in echt weinig
aarde, zo goed als ingemuurd.
Dan begeven we ons tussen de honderden
bezoekers schoorvoetend naar de kloosterkerk. Deze is in Grieks-byzantijnse
bouwstijl opgetrokken en dateert uit de 6-de eeuw. Er bevinden zich ontelbare
mozaïeken en iconen. Ze staan of hangen op de iconostase of tegen de wanden
maar zijn bedekt met een aanzienlijke stoflaag waardoor ze wat van hun
schoonheid inboeten. Toch nog de moeite waard.
Wegens
de grote volktoeloop is onze doorlooptijd nogal beperkt en verlaten we al
spoedig langs een zijdeur weer de kerk. Omdat we nog een heel lange busrit voor
de wielen krijgen wil onze begeleider het hierbij houden en gaat het al vlug
terug naar onze opstapplaats.
Tegen 12uur zitten we in onze bus voor
weer een heel lange dagrit naar onze overnachtingsplaats Wadi Ram in Jordanië.
We rijden door zanderige en steenachtige woestijnen, grillige rotsformaties in
alle kleuren, meestal roze en bruin, soms ook groen en zelfs koolzwart. Dit is
ongetwijfeld oud vulkanisch gebied waar we dwars door rijden richting Nuweiba
aan de golf van Akaba. Vanaf Nuweiba gaat het in noord-oostelijke richting om
via de zuidpunt van Israël door te reizen naar Jordanië. We moeten dus
meerdere grensposten achtereen doorkomen en dat betekent checkpoints bij het
verlaten van Egypte, het binnenkomen van Israël, het verlaten van Israël en het
binnenkomen van Jordanië. Voor een tiental kilometers op Israëlitisch grondgebied
wordt er van bus gewisseld. En eens over de Jordaanse grens krijgen we daar
een Jordaanse bus. Dus aan afwisseling geen gebrek. Maar we laten ons dit overkomen
ofschoon we hiermee toch enkele uren verspelen. Wij krijgen als compensatie een
lekkere smos en wat verfrissend drinken. Zo komen we dan tegen valavond in
Jordanië. De straatverlichting is overal ontstoken en dat maakt het nog even
romantisch tot het helemaal donker wordt en we in een gebied rijden waar nog
maar weinig verlichting te bespeuren is. Onze chauffeur moet over een
nauwkeurige
Daar worden we vriendelijk onthaald en
wordt ons nog een barbecue-buffet aangeboden. Maar echt veel eten doe ik niet.
Daar
Dag 5 -
Woestijntocht in jeeps en bezoek aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs : 19
april
Ik
zover:
eerst een rood bisschopsmutsje, dan het rood gezicht van een kardinaal en
eindelijk als een bloedrode hostie. Wat een overrompelende zonsopgang. De
mooiste wel uit heel mijn leven. En deze mag ik hier in Wadi Ram, in de
woestijn beleven, staande op een opgehoogde zandhoop. Heeft dan niemand anders
dit wonder zien gebeuren? Ik heb hier ook even met ontroering de herinnering
aan ons Rein
De werkelijkheid is zoveel mooier.
Mijn God, hoe schoon dit morgenvuur voor een warme lentedag aangestoken ! Na
een smakelijk ontbijt aan tafels in open
Maar in
die haast wordt er een medepelgrim over het hoofdgezien. Maar Marie-Alice weet
zich te redden met autostop en achterhaalt al snel onze bus. En alle schaapjes
zitten weer in de kooi.
Na een
kwartiertje rijden komen we bij een soort station, waar af en toe wel een trein
moet langs komen want er zijn sporen die er naartoe leiden. Maar bij dit
station staan nog andere gebouwen waar allerlei diensten in zijn ondergebracht.
Zo ook de diensten voor een rondrit met jeeps door de woestijn. En daar gaan
we nu aan beginnen. Ons reisgezelschap wordt verdeeld over 4 jeeps en ook onze
Jordaanse gids Antoine begeleid onze woestijnverkenning.
Hier en
daar wordt een tijdje halt gehouden om wat mooie plaatjes in te blikken, of om
man- of vrouwlief een plaats te geven bij een woestijnstruik of rotsformatie. En
dan hotsen wij op de jeepbanken verder naar een volgende stopplaats. Zo komen
we bij een rotswand vol oude inscripties. Volgens onze gids dateren deze uit de
tijd van de Nabateeërs die de karavaanroutes door de woestijn onder hun
controle hadden. Nu zien we van dichtbij dat de woestijn niet enkel zand is –
wel is waar zijn het dorre en schrale vlakten en bergformaties, hier overwegend
roze, granietachtige gesteenten - maar er is een zekere plantengroei, struiken,
lage bomen, ook een soort houterig gras en ik
Wat mij
nog meer verbaast is dat er nederzettingen van mensen in deze woestijn te
vinden zijn en het is me een vraag waar zij hun water vandaan halen, want een
oase viel er hier nergens te bespeuren. Bij een van onze stopplaatsen hield ook
een kleine trekkerskaravaan halt en gaven hun kamelen platte rust. Even verder
heb
Arabië,
waar de held uit het verhaal ook een gedenkplaat gekregen heeft als vriend van
de Arabieren. Tenslotte na anderhalf uur toeren door de woestijn brengen de
vier jeeps ons terug naar de bus.
We zijn
weer een ervaring rijker en kunnen alleen nog meer bewondering heb
Bezoek
aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs
Ze ligt
verscholen in het Edomgebergte. We bewonderen er de in de rots uitgekapte
graven van allerlei grootheden en ook van de gewone man van het Nabateese
volk. Onze Jordaanse gids Antoine komt hier echt goed op dreef en is zo
uitvoerig in zijn commentaar dat de voorziene tijd voor de onze wandeling door
deze dodenstad wel eens zo lang wordt. Het is ook onvoorstelbaar als ge dit
niet
gezien hebt. Het is een kilometer lange dodengang met graven in rotsen en
bergwanden uitgehouwen of in reuze sarcofagen onder gebracht. Voor hun koningen
en hoogwaardigheidsbekleders zijn er mausolea's en tempels opgericht, en het
grote pronkstuk is wel de tempel die wij bijna een kerk zouden gaan noemen, met een voorgevel
als van een kathedraal. En dan is er ook nog het grote amfitheater waar de
afscheidsvieringen van koningen en andere grootheden gehouden werden. Het geheel is een bizarre en vreemde wereld
voor ons, en toch ook niet. Dat volk getuigde door hun grote eerbied voor hun
afgestorvenen dat er leven is na de dood en dat zij het welzijn van hun
stamgenoten - door een goede aankomst in het hiernamaals - konden helpen
verhaasten. Het is een boeiende maar zeer vermoeiende rondgang door deze
dodenstad want de zon brandt op onze koppen en lijven, daarbij heb ik mijn hoofddeksel
in de bus vergeten. Goed dat er ook heel wat schaduw is en er af en toe ook een
verfrissend windje blaast. Nu blijft er ons nog de lange weg terug, maar hier
en daar kan ik het niet nalaten sommigen graven en tempels nog eens uit andere
hoek te bewonderen. Petra is niet alleen een stad van en voor doden, maar ook
voor de levenden nu!
Onze
bus klimt uit de put van Petra en brengt ons naar ons hotel, hoog boven de
stad, als ware het een arendsnest. Terwijl we ons naar het avondmaal begeven
kunnen we vanuit de zitruimten nog een prachtige zonsondergang bewonderen.
Smakelijk eten en voor later 'slaap lekker!'
Dag 6 -
Naar Madaba, over de Neboberg naar Amman : 20 april
“Goede
morgen, lieve schat. Goed geslapen?”Ja, het was een goed hotel daar in Petra.
We zijn weer monter en fit. En er komt weer een dag waar pit in zit ! Van Petra
rijden we aanvankelijk in noord-oostelijke richting om nadien een grotere
autobaan te volgen richting Amman. Het wordt ook vandaag een behoorlijk lange
rit door woestijnlandschappen wat heuvelachtig maar tamelijk vlak. Indien hier
een goede bevloeiïng kon aangelegd worden zou er best aan landbouw kunnen
gedaan worden; nog blijft alles dor en onvruchtbaar. De gemiddelde jaarlijkse
neerslag bedraagt amper 8mm. Vergelijk dit bij ons in Vlaanderen. Heb
Onderweg
wordt er gepauseerd om iets te eten of te drinken en om andere plagerijen te
verhelpen. Als Madaba wenkt slaan we toch een zijweg in richting Neboberg. We
komen daar iets later toe dan gepland en aldus kan de Eucharistieviering hier
niet meer doorgaan. Want iedere groep krijgt hier een bepaalde tijd. Padré
Renaat houdt dan hier een korte bezinning over het gebeuren dat zich hier aan
Mozes voltrok. Hij mocht wel het Beloofde Land schouwen maar er niet binnengaan
omdat hij wegens het morrende volk aan Jahweh’s goedheid had getwijfeld. Hij is
op deze berg dan ook gestorven. We doorlopen daarna de hele site: een kerk in
opbouw en andere bezienswaardig- heden zoals verschillende mooie mozaïekvloeren
die vermaard zijn in deze streek.
Het
uitzicht op het weidse panorama valt erg tegen wegens de neerdwarrelende
zandnevel in de Jordaanvallei. We dalen weer af en komen in Madaba waar we de
inwendige mens nog eens wat op peil gaan krikken. Na die weldaad gaan we de
beroemde oude mozaïekkaart van het heilig Land bestuderen in een vergaderzaal
bij de Grieks-orthodoxe gemeenschap gevestigd hier in Madaba. Onze gids Antoine
weet er alles van en geeft deskundige toelichting. Daarna bezoeken we
natuurlijk ook de fraaie basiliek met illustere mozaïeken en hoe kan het anders
een overvloed aan iconen.
Na ons
bezoek aan Madaba stevenen we onverwijld af op de hoofdstad van Jordanië. We
gaan er logeren in een buitenwijk van Amman, logeren in de nabijheid van het
koninklijk domein dat op elk torentje of kanteel bemand is met een gewapende
soldaat. Maar wij zijn 'goe volk' en heb
Dag 7 -
Bezoek aan de Romeinse ruïnes van Jerash en doorreis naar Nazareth : 21 april
Na ons
ontbijt maken we eerst een rondrit door het oude Amman met Citadel en het
Romeinse Amphitheater. Dan bezoeken we ook nog de Romeinse ruïne van Jerash die
uitgespreid ligt over een hectaren grote site. Het Forum alleen al is 80 meter
lang en omheind door een majestueuze zuilengang en dateert uit de 1e eeuw. We
krijgen hier ruim de tijd om dit uitgestrekte ruïneveld te doorlopen. : niet
alleen het Forum Romanum maar ook het theater, de kerk (wat er van over blijft)
van Cosmas en Damianus met prachtige mozaïek, de tempel van Artemis, de Cardo
maximus, die met een rechte, 1 km lange as door de hele stad loopt vanaf het
Forum tot aan de Noordelijk Poort.
De hoofdweg
van de oude Gerasa (nu Jerash) wordt geflankeerd door 260 zuilen langs iedere
zijde, die de eens zo majestueuze zuilengangen steunden. Deze stad was een van
de tien steden van de Decapolis ten tijde van Jezus Christus.
Daarna
trekken we de grens over naar Israël en het intussen gekende scenario moet weer
gespeeld worden. Het neemt zoals geweten erg veel tijd in beslag; De controles
van paspoort en bagage zijn zeer streng, maar we nemen het er maar weer bij en
laten het niet aan ons hart raken. Er is tot hiertoe nog niemand de toegang tot
het land geweigerd. En uiteindelijk is iedereen van onze groep ook
welkom
in Israël. We nemen eerst afscheid van onze Jordaanse gids Antoine en ook de
bus vertrekt weer naar zijn thuisbasis ergens in Jordanië. Wij krijgen voor de
rest van onze doorreis in Israël een bus uit Nazareth. Deze brengt ons vandaag
nog naar Nazareth waar we voor 4 overnachtingen geboekt staan in Plaza Hotel.
Het wordt mijn hoogste logementskamer ooit : 10 hoog. Wat een weids panorama ! De kamer binnen raken
duurt nog wel even want de kaart doet het niet. Ten slotte krijgen Bernadette
en ik de echte sleutel van ons kamer en nu lukt het ons wel. We kunnen ons
eindelijk wat verfrissen en weer naar het gelijkvloers duiken voor het
avondmaal. Ook hier is het zelfbediening, uitgezonderd de drank. Padre Renaat
geeft ons nog wat informatie over het programma van morgen en 'wel te rusten!'
na deze emotionele en afwisselende dag.
Dag 8 -
Vandaag bezoeken we de oude stad Nazareth : 22 april
De bus brengt ons in het hart van de
oude stad. Daarna heb
onderhouden.
Dan wandelen we door het Oude Nazareth
en bezoeken om te beginnen de Boodschapsbasiliek. Hier is de engel Gabriël de
Boodschap aan Maria komen brengen met het verzoek of zij de Moeder wilde worden
van de lang voorzegde Messias. Maria die wenste maagd te blijven heeft een
inlichting gevraagd hoe dit dan wel zou geschieden. En toen Zij de juiste
toedracht vernomen had, heeft Zij haar 'Fiat' gegeven; en Zij kreeg verder het
goede nieuws over haar oude nicht Elisabeth dat deze in haar zesde maand was,
en dat er bij God niets onmogelijk is. Boven het huis waar deze Boodschap door
de engel werd gebracht, heeft de christenheid een prachtige basiliek gebouwd en
heerlijk opgesierd met kunstvolle mozaïek-iconen. Het is de grootste kerk van
Israël en zelfs van het Midden Oosten. De plannen werden getekend door de
Italiaanse architect Giovanni Muzio. Voor verdere details moet ik een recente
Israëlgids raadplegen. Na ons bezoek aan de
En wij gaan lunchen. Na de middag
bezoeken wij Akko aan de
Middellandse
Zee, gelegen op de noordpunt van de brede baai ten noorden van Haifa. Het is
een van de oudste steden van Israël. Thoetmosis
Voor
wie zich aangemeld heeft is er na het avondeten nog de gelegenheid om even
buiten Nazareth een klassiek concert bij te wonen met werken van Mozart en
Mendelsohn. De bus brengt er ons ook heen en het was de verplaatsing meer dan
waard. Ik heb er alleszins van genoten.
Dag 9 -
Rondrit langs het meer van Galilea, bezoek aan Caesarea Philippi waar een
van de voornaamste bronnen van de
Jordaan ontspringt : 23 april

Het meer van Galilea heeft
verschillende namen en wordt behalve Zee van Tiberias, ook meer van Genezareth
genoemd, terwijl zijn Hebreeuwse naam is: Kinneret, wat wijst op de vorm van
het meer, nl. die van een harp en het Hebreeuwse 'Kinnoor' betekent in het
Nederlands
'harp'.
We
vertrekken ‘s morgens al vroeg naar de berg der Zaligsprekingen waar een
moderne achthoekige kerk gebouwd werd en waar binnen op de 8 muurvlakken de
Acht Zaligheden mooi uitgeschreven staan. Door de horizontale vensters heeft
men van binnenuit ook een goed uitzicht op het meer van Galilea en op de
landinwaarts gelegen heuvels. We dalen per bus af naar Tabgha, gelegen aan de
oever van het meer. De naam Tabgha stamt af van het griekse woord 'Heptapegon'
en betekent 'zeven bronnen' en de plaats is ook zeer waterrijk. De overlevering
zegt dat Jezus hier een schare van 5000 mannen spijzigde – vrouwen en kinderen
niet meegeteld – met vijf broden en twee vissen (Jo
6,
1-6). Hier werden ook twee Byzantijnse kerken gebouwd in de 4e en 5e eeuw In
1932 werden de overblijfselen gevonden van een Byzantijnse mozaïekvloer, de
best bewaarde en mooiste ooit in Israël uitgegraven. De mozaïek bij het altaar
stelt de vermenigvuldiging van de broden voor en verder is er een tafereel met
vogels en vissen, dieren en bloemen uit de omgeving van het meer. In 1934 werd
hier de huidige Petruskerk gebouwd over een massief rotsblok, de Mensa Christi;
volgens de overlevering ook de plaats waar Jezus, verrezen uit de doden, voor
de 3-de maal aan zijn discipelen verscheen en Petrus – na zijn verloochening –
temidden van de andere apostelen in zijn apostelambt herstelde, om een herder
van Zijn kudde te zijn (Joh. 21: 1-17). Vlak
bij het meer vieren wij vandaag de Eucharistie; het is een plaats waar veel
volk kon neerzitten tegen de helling aan in een beschutte baai, maar vandaag
waait er een stevige bries vanuit het meer naar ons toe. Wat niet belet dat we
op deze plaats een wijdingsvolle viering in onze kleine kring kunnen houden. Na
de Mis kunnen we even in het meer gaan pootje baden. Maar om er te geraken
moeten we over de keien lopen. Een ietwat riskante onderneming om niet uit te
glijden. Ik trek schoenen en sokken uit en rol mijn broekspijpen tot kniehoogte
en stap dan voorzichtig in het meer van Galilea – een geweldige ervaring, zeker
als ik over die grote plas tracht te schouwen - en nu kan ik mij best
voorstellen dat hier wel eens een stevige storm kon opsteken. Het water is fris
maar niet koud. Ik vind bij het strand een mooie kei, die de vorm heeft van een
hart. Deze wil ik als aandenken aan deze bijzondere plek meedragen.
We verlaten Tabgha en rijden naar het
iets noordelijker gelegen Kafarnaüm.
Het was
de woonplaats van Petrus en tijdens zijn openbaar leven had ook Jezus er zijn
thuisbasis. We bezoeken hier de synagoge en de oude stad. Boven het huis van
Petrus is een moderne kerk gebouwd. Hier in Kafarnaüm hield Jezus de meeste van
zijn redevoeringen en met vele wonderen toonde Hij zijn goedheid en almacht aan
de mensen: hier dreef Hij de boze geest uit en genas Petrus' schoonmoeder; Hij
genas er de dienstknecht van de honderdman en de verlamde man, die door het dak
werd neergelaten; Hij wekte het dochtertje van Jaïrus op uit de dood; Hij genas
de bloedvloeiende vrouw, de twee blinden, de zoon van een koninklijke hoveling
en de man met de verdorde hand, en verder nog ontelbare zieken die bij Hem
gebracht werden. Jezus heeft de stad omwille van haar ongeloof vervloekt met de
woorden: “En gij Kafarnaüm, die tot de hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de
hel neergestoten worden. Want indien in Sodom en Gomorra krachten waren
geschied die in u geschied zijn, zij zouden tot op de huidige dag gebleven zijn
Doch Ik zeg u, dat het de streek van Sodom en Gomorra dragelijker zal zijn op
de dag van het oordeel dan u.”(Mt. 11, 23 - 24) Nu is Kafarnaüm
nog
slechts een archeologische site naast de oever van het meer. Onze bus brengt
ons dan bij de oversteekplaats waar een boot ons naar Ein Gev zal brengen. En
daar in de kibboets gaan we middagmalen. Mohammed, onze chauffeur brengt ons
over de Golan (vroeger Syrisch gebied, nu ingepalmd door Israël) naar de bronnen
van de Jordaan tegen de grenzen aan van Libanon en Syrië, gelegen aan de voet
van het Hermongebergte, dat we in de verte met zijn besneeuwde toppen zien
schitteren. Het is hier een prachtig natuurgebied met behoorlijk wat
plantengroei. We bezoeken Caesarea Filippi. De tegenwoordige naam luidt :
Banias, een verbastering van de oude griekse naam Paneas. Oorspronkelijk bevond
zich hier het heiligdom gewijd aan de griekse god Pan. Herodes de Grote bouwde
hier een heiligdom voor Caesar. Filippus, de zoon van Herodes, breidde de stad
uit en noemde haar Caesarea Filippi. Op deze plaats erkende Petrus Jezus als de
Zoon van God, zeggende : “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God !”
De
ruïne van Caesarea Filippi is, ondanks de grote schade aangericht door een
grote aardbeving nog altijd indrukwekkend. In de bergwand was er vroeger een
grote waterwel te zien, maar de doorstroming is versperd door rotsblokken. Het
water heeft andere kanaaltjes gegraven en het kolkend water vormt zich snel tot
een behoorlijke bergbeek die fris en helder is.
We
krijgen hier ruim de tijd om alles goed in ogenschouw te nemen en er kleurrijke
plaatjes van te maken. De dag zit er bijna op en voor de aardigheid rijdt onze
bus via Kana waar een kerk nog aan de bruiloft herinnerd weer terug naar
Nazareth. Een lekkere maaltijd fleurt ons weer op. Een welgekomen nachtrust
volgt niet zolang daarna. Tot morgen dan maar weer, gij lieve medepelgrims !
Dag 10
- Uitstap naar Caesarea en Haïfa : 24 april
Vroeg in de morgen rijden we er weer
op uit om veel moois te bezichtigen en gaan we een bezoek brengen aan de
aartsbisschop van Galilea in Haïfa. Maar eerst de vestingstad Caesarea. Ruim 25
km ten zuiden van Haïfa liggen de ruïnes van Caesarea, een belangrijke stad
voor de Romeinen en voor de Kruisvaarders. Herodes de Grote bouwde op een
Fenicische nederzetting een nieuwe stad in 22 voor Christus. Hij noemde haar
naar zijn keizerlijke romeinse weldoener 'Caesarea'. De ruïnes van amfitheater,
hypodroom, straten en huizen geven nog een idee van de luisterrijke keizerlijke
stad. Caesarea werd later de hoofdstad van de provincie Palestina. Pontius
Pilatus verbleef er; het hoofdkwartier van het Romeinse leger was er gevestigd
en de haven was een van de belangrijkste bases van de Romeinse vloot. De
apostel Paulus zat er twee jaar gevangen voordat hij naar Rome werd
overgebracht. De Joodse opstand tegen de Romeinen begon hier in 66 en
Vespasianus liet zich in 69 tot keizer uitroepen. In de Byzantijnse tijd had
Caesarea een bisschop en was
in de
stad een theologenschool gevestigd. Eeuwenlang was de stad een centrum van het
christendom en de Byzantijnse cultuur, waaraan in 638 bruusk een einde kwam
toen de Arabieren de stad innamen. De Kruisvaarders veroverden de stad met
behulp van een vloot uit Genua in 1102. Zij
bouwden
langs de oude Romeinse stad geweldige verdedigingswerken, die niet konden
beletten dat zij – door een list bedrogen – hun vestigingen moesten prijsgeven
aan Saladin en zijn legers.
We bezoeken eerst het geweldige
amfitheater met zijn 4000 zitplaatsen, waar nu nog jaarlijks concerten en
uitvoeringen worden gegeven met de zee als decor. Dan gaat onze wandeling
verder langs de kustlijn door een hypodroom: 'brood en spelen': vermaak mocht
niet ontbreken ! En in het noordelijk deel van deze vestingstad vinden wij de
geweldige citadel die de Kruisvaarders er heb
als een
oninneembare bunker. Maar wie niet sterk is, moet slim zijn, zoals Saladin.
We
verlaten de site en rijden verder richting Haïfa maar maken een tussenstop om
de restanten van het Romeins aquaduct te bewonderen dat de stad Caesarea van
drinkbaar water moest voorzien. Het lijkt een lange brug maar er lopen geen
wegen onder door. Wel worden de bogen ervan nog indrukwekkender gezien tegen de
blauwe Middellandse Zee aan.
We brengen een bezoek aan het klooster
van de Berg Karmel, maar beginnen met een keurig en smakelijk middagmaal. We
krijgen nadien nog even de tijd om wat te zonnen in een rustzetel of wat rond
te slenteren in de grote kloostertuin waar allerlei soorten cactussen in bakken
groeien en bloeien. Langs kronkelende kloostergangen komen we
We
bezoeken ook nog even de kerk boven de Eliasgrot gebouwd. Naast de kerk bevindt
zich nog het slotklooster, maar dit is niet toegankelijk.
Hier
wat hogerop de top van de berg bracht Elias het volk bijeen om hen af te
brengen van de eredienst voor Baäl en ze te laten zien dat Jahweh de ware God
was. Maar hoe het af liep is ons
genoegzaam
bekend.
We verlaten het domein van de berg
Karmel en bezoeken de sierlijk aangelegde tuin van de Bahaï-godsdienst. Deze is
zeer symmetrisch tegen een nogal hoge bergflank aangelegd en met fraaie
struiken, bloemen, planten, hagen en allerlei paden en perkjes aangelegd. Enig
mooie in zijn soort. Een weelde voor het oog.
Onze
bus brengt ons nu naar de
Een
paar honderd meters de zeekant af vinden we een restaurant waar we ons laten
bedienen met een lekkere frisdrank.
Na deze niet al te lange pauze begeven
wij ons een paar straten hogerop naar het aartsbisschoppelijk paleis van Mgr
Elias Chacour, een zeer vriendelijk man die niet om een grapje verlegen zit.
Als de Franse genodigden ons komen vervoegen begint de officiële ontvangst. De
bisschop stuurt een hele reeks vragen in de richting van zijn genodigden die
slechts wat aarzelend een antwoord geven. Wat komt ge hier zoeken in het Heilig
Land. Ik antwoord : “de voetsporen en de levende gedachtenis aan de Heer .” -
“En hebt ge die gevonden ?” - “Ik geloof van wel op de ontelbare plaatsen waar
de Heer zijn goddelijke Boodschap heeft verkondigd !” En wat ik op dat moment
vergat te zeggen is nog overtuigender: “In ons pelgrimerend en biddend
gezelschap heb
Mgr
Chacour houdt daarna een heel lange discours over de Jood-Palestijnse zaak. Wij
allen zijn toch broeders van Christus en kinderen van éénzelfde Vader. Waarom
kunnen wij niet vreedzaam samen of ten minste naast elkaar leven? Laten wij
tenminste die zorg ter harte nemen. Hij geeft ons zijn bisschoppelijke zegen en
wenst ons een goed vervolg van onze pelgrimstocht door het Heilig
Land.
Het is al laat als we in ons hotel aankomen, maar we krijgen er nog te eten.
Slaap lekker !
Dag 11
- Via de berg Tabor en door de woestijn van Judea naar Jeruzalem : 25 april
Na het ontbijt verlaten wij Nazareth,
de stad waar de Heilige Familie in alle vredelievendheid heeft samengewoond en
gewerkt tussen de arme bewoners en heel de buurt tot aangename medebewoners
moeten geweest zijn. Tot zijn 30e jaar moet Jezus hier heb
Ons uur
is gekomen om Nazareth te verlaten en op te gaan naar de heilige stad, de berg
Sion, waar Jezus zijn ultieme offer zal brengen tot ons aller heil en
verlossing uit zonde en dood.
Eerst
mogen wij ons geloof versterken met het vizioen dat Petrus, Jacobus en Johannes
te schouwen kregen op de berg Tabor: de “verheerlijking van de Mensenzoon Jezus
Christus”. De berg Tabor verheft zich 488 m boven de vlakte van Zuid-Galilea en
ligt 570 m boven de zeespiegel. Wij worden tot aan de voet van de berg gereden
met eigen bus. Daarna brengen kleine bus-taxi's ons tot boven op de Tabor. Daar
bezoeken we eerst de Basiliek der verheerlijking die in 1924 door de Paters
Franciscanen gebouwd werd op de ruïnes van vroegere kerken, nl. een uit de
Byzantijnse periode en een uit de tijd van de Kruisvaarders.
De ruïnes en resten daarvan vormen nu
een deel van nieuwe bouwstructuur. Het grote gebouw heeft een driedelige
voorgevel, een boog tussen twee torens ter herinnering aan de drie tenten die
Petrus er wilde bouwen.We gaan er even bidden en daarna om 9 uur gaan we
Eucharistievieren onder een niet zo fraai afdak naast de basiliek. Na deze
viering heb
Onze
tocht gaat verder via het brede Jordaandal met een bezoek aan Bet Alfa, waar
een oude synagoge staat met prachtige mozaïekvloer. Er wordt ons op een
interessante wijze uitleg verstrekt door telkens een ander onderdeel van het
mozaïek te belichten Zodat geen enkel detail wordt overgeslagen. Dit oponthoud
heeft ons weer iets heerlijks laten genieten.
En zo naderen we tegen de middag de
oude stad Jericho. Tegenover het groot Omajjadenpaleis dat we straks zullen
bezoeken ligt er een groot
hotelcomplex
met reuzegroot restaurant. Hier staan de tafels voor ons al gedekt en we gaan
er onze hongere magen weer eens spijzigen. Groot buffetmaal en er is keuze te
over. Maar toch goed uitkijken wat onze maag nog kan verdragen. Ik kies mij
maar lichte kost en een stuk fruit. En daar kan ik ook best mee verder tot het
avondeten straks in Jeruzalem. Padré Renaat geeft ons het signaal om weer
plaats te nemen in de bus, en die brengt ons naar Jericho. In de woestijn ligt
Jericho als een groene oase met palmen, eucalyptussen en fruitbomen. De oase
krijgt haar water uit de bron van Elisa. Hij was de profeet die zout in het
ongezonde water liet werpen om het te zuiveren. De bron stroomt nog steeds.
Jericho staat ook bekend als de 'oudste stad ter wereld'. Men heeft er 17
verschillende woonlagen geteld. De muren van deze stad zijn al in de jaren
tussen 3000-2000 voor Chr. zeventien keren verwoest en hersteld. We bezoeken nu
een site die ons een idee geeft hoe de machthebbers zich lieten dienen en
verwennen door een legioen van bedienden en allerlei werkvolk. De
Omajjadenkalief Hisham bouwde er in 743 een uitgestrekt en van alle comfort
voorziene paleis, dat echter reeds na vier jaren door een aardbeving werd
verwoest en nooit is bewoond. Het is eeuwenlang gebruikt als steengroeve en pas
in 1937 weergevonden.
Wij vervolgen onze reis en onderweg
maken we even halt aan de herberg van de barmhartige Samaritaan. Wij rijden nog
volop door woestijnlandschappen: geweldige zandbergen maar hier en daar
bespeuren we er die toch met schaars groen begroeid zijn, maar het gebied lijkt
erg dor en doods. Hier en daar zien we toch enkele kampementen van bedoeïenen.
Ik vraag me af hoe deze mensen in dit onherbergzaam en ruig gebied kunnen
overleven. Wel zie ik hier en daar waterleiding, die waarschijnlijk die
kampementen bevoorraden . We naderen nu stilaan de Oude Stad Sion, de stad van
David, waar de Messias, die een Verlosser wilde zijn voor zijn volk en de
wereld, eens werd terecht gesteld. Met gemengde gevoelens denk ik hierover na.
Ergens in een mooie psalm klinkt het blij: “Hoe verheugd was mijn hart toen men
mij zei, wij trekken op naar Sion, de heilige berg van Jahweh !” In de verte
achter de heuvels rijzen de torens van Jeruzalem op, die de wachters zouden
moeten zijn van deze verdeelde stad. Brengen wij een beetje vrede mee. Ja, dat
is toch mijn bedoeling: “Shalom, vrede aan alle bewoners van de stad van God,
van Jahweh, van Allah! of hoe men de Heilige Israëls ook wil

“Lauda Jeruzalen Dominum, lauda Deum
tuum Sion !” zingt mijn hart. Al rijdend door de voorstad zien we de eerste
monumentale gebouwen torens en muren te voorschijnkomen. We rijden langs de
oude stad met zijn vele paleizen, torens en kerken en esplanades. Wat gaan we
hier nog meer te zien krijgen? Niet te geloven: eindelijk in Jeruzalem. Hier
heeft zich het hoofdgebeuren van onze heilsgeschiedenis afgespeeld. En de
volgende dagen mogen we zien waar en hoe ! We komen door een overdruk
verkeersveld tenslotte toch op onze overnachtingplaats in de rehov Agronstraat,
nr 14; vlak naast het Amerikaanse consulaat. Wij nemen voor vier overnachtingen
onze intrek bij de
Dag 12
- Ommegang door het Oude Jeruzalem en de heilige plaatsen : 26 april
Na het ontbijt met geroosterde
boterhammekes en ander lekkers brengt onze bus ons tot op de Olijfberg. Daar
verlaten we onze bus en voor de rest van de dag stappen wij door de Heilige
Stad. Hoog van op de oostelijke heuvel heb
Wij wilden hierboven ook nog de kerk
van het Onze Vader bezoeken maar die is jammer genoeg vandaag niet
toegankelijk. We dalen nu langzaam naar het Kedrondal. In de 'Dominus
flevit’kerk vieren wij met onze groep alleen, in intieme kring dus, de Heilige
Eucharistie. Padré Renaat legt ons ook het biezondere van deze plaats uit:
Jezus weende over deze stad en de onwil van zijn leiders die ook het volk tegen
Hem opzette en aldus zijn Messiasschap verwierpen. Jezus voorzag dat deze
prachtstad eens verwoest zou worden en dit bedroefde Hem ten zeerste want Hij
hield van deze stad. Hij
vertoefde
aan deze zijde van de stad gaarne met zijn discipelen op de Olijfberg om er wat
te rusten en te bidden.
Onze
tocht gaat nu dwars door het Kedrondal naar de Olijfhof, ook wel eens de hof
van Gethsemani genoemd. In de Olijfhof staan nog eeuwenoude olijfbomen en de
grillige vormen die deze bomen heb
Even verder in het Kedrondal bevind
zich ook de grafkerk van Maria. De moeder van Jezus, zou in Jeruzalem gestorven
zijn en werd volgens de overlevering begraven in het Kedrondal. Volgens een
apocriefschrift uit de 5e eeuw brachten de apostelen haar lichaam naar het dal
van Josafat en legden Haar in een nieuw graf.
De huidige
kerk werd gebouwd door de Kruisvaarders op de ruïnes van een byzantijnse
basiliek. Oorspronkelijk behoorde de kerk aan de Franciscanen maar is in 1757
overgegaan in handen van de Grieks-orthodoxe kerk en de Armeense kerk.
Dan is het tijd voor het middagmaal
ergens in hotel Notre Dame, tegenover de ‘new gate’. Na de inwendige mens het
zijne gegeven te heb
Dan zoeken we even verderop bij een
restaurant een welgekomen verfrissing. Nadien mag iedereen beschikken om vrij
door de stad te wandelen of op eigen initiatief wat te bezoeken. Alleen zorgen
dat we tijdig aan tafel komen voor het avondmaal. En dat komt dik in orde.
Dag 13
- Eucharistieviering op het herdersveld en bezoek aan de Geboortekerk - Bezoek
aan Qumran en baderij in de Dode Zee : 27 april
Na het
smakelijk ontbijt gingen mijn vrouw Bernadette en ik welgezind, omdat we ook
nog een kortere weg naar de bus gevonden hadden, dwars door de tuin – dat waren
alvast een hele resem trappen uitgespaard. Maar het orakel viel op mijn hoofd
toen Padré Renaat de vraag stelde: “Heeft iedereen zijn paspoort bij zich?” Ik
zoek onmiddellijk in al mijn zakken. De bus rijdt al naar de poort toe. “Stop,
neen hier is hij niet te vinden.” Dus moet ik hem op de kamer gelaten heb
Maria
en Jozef moesten het per ezel en te voet doen...
We
komen door het checkpoint zonder onze pas te moeten laten zien; ook de bijstand
van St Antonius! Een half uurtje later komen we toe in Bethlehem. Bij een bocht
naar het centrum toe zien we links van ons onze bus uit een zijbaan komen
aanrijden. Ik roep: “My bus !”en onze taximan heeft het onmiddellijk begrepen
en parkeert en vooraleer we mogen uitstappen zegt hij: Money. Ik geef hem het
overeengekomen
bedrag en nog vijf shekels bovenop van contentement. Wat een morgenduur !
De bus rijdt naar de terminal, een
enorm grote hal; en daar vinden wij ons reisgezelschap terug. En Julia is de
eerste die ons terug ziet en valt ons om de hals. Ook al de anderen zijn opge
Die wil
in Bethlehem de Geboortekerk bezoeken maar omdat Padré Renaat ziet dat er
zoveel volk staat aan te schuiven stelt hij voor in de vroege namiddag terug te
komen. We stappen terug in de bus die ons een eind verder brengt naar een
weeshuis dat we bezoeken. Bij de Grieks-katholieke priester Abouna Ja'coub zijn
we verwacht voor het middagmaal. We worden er vriendelijk begroet door de
priester, vrouw en dochter; het is immers een gehuwde priester. Hij is de
pastoor van de parochiekerk voor de Grieks-katholieke christenen. Het
middagmaal is door vrouw en dochter met streekgerechten klaargemaakt en
geserveerd. Het smaakt best, maar de olijven raak ik niet aan. Na het
middagmaal spreekt Abouna Ja'coub ons over het leven van de Palestijnen en over
zijn priesterwerk, dat onder Israëlische prang zeer moeilijk is. Zeer veel
gelovigen trekken weg omwille van het werkverlies en andere perikelen. Bij het
weggaan biedt de


Als we weer bij de geboortebasiliek
komen, de oudste kerk ter wereld, dan is er minder volk en komen wij goed
vooruit. De voorgevel van de Geboortekerk is verborgen achter zware steunmuren.
Nadat de oorspronkelijke toegangen waren dichtgemetseld, bleef als enige ingang
een lage opening over. Iedereen moet daarom gebogen de kerk betreden. De ingang
leidt naar een kleine voorhal en meteen naar de imposante ruimte van het
hoofdschip. De kerk heeft een houten zadeldak. Onder de huidige vloer ligt nog
de oude mozaïekvloer die kan bezichtigd worden. In de apsis bevindt zich een
Grieks-orthodoxe iconostase. Aan de rechterkant daarvan zijn de toegang en de
trap naar de Geboortegrot, waarin de plaats van de geboorte wordt aangegeven
door een zilveren ster en de woorden: “Hic de Virgine Mariae Jesus Christus
natus est” ( 'Hier werd Jezus Christus uit de maagd Maria geboren' ). We worden
per vijf onder een soort voorhang tot de geboorteplaats toegelaten om deze
knielend te vereren. En ik bid:” Hier zijt Gij, mijn Heer en Heiland ter wereld
gekomen om ons allen te verlossen: Glorie aan God in den hoge en vrede op aarde
aan alle mensen die van goede wil zijn!” - Jezus, Gij kwaamt naar ons om de Wil
van Uw Vader te volbrengen. Ik kom naar deze door U geheiligde plaats om U mijn goede
wil te laten zien en te leven naar uw Zaligsprekingen, die Gij ons met veel
liefde voorhoudt. Gij, Grote God, maakt U klein voor ons opdat we niet bang van
U moeten zijn en al ons vertrouwen en onze hoop op U mogen stellen. Gij wilt
voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven zijn !”
Na ons bezoek aan de
Geboortebasiliek rijden we via Jeruzalem naar de site van Qumran aan de Dode
Zee. Het checkpoint waar we bij de muur tussen Palestijns en Israëlisch gebied
controle krijgen op de bus, levert geen problemen op want we tonen onze
paspoorten op eigen initiatief.
Het
is weer een aardig stuk weg vooraleer we in Qumran aankomen. De ruïnes van
Qumran werden lange tijd aanzien als vestingen van de Romeinen. Hun echte
betekenis werd pas begrepen na de ontdekking van de Bijbelrollen in de grotten
bij het klooster. De Essenen heb
de rollen in 1947 door een
herdersjongen ontdekt. Nu zijn ze wereldberoemd. Na dit boeiende bezoek aan
deze leerrijke site gaan we wat afkoeling zoeken in de Dode Zee.
Onze
bus brengt ons in de buurt waar de Jordaan in de Dode Zee vloeit. Ik wil het
experiment aan de lijve ondervinden: dat men in deze zee niet kan verdrinken
omwille van het hoog zoutgehalte. De zee dankt haar naam aan het feit dat
er geen leven in voorkomt. Het
zoutgehalte bedraagt maar liefst 30 procent en dat geeft het water ook zijn
biezonder drijfvermogen. Door de aanwezigheid van de mineralen, de thermische
bronnen en de befaamde zwarte modder is het Dode Zeegebied een centrum van
gezondheid en schoonheid geworden. Wie meedoet aan het modderbaden gaat zich
eerst
omkleden in de daartoe bestemde
hutten, mannen en vrouwen gescheiden. En dan wagen we de te waterlating van
onze corpus. Dat zwemmen is aanvankelijk maar wat spartelen tot ik mijn juist
evenwicht drijvend op het water gevonden heb. Ik probeer met de rugslag wat
vooruit te komen en dat lukt nog aardig ook. Ik waag me niet te ver in zee en
probeer altijd nog wat voet aan de grond te houden maar die is zo glibberig dat
ik niet of nauwelijks staande kan blijven. Ik zie dat er al heel wat baders
zich met de weldoende modder insmeren en ik wil daar ook eens een ander
kleurtje aan mijn body geven. Wat doet dat een deugd! De beste badzeep die ik
ooit zomaar gratis kan uitsmeren. Met het water van de Dode Zee kunt ge ook
niet zomaar afspoelen. Na een kwartiertje ploeterbaden houd ik er mee op en ga
mij weer proper spoelen onder de zoetwater douche. Wat een aardig modder bad
was dat! Ik voel mij weer opleven. Heel wat mensen van ons gezelschap genieten
nog wat langer van de Dode Zee en krijgen er schijnbaar niet genoeg van. Padré
Renaat moet hen dan wel te kennen geven dat hun tijd om is en zij zich mogen
omkleden. En ik zie er die met zwarte moddervoeten hun sokken weer aantrekken.
Waarschijnlijk om de heilzame modder nog wat te laten nawerken. Iedereen raakt
weer in zijn kleren en komt verkwikt weer op de bus.
Deze brengt ons in de kortst
mogelijk tijd weer naar ons logement bij de
Dag 14
- Rondrit in de omgeving van Jeruzalem : 28 april
Na de
ochtendgroet aan de medepelgrims en na een smakelijk ontbijt, stap ik met heel
het gezelschap op de bus voor een grote rondrit. Ik heb nu alle bewijsstukken
op zak dat ik het wel
bestaan
uit gesymboliseerde bomen, bloemen en dieren. De blauwe kleur moet vrede en
hoop uitdrukken; groen staat voor liefde,
rood en
geel voor extase en wit voor onschuld. Chagall ontleende zijn inspiratie aan
Genesis 49, waar Jacob zijn 12 zonen zegent; en aan Deuteronomium 33, waar
Mozes de twaalf stammen zijn zegen geeft. Chagall paste bij de vervaardiging
een speciaal procedé van pigmentering toe waardoor hij op één stuk glas drie
kleuren kon leggen zonder loden scheidingslijnen. Toch wel een indringend
kunstwerk. Bij het verlaten van dit medisch centrum kijken we neer op een
enorme bouwput: dit is beslist 'de joodse gasthuisberg'.
Hierna begeven wij ons naar Ein Karem,
de geboorteplaats van Johannes de Doper en waar Maria een bezoek bracht aan
haar nicht Elisabeth. Ein Karem (Bron van de wijngaard) is een sc
geboortegrot
werd een kerk gebouwd ter ere van St Jan de Doper; meermaals verwoest en
heropgebouwd. De huidige kerk dateert van 1674. Wij bezoeken de hoog gelegen
kerk van O.L.Vrouw Visitatie. Langs een steile trap aan de zuidkant van Ein
Karem bereiken we de kerk. Zij staat op de plaats waar Maria Elisabeth bezocht.
De evangelist Lucas vermeldt dit gebeuren met de woorden: “Waaraan heb ik het
te danken dat de Moeder van mijn Heer naar mij toekomt”? Hierop antwoordt Maria
met de prachtige lofzang als dank voor haar uitverkiezing: “Mijn ziel prijst
groot de Heer, die neergezien heeft op de kleinheid van zijn dienstmaagd...”
(Luc 1 : “39 – 43).
Op deze plaats heb
We rijden terug naar de buitenwijken
van Jeruzalem. Daar bezoeken we het Israël-Museum. Wie wil weten hoe Jeruzalem
er ten tijde van Jezus uitzag, moet de grote Maquette gaan zien. Het Museum is
erin geslaagd een maquette te verwerven van het Jeruzalem van 2000 jaar
geleden. De Maquette werd in 1964 geplaatsts naast het Holy Land Hotel in
Jeruzalem. Daar moest ze wijken
voor de
bouw van huizen. Het Israël-Museum had belangstelling voor het model. Het team
dat de verhuizing heeft uitgevoerd, sneed het model in stukken van een
vierkante meter en plaatste deze op vrachtwagens. In de Maquette zijn in de
afgelopen decennia diverse veranderingen aangebracht als gevolg van nieuwe
wetenschappelijke ontdekkingen over het bijbelse Jeruzalem. Het model staat nu naast het gebouw waarin de
Dode-Zeerollen tentoon worden gesteld. Het gebouw is grotendeels ondergronds,
alleen het sluitdeksel is bovengronds en wordt in de brandende zon koel
gehouden door ringsom een batterij fonteinen te laten spuiten. Het gebouw heeft
de vorm van een urne waarin de rollen zijn gevonden.
Er zijn heel wat originele
bijbelrollen te bewonderen; wel is waar gaat het meestal om fragmenten op
percament in het Hebreeuws, Aramees en Grieks. Op een speciale verhoging is in
een cilinder een kopie van de complete 8 m lange Jesaja-rol te zien. Om de
Knesset te bezoeken is het te laat geworden; maar we gaan toch in de buurt
daarvan de reuze grote Menora bekijken want daar staat een voornaam stuk van de
wordingsgeschiedenis van Israël op verwerkt. De Menora die tegenover de Knesset
staat is een zevenarmige kandelaar, 5 m hoog en 4 m breed, gegoten in brons door
de Brits-Joodse beeldhouwer Benno Elkam. De Menora werd in 1956 door het Brits
parlement aan de Knesset aangeboden. Op de 7 armen staan personen en
gebeurtenissen uit de geschiedenis
van het
Joodse volk uitgebeeld.: van Mozes met de Stenen Tafelen tot de opstand in het
getto van Warschau.
De bus brengt ons terug bij de Oude
Stad. Daar gaan we door de Jaffapoort naar de soeks om ergens in een restaurant
- waar juist plaats genoeg is voor onze groep - onze lunchpauze te houden.
Daarna beginnen we aan ons goed gevuld namiddag-programma.
Via de Mestpoort betreden wij het
historisch centrum met de Klaagmuur. Wij zien van op een zekere afstand hoe
Joden zich naar de Klaagmuur begeven of er staan te bidden met de hen geeigende
hoofdbewegingen. Iets ten zuiden van die klaagmuur in er een checkpoint met
toegang tot het Tempelplein. Na ruim een halfuur wachten in de brandende zon
worden we toegelaten tot het Tempelplein. Langs trappen en een lange loopbrug
geraken we eindelijk op het zo hermetisch afgesloten Tempelplein. De Tempelberg
wordt door alle drie de monotheïstische Godsdiensten als een heilige plaats
beschouwd : voor de Joden is het de plaats waar de Tempel heeft gestaan; voor
de Christenen is het de plaats die een heel belangrijke rol gespeeld heeft in het
leven van Jezus, de Christus, zeg maar de ware Messias; en voor de Moslims is
het 'de derde
heilige
plaats' na Mekka en Medina.
De geschiedenis van de berg Moria (de
huidige Tempelberg) begint bij Abraham. Volgens de Bijbel is dit de berg waar
Abraham bereid was zijn zoon Isaäk te offeren (Gen. 22: 1-19). De Tempelberg
bestaat uit een vrijwel rechthoekig plein op de top van de berg Moria. De
ruimte die ongeveer één zesde deel van de Oude stad in beslag neemt is aan alle
zijden door muren omgeven. Het maakt een overweldigende indruk, te meer daar
men ook een schitterend panorama kan waarnemen op het zuidelijk stadsdeel. Elf
poorten geven toegang tot het plein. De twaalfde is de Gouden Poort, maar die
is dichtgemetseld door de Turken in 1530. Het meest in het oogspringend gebouw
is de Gouden Rotskoepel. Toen de Arabieren de stad veroverden (638) en de
Tempelberg gingen beschouwen als de plaats vanwaar Mohammed ten hemel is
gereden, veranderde de functie ervan.
Kalief
Abdel Malik begon op deze berg met de bouw van het centrale gebouw van het Oude
Jeruzalem: de Rotskoepel, waarvan de schitterende goudkleurige koepel al 13
eeuwen het silhouet van de stad bepaalt. De hoogte van de Rotskoepel is 43 m.
Jammer genoeg krijgen we geen toegang tot het gebouw en moeten we ons behelpen
met beschrijvingen uit reisgidsen en enkele foto's.
Vlakbij
de Rotskoepel staat de Kettingkoepel, die een verkleinde kopie schijnt te zijn
van de grote.
Waar we ook niet overheen kunnen
kijken is de El-Aksamoskee die in 705 gebouwd werd door El Walid, de zoon van
Abdel Malik en omstreeks 1200 door Saladin verfraaid. Deze moskee is de oudste
van het Heilig Land en na Mekka en Medina het belangrijkste heiligdom van de
moslims. Ons is het niet gegund op dit uur de 'El-Aksa (='de ver van Mekka
verwijderde') te betreden.
Maar
geen nood er wachten ons vandaag nog een hele resem heilige plaatsen en kerken.
Wij verlaten het Tempelplein aan de
noordzijde, wandelen voorbij de leeuwenpoort en komen zo bij het Sint
Annaklooster waar we een Vlaamse zuster ontmoeten die hier al vele jaren woont.
.Aan de binnenzijde van de Leeuwenpoort bevinden zich ook de St Annakerk en het
bad van Bethesda.. De kerk is zoals men veronderstelt, gebouwd boven het huis
van de H. Anna, de moeder van Maria. De rotswoning bevindt zich onder de kerk
in een crypte. De oorspronkelijk 5e eeuwse kerk werd verwoest.
De
kruisvaarders bouwden op dezelfde plaats een door haar eenvoud prachtige
Romaanse kerk, waarvan de rust en de eenvoudige vormen aan een Franse abdijkerk
herinneren.. Na de overwinning van Saladin bij de Hoorns van Hittin (1187) was
de kerk gedurende 700 jaar een Koranschool totdat de Turkse sultan het gebouw
na de Krimoorlog (1856) aan Napoleon
Vlakbij
de kerk bezichtigen wij ook nog de ruïnes van Bethesda. De vroegere vijvers van
Bethesda zijn slechts enkele meters van de Stafanuspoort verwijderd. In Jezus
tijd bevonden zij zich nog buiten de noordelijke stadsmuur. Het Badwater lag
toen eveneens dicht bij de Schaapspoort die toegang gaf tot de Tempel. Het was
destijds verzamelpunt voor zieken, kreupelen en gebrekkigen die geloofden dat
het water geneeskrachtig was. Jezus genas hier een man die al 38 jaar lang
verlamd was (Joh. 5). Het Badwater bedolven onder het puin werd grotendeels
uitgegraven door de Witte Paters.
We wandelen na ons bezoek dwars door
de oude stad richting Sionspoort. En bezoeken de Dormitio-basiliek. De Kerk is
het meest indrukwekkend gebouw op de berg Sion. Het geeft de plaats aan waarvan
men aanneemt dat Maria hier ontslapen is. In het jaar 1100 bouwden de
Kruisvaarders er een grote kerk die ze aan 'Maria van de berg Sion' toewijden.
De kerk werd evenwel door de Mohammedanen in 1219 verwoest. In 1898 werd de
plaats door de Turken aan de Duitse keizer Wilhelm II geschonken. De keizer gaf
het terrein aan de Paters Benedictijnen, die er in 1910 de tegenwoordige kerk
op bouwden. In de halfronde absis werd een prachtig mozaïek aangebracht, voorstellend
Maria met haar Kind. De vloermozaïeken bevatten symbolen van de Heilige
Drie-éénheid, verder afbeeldingen van de 12 apostelen en 16 profeten en de
tekenen van de dierenriem. In de crypte onder het schip van de kerk ligt Maria,
uitgebeeld op haar sterfbed. Het is een levensgroot beeld uit kersenhout en
ivoor gesneden. Vlak naast de Dormitio-kerk bevindt zich het Cenakelgebouw met
de zaal van het Laatste Avondmaal. Een trap leidt naar de bovenzaal, waar
volgens de Overlevering Jezus met zijn apostelen het laatste Avondmaal vierde
vooraleer Hij ging lijden en sterven. Men heeft wel enige verbeelding nodig om
in deze lege ruimte de plaats te situeren waar Jezus met zijn apostelen moet
gezeten heb
Vlak bij het Cenakel bevindt zich ook
de vermeende graftombe van koning David. Ze is voor de Joden, na de Klaagmuur,
de meest heilige plaats van Israël. Het graf werd hier gelokaliseerd en
beschreven door rabbijn Benjamin van Tuleda, toen hij in 1173 Jeruzalem
bezocht. Het graf is uit steen gekapt en bedekt met een geborduurd rood kleed en
verfraaid met kronen en thorarollen.
Dan bezoeken we nog de Sint Petruskerk
in Gallicantu: “de kraaiende haan”. Ze werd door de Paters Assumptionisten
gebouwd in 1931 op de plaats waar volgens de Overlevering het huis van de
hogepriester Kajafas heeft gestaan. De kerk biedt een schitterend uitzicht over
het hele Kedrondal, de stad van David en Siloam. Jezus werd, nadat Hij verraden
en gevangen genomen was in de tuin van Gethsemane, naar het huis van Kajafas
gebracht. Daar bracht Hij het grootste deel van de nacht door en daar werd Hij
ook voor de eerste keer verhoord (Mt; 26, 57-63; Mc. 14, 53-65; Lc. 22, 63-71
en Joh. 18, 12-14). Hier was het ook dat Petrus weende toen de haan kraaide en
de woorden van Jezus in vervulling gingen : “Nog deze nacht eer de haan kraait,
zult gij Mij driemaal verloochenen...”(Mt. 26, 34).
Onder
de kerk ligt de kerker waar Jezus gevangen werd gehouden voordat Hij naar
Pilatus werd geleid. Het is een diepe put waarin de gevangene werd neergelaten,
mogelijk in een mand en op deze wijze weer naar boven getrokken. Nu begrijp ik
pas goed wat het voor Jezus moet betekend heb
De
Eucharistieviering die om 16 uur gepland was in deze kerk wordt uitgesteld tot
na het avondeten in de kapel van ons gastenkwartier. Onze bus komt ons weer
ophalen op de Sionsberg en brengt ons terug naar ons logementsadres.. We heb
Na het avondmaal (ons laatste in
Jeruzalem!) heb
het
allemaal in ons hart te bewaren, te overdenken en ernaar te leven; goed te zijn
en goed te doen! Om dat alles verder klaar te kunnen overbrengen naar
Tenslotte op deze rijkgevulde dag komt
er onverwacht nog een nachtelijk sluitstuk als de Israëliërs een spectaculair
vuurwerk afsteken ter ere van hun zestigjarige onafhan-kelijkheidsverklaring.
Het is fascinerend en betoverend mooi. We krijgen alle kleuren van de regenboog
door en over mekaar Hoe zo'n spectakel van op het dak van een torenhoog gebouw
georganiseerd wordt, is me een raadsel. Maar verbluffend mooi... Het deed me
terugdenken aan het millennium-vuurwerk in Rome.
Wel te
rusten, want we moeten fit zijn voor onze laatste, lange dag, morgen.
Dag 15
- Jeruzalem – Tel Aviv - Zurich - Zaventem : 29 april
Voor we naar de
ontbijttafel duiken – want onze eetzaal bevindt zich in de kelderverdieping -
stellen we onze valiezen en ander gepak in slagorde in de ontvangsthal. We
genieten nog van een versterkend en smakelijk ontbijt, nemen ons lunchpakket,
dat de
van de
lieve
We kunnen het niet laten: even buiten
Jeruzalem gaan we nog enkele bezienswaardige plaatsen opzoeken. Het Arabische
dorp Abu Gosh functioneerde eertijds als pleisterplaats voor het Romeinse 10-de
legioen. De aanwezige bron trok de aandacht van de Kruisvaarders en dus
besloten zij in 1142 tot de bouw van een
versterkt klooster, recht boven de bron. Dit klooster werd tijdens de Turkse
overheersing verbouwd tot moskee. De kerk uit de 12e eeuw is gebouwd op de
funda-menten van een 5-de eeuws Byzantijns kerkje. De Mariakerk, met een
reuzengroot Mariabeeld op de voorgevel, torent hoog op een heuvel boven het
dorp. Nog voor we het brede dal van Ajalon bereiken ligt rechts van de weg en
vlak bij de afrit naar Ramallah de nederzetting Amwas, waar reeds Eusebius en
Hieronymus het bijbelse Emmaüs vermoedden. Het opgravingsgebied is een
sfeervolle plek aan de voet van een kleine heuvel waarop de gebouwen staan van
het Frans instituut voor Bijbel-Archeologie. Op de ruïnes van deze romeinse
villa – dat het huis van Klopas kan geweest zijn – werd in de Byzantijnse tijd
een grote, drieschepige basiliek met baptisterium gebouwd.
De
laatste halte voor Tel Aviv is voorbehouden voor een bezoek aan de
trappistenabdij van Latroun. De heuvel van Latroun, de laatste klim naar
Jeruzalem als men van uit het westen komt, is altijd van groot strategisch
belang geweest. Aan de voet van die heuvel ligt sedert 1927 het trappistenklooster
van
Latroun. Op de helling bevinden zich de ruïnes van de kruisvaardersburcht :'Le
Toron des che- valiers'. Jonge europese christenen herstellen de ruïnes en
proberen er een ontmoetingsplaats van te maken voor Joden en Arabieren.
We
bezoeken eerst de abdijkerk. Een vlaamse broeder, die hier al 14 jaar leeft,
werkt en bidt, gaat ons voor. De kerk is slechts toegankelijk tot aan het grote
ijzeren hek. De broeder geeft ons wat toelichting en dan verlaten we de kerk en
onder begeleiding van de broeder nemen we plaats op een groot overdekt terras
dat bij de abdij hoort. De broeder laat enkele flessn streekwijn aanrukken en
trakteert
zijn vlaamse gasten die wij hier geworden zijn voor een paar uurtjes. Op dit
terras heb
Onze
bus brengt ons in sneltreinvaart naar de
te
vershoppen; of er wat eten en drank mee te kopen... maar met liquide mag men
niet vliegen !
Eindelijk
mogen we ons vliegtuig, een A-340, een viermotorige vogel betreden. Wat een
binnenruimte, verdeeld in meerdere compartimenten : 3 zetels aan de
rechterzijde en 3 aan de linkerzijde, en in het midden tussen de twee gangen
nog eens 4 zetels naast elkaar. Bernadette en ik zitten op de allerlaatste rij
in het midden. Onze vogel gooit op het voorziene uur zijn vleugels in de
zijn
vertrokken voor een v
Tijdens
die lange v
We landen
in Zürich. Stappen in de metro, die ons aan de rand van de
Nog
even een wedloop naar de bagage-hal; valiezen pakken, op een karretje zetten en
we rollen alles naar de exit-hal.
We
nemen tenslotte afscheid van hen, die 15 dagenlang onze medepelgrims waren door
het Heilig Land in de voetsporen van Mozes en in die van Onze Heer en Herder,
Jezus van Nazareth. Het Heilig Land is voor ons nu geen onbekend land meer !
Onze voeten heb
glimp
of een woord mochten opvangen “Brandde ons hart niet, toen de Heer tussen ons
ging ?”
Reisverslag
geschreven door Willy Creten
Foto’s: padre
Terugkeren naar de startpagina![]()