BEDEVAARTEN

NAAR ONS HEILIG LAND


Een getuigenverslag

... " Wat was mijn vreugde groot,

toen mij de boodschap klonk :

wij gaan tezamen op

waar God hoogheilig woont " ...

 

 

UIT-TOCHT 2009

 

... in de voetstappen van Mozes ...

15 april tot 29 april

Egypte - Jordanië – Israël

 

REISVERSLAG UITTOCHT 2009 - EGYPTE - JORDANIË - ISRAËL

 

Dag 1 - Vlucht naar Kaïro met tussenlanding in Zürich vanuit Zaventem : 15 april

 

          De lang gekoesterde droom: eens het Heilig Land te zien, te stappen in de voetsporen van Jezus, onze Heer en Heiland, gaat eindelijk zijn voldoening krijgen. God zij gedankt voor deze genadevolle pelgrimstocht !

Bernadette, al meer dan dertig jaar mijn levensgezellin en echtgenote, en ikzelf, Willy gaan deze uitdaging en zeker ook avontuurlijke reis aan - in gezelschap van onze reisbegeleider, priester en voorganger Padré Renaat De Paepe, legeraalmoezenier en pastoor te Landskouter, samen met nog 19 medepelgrims. Na thuis afscheid genomen te hebben van onze drie kinderen: Krista (de dag voordien al), Miriam en Jo (maar die brengt ons nog naar de luchthaven in Zaventem), afscheid ook van onze huisdieren: 3 lieve poezen, 3 kippen en een haan, van sneeuwwatje, ons wit konijntje en van ons kanariepietje. Afscheid ook van huis en tuin, en van alles wat die bevatten. We laten dit alles nu los in de hoop al die dierbaren na 15 dagen terug te zien in goede doen.

          Om 4u 40 wordt de autorit naar Zaventem aangevat. Onze Jo houdt er een goede vaart op na, zodat we ruim voor het aangegeven uur ter plaatse zijn en wij met onze valiezen en rugzakken in de hal kunnen binnenstappen, na vanzelfsprekend afscheid genomen te hebben van onze Jo. Er zijn al enkele medepelgrims en we kijken samen uit naar onze reisbegeleider. Maar Padré Renaat laat niet lang op zich wachten en begint onmiddellijk de rood-groene lintjes uit te delen, die we meteen aan onze reisbagage kunnen vastbinden. Inchecken doen we op het voorziene tijdstip en eenmaal dit geklaard – intussen is iedereen present – gaan we onder begeleiding van Padré Renaat de kapel van de katholieke eredienst opzoeken voor een reisgebed en wat stille bezinning.

          En dan beginnen we aan een ongekende en onverwachte trek door de luchthaven. Rollende en stilstaande trappen op en af, haast heel de luchthaven door, want Swissair – waarmee wij vliegen - schijnt naar de verste uithoek van de luchthaven verbannen. Hoe het ook zij, Padré Renaat kent hier overal zijn weg! Natuurlijk is er de gebruikelijke controle op paspoort en bagage en wijzelf worden ook doorgelicht met prettige biebgeluiden.

          Eindelijk is het zover: even voor 7u mogen we ons vliegtuig betreden en onze plaatsen heel achter in het toestel innemen. Het is een middelgroot toestel (twee motorig) dat om 7u 15 opstijgt en ons na een goede 50 minuten weer naar de aarde terugbrengt. Dan begint weer een geren naar de andere zijde van de luchthaven; er komt zelfs een verplaatsing per metro aan te pas, en zo belanden we andermaal aan de rand van de luchthaven en dit schijnt wel nodig, want we vliegen ook nu met Swissair, een viermotorig toestel, een A 340, met meer dan 300 passagiers aan boord. Ook deze keer hebben we geluk en zitten we aan het venster voor onze vlucht naar Kaïro, een vlucht van iets meer dan 3 uren. Met zo'n groot vliegtuig vliegen is echt een nieuwe sensatie.

          De alpen kunnen we perfect zien met hun besneeuwde toppen, overgoten met stralende zon. Wat een prachtige kleurschakeringen. Af en toe krijgen we schaapjes-wolken, dus wolken met krulletjes; enig mooi ! We vliegen verder over Italiaanse en Griekse berglandschappen en natuurlijk ook dwars over de Middellandse zee. Echt spannend wordt het als onze reuze vogel zijn landing aanvat op een luchthaven die meer op een woestijn gelijkt en een zandpiste als landingsbaan heeft. Gaat de bemanning dit reuze toestel wel veilig aan de grond krijgen, want de wind doet het nogal heen en weer wieken ? Maar geen nood, de piloten van Swissair hebben alles goed onder controle en zetten onze reuze vogel netjes op zijn poten op de geasfalteerde landingsbaan, en niet al te bruusk. Terecht krijgt de bemanning groot applaus en wij zijn erg opgelucht. God zij dank!

          In de luchthaven van Kaïro wordt ons geduld nog een tijdje op de proef gesteld; omdat Leentje haar valies zoek is; ze werd in Zürich bij de check-in niet overgeladen voor Kaïro. We worden naar ons hotel gebracht met de bus van een reisbureau uit Kaïro. Wij rijden een hele tijd dwars door groot-Kaïro en dat is vanzelfsprekend al een hele belevenis. We worden aan de overkant van de Nijl gebracht waar ook ons hotel zich bevindt, niet ver van de Piramides. Onderweg krijgen we deze al even te zien. Maar morgen kunnen we ze aanraken.

We vallen van de ene sensatie in de anderen: we logeren in een heel groot hotel, gebouwen gelegen in een groot park met meer dan 200 kamers. Bernadette en ik logeren in kamer 803. Goed en gerieflijk ingericht; wel geen overdreven luxe, toch net en mooi. Ook het avondeten valt ons best in de smaak met een lekkere, frisse Stella, niet uit Leuven maar hier ter plaatse gebrouwen. Excellent biertje! Na een korte avondwandeling door het verlichte park gaan we voldaan over deze eerste reisdag onze bedstee opzoeken. Wel te rusten aan alle reisgezellen !

 

Dag 2 - Bezoek aan de piramides, de Koptische wijk, het Egyptisch Museum: 16 april

 

          Wij ontwaken na een deugddoende nachtrust; inslapen duurde wel even omdat de voorbijrijdende truckers op de weg vlak tegen ons park-hotel zo intens claxonneerde, maar Klaas Vaak kreeg de overmacht. Ons reiswekkertje wekt ons precies op het gevraagde uur. Na een verkwikkend bad begeven we ons naar de ontbijtzaal. Er is daar al veel volk bij het ontbijt-buffet, maar we komen nog

goed aan ons trekken, want er is keuze te over. Ik open met een lekkere cassisdrank en een croissant. Daarna neem ik nog enkele broodjes met honing en marmelade. Ik sluit met enkele heerlijke gebakjes en een stuk fruit. Bernadette en ik halen onze rugzakken voor de daguitstap naar de piramides en andere bezienswaardigheden. We beginnen met de piramides. We bewonderen eerst die van Cheops, 137 meter hoog, dan volgt die van Chephren, 136 meter en tenslotte die van Mycerinos met zijn 62 meter en het is niet direct te merken dat deze laatste veel kleiner is omdat deze hoger op de zandheuvel van dit woestijnachtig veld staat. Zij staan alle drie mooi in 't gelid en ik heb er ook een schone foto van kunnen maken. Achter Cheops aan staan nog drie minipiramides: het schijnt dat deze de graftombes waren van de rouwen van de farao. De piramides zijn indrukwekkende constructies als men er vlak bij staat. Ik ben even de trap op gelopen naar de ingang van Cheops, maar niet binnen gegaan. Wat een kolossale blokken, hoe kregen deze mensen die zo perfect op

elkaar gestapeld? Het moet liters zweet, bloed en tranen doen vloeien hebben en hoeveel hebben er zich dood gewerkt God geve ze allen het verdiende loon voor dit slavenwerk !

Onze bus brengt ons terug beneden aan de voorkant van dit piramide veld waar de zo beroemde Sfinx te pronken staat. Hij is de wachter die de ingang van het dodenrijk bewaakt. Farao Thoetmosis droomde in zijn jeugd dat hij door een sfinx het faraoschap aangeboden kreeg in ruil voor het uitgraven van het beeld. De aanblik in levende lijve is alleszins verbluffend.

 

          De grafkamers daar in de buurt en rondom de sfinx gebouwd zijn ook weer sensationeel, niet te begrijpen hoe mensen in die tijd zo'n reuzeblokken konden versjouwen, blokken van wel 10 meters lengte en mans­hoog. Onvoorstelbaar wat een karwei en met wat voor soort touwen of riemen werden die tonnenzware blokken opgehesen. Dergelijke vragen komen spontaan bij mij op en ik krijg

er ook geen zinnig antwoord op. Maar ik sta echt perplex. Het moeten wel reuzen geweest zijn, die mensen van toen ?

          Na ons bezoek aan de piramides en de Sfinx met grafkamers brengt onze bus ons naar de wijk van de Kopten in de oude binnenstad van Kaïro. De Kopten vormden eertijds de eerste christen gemeenschappen van de jonge Kerk. Hier bezoeken wij enkele oude maar prachtige kerkjes in diep gelegen straatjes. Wij pelgrims mogen er een kijkje komen nemen maar slechts per twee en dan maar enkele minuutjes omdat deze Koptische christenen juist in deze week hun Paasfeest vieren. In deze wijk  heeft volgens de overlevering de Heilige Familie een onderkomen gevonden tijdens hun vlucht en verblijf in Egypte. De grot waar zij waarschijnlijk woonden konden we jammer genoeg niet betreden Ik zelf bezoek dan nog een hoger gelegen Grieks-orthodoxe koepelkerk met enkele zeer kunstvolle iconen en fraaie mozaïeken en de gebruikelijk lusterlampjes voor alle iconen.

We verlaten de Koptenwijk en begeven ons per bus naar een toeristisch restaurant even verder op voor de middag lunch, ook buffet zelfbediening. Dan beginnen we aan ons namiddagprogramma. We bezoeken het wereldberoemde Egyptisch Museum waar hoofdzakelijk de pronkstukken van de Farao's ondergebracht werden. Onze gids, geboren in Caïro geeft ons bij de belangrijkste schatten en kunst­werken een uitvoerige uitleg. Vele kostbare voorwerpen staan goed afge­schermd in vitrines en kasten. Het is haast niet te overschouwen: gangen en zalen volgestouwd met allerlei ornamenten, papyrussen, juwelen en sieraden. Er zouden zich 150.000 voorwerpen in dit museum bevinden en dit wil ik wel geloven. Wat bovenal te bewonderen is, dat zijn de koningsbeelden, de granieten sfinxen, de figuren uit het Dodenrijk, de lijkwaden en de grafgeschenken. Zeer beroemd is de strijdwagen van Thoetankamon (uit het graf van het Dal der Koningen), zijn dodenmasker en de prachtige lijkkist die 225 kilo weegt en van massief goud is. We lopen over 2 verdiepingen ruim 2 uur zaal in, zaal uit, door gangen en traphuizen. Onbeschrijfelijk wat we hier allemaal te zien en te bewonderen krijgen: de luxe van de Farao's is adembenemend, maar daarvoor waren beslist honderdduizenden slaven en arbeiders nodig. Doodmoe slenteren naar buiten en herademen toch wat op het mooie plein voor het museum.

          Op een signaal van Padré Renaat begeven wij ons naar onze bus, die ons in het centrum van Kaïro brengt. En het was de bedoeling dat we een of andere markt zouden bezoeken, maar de meesten onder ons willen ingaan op het alternatief: een bezoek aan de moskee van sultan Hassan. Deze werd in de 14de eeuw gebouwd. Het is de grootste van Kaïro en zijn minaret steekt 81,6 meter in de hoogte. Om de moskee te bezoeken moeten we ons van ons schoeisel ontdoen. De schoenen worden per nummer in een open kastje gezet. Onze gids heeft ook hier een overvloeiende uitleg en er wordt zeer aandachtig geluisterd. Blijkbaar weten de meesten onder ons niet zoveel over de moslimgeschiedenis en hun levensvisie. En hier vernemen we nu toch interessante dingen, ook over de inrichting van de moskee, de gebedstijden en de moslimscholen. Bij de uitgang krijgt iedereen zijn schoeisel terug mits de gebruikelijk fooi. Als we terug op straat staan en nog even omkijken zien we dat deze moskee er echt als een vesting uitziet en dat het een bolwerk moet geweest zijn in oorlogstijd.

          Bij de terugrit naar ons hotel moeten we weer dwars door de grootstad en dat vergt zijn tijd, zeker  op dit spitsuur. Maar toch houden we nog even halt bij het Papyrusmuseum. Hier wordt ons gedemonstreerd hoe en van welke materialen het beroemde Egyptisch papyrus gefabriceerd wordt. Eigenlijk lijkt het niet zo ingewikkeld maar men moet de juiste bewerkingen en droogtijden keurig uitvoeren. Het is een echte kunst en er zijn schitterende resultaten te bewonderen in dit museum. De kostprijs is dan ook zeer gevarieerd en er de juiste waarde aan geven is niet aan mij besteed.

          Een halfuurtje rijden en we zijn weer op hotel. Na een stevig avondmaal komen we met Padré Renaat nog even samen voor een bezinningsmoment en een gebed. Wel te rusten ! Het was een vermoeiende dag, maar zeer verrijkend en boeiend !

 

Dag 3 - Van Kaïro naar de Sinaï : 17 april

 

          Het wordt een heel lange dagrit, echt een uittocht richting Suez en door de Kanaaltunnel; daar gaat het nadien langs de golf van Suez in zuidelijke en meer oostelijke richting. Onderweg lunchen we in een restaurant mooi gelegen aan de zuiver blauwe golf. Na de maaltijd is er nog gelegenheid om van op het terras enkele foto's in te blikken. En dan vervolgen we onze rit door het zuiden van de Sinaïwoestijn. Die woestijn neemt zeer wisselvallige en grillige gedaanten aan: nu eens zandvlakte, dan weer rotsmassieven of versteende duinen. Meestal dor en droog, onbewoond gebied lijkt me!

          Eindelijk, na een schijnbaar niet eindigende busrit, komen we in de omgeving van het zo beroemde Sint Catharinaklooster. Op die plaats hoorde Mozes Jahweh spreken in een brandende braamstruik. Maar daar komen we morgen een kijkje nemen. Wij logeren voor deze nacht een weinig verder. De kamers worden toegewezen en onze valiezen gedragen tot aan de voordeur van ons appartementje op dit nogal geaccidenteerd woonterrein. Er volgt ons nog een goed avondmaal en dan op tijd naar bed, want het was een vermoeiende busreis. En voor 9 bergwandelaars volgt straks de klim naar de Horeb, ook de Mozesberg genoemd. Intussen 'wel te rusten!'

 

Dag 4 - De beklimming van de Horeb : nachtelijke bergwandeling : 18 april

 

          Na een erg korte nachtrust worden de 9 gegadigden al om 1 uur gewekt. Vlug aankleden, nog enkele benodigdheden in rugzak stoppen. Zeker de zaklamp niet vergeten en mijn wandelstok die ik de avond voordien aan het winkeltje bij het restaurant gekocht heb en zelf op mijn maat gezaagd. Een saluut nog aan mijn vrouw en dan op hoop van zege begin ik aan dit nachterlijk avontuur. De kandidaat-klimmers komen eerst in het restaurant een kopje thee of koffie drinken. Als het gezelschap voltallig is stappen we op onze bus, die ons brengt bij het vertrekpunt bij het Catharinaklooster. Ons groepje bestaat uit 9 deelnemers: Hilde, Marc en Lut, Gemma, Wim en An, Willy, Luc en Rosane.

Er is gezorgd voor een berggids, want politie en bedoeïenen zien erop toe dat niemand zonder gids de bergen ingaat. Onze gids heet Mohammed en is een bedoeïen van de streek, die bijna dagelijks deze bergtocht onderneemt. Hij is een jonge man van ergens in de twintig, denk ik; een stevige kerel in typisch bedoeïense klederdracht nl. een lange broek met daarover een blauwachtig kleed, een lederen vest tegen wind en kou, een bedoeïenen sjaal-doek in de hals en platte turnpantoffels.

          Als we door het checkpoint gekomen zijn wordt er met onze gids een groepssignaal afgesproken dat als volgt klinkt: “Mohammed ! Nefertete !” Het wordt enkele keren uitgeprobeerd en met een vurige roep beginnen we aan onze nachtelijk klimpartij :”Mohammed ! Nefertete !”

Het wordt een tocht van min of meer 3 uren klimmen over grind, zand, steengruis, keien, steenbrokken, rotstrappen; kom in één woord vulkanisch gebied met zeer grillige wandelpaden. De Horeb is zowat de hoogste berg van het Sinaïgebergte met een hoogte van 2.285 meter. De deelnemers moeten alleszins een hoogteverschil van meer dan 600 meter overwinnen en het stijgingspercentage is zeer wisselvallig, vals plat is er zelden te bewandelen. Onze gids houdt er van in het begin al een gezwind tempo op na. En na een tiental minuten moet ik teken geven dat het tempo een versnelling te hoog ligt voor mij en daar heeft onze bedoeïen oren naar. Hij voegt een korte pauze in, zodat ik toch even op adem kan komen. Maar even verder begint het echte klimwerk met veel draaien en keren en met een serieus stijgingspercentage. Af en toe moet ik een slokje drinken want de woestijnwind doet de lippen, de mond en de keel al vlug droog staan. Overal langs de klimroute staan bedoeïenen met hun kamelen en roepen niet aflatend naar ons, klimmers : “Camel, camel, good camel!”

          Maar op een kameel wil ik de Mozesberg niet bestijgen. Ik wil zoals Mozes eens deed : op eigen vermogen deze voettocht tot een soort Calvarietocht maken. Gelukkig na een halfuur klimmen en nat van het zweet – ik heb mij iets te warm aan gekleed – komt de eerste verlichte rusthut in zicht. Menslief, wat gaat dat nog voor mij worden! Wij zijn nog maar goed over de voet van de berg. Maar opgeven wil ik zeker niet. Jahweh moet me maar naar boven trekken. De beklimming gaat gestaag verder; tientallen andere groepen stappen wij voorbij of halen ons groepje in. Hier en daar wordt de klim wat afgeremd omdat er meer kamelen op pad gekomen zijn en er nog bijkomende hindernissen opduiken: kering of versmalling van het bergpad, hoge trapblokken. Stilaan kan ik het tempo van onze bedoeïen niet meer volgen. Ik laat hem dan maar gaan en tracht op mijn eigen tempo hogerop te komen. Mijn wandelstok geeft me ook wel een goed steuntje zodat ik wat steviger sta en niet struikel. Gelukkig komt er achter mij Gemma, een vrouw uit ons groepje, die al heel wat ervaring heeft in bergbeklimming volgens ze mij vertelt, en geeft me af en toe een ruggesteuntje waar ik het op de trappen wat moeilijker heb. Gemma hoort mij natuurlijk ook zuchten en kreunen en leert mij hoe ik beter mijn ademhaling kan regelen zodat ik meer zuurstof kan opsnuiven: de longen helemaal laten vollopen en dan snel uitademen! En dan maar verder zonder overhaasting. Ge komt er wel ! En het lukt mij weer voldoende zuurstof op te nemen.

          En daar wat verder zien we de tweede rusthut oplichten. We gaan wat rusten. Veel kan ik niet vertellen, terwijl de anderen eten en drinken en lachen. Zij hebben blijkbaar nog veel reserve. Wij vervolgen onze nachtelijke klim, want wij willen behalve in de voetsporen van Mozes lopen, ook de morgenschemering, de opkomende dageraad, het ochtendgloren en de opgaande zon meebeleven op die unieke berghoogte. Dus nog even Mozes achterna, berg opwaarts !

Dit geeft me weer wat nieuwe moed en energie. De halve maansikkel die achter een bergtop te voorschijn komt is zo lief ons ook wat bij te lichten. Zij maakt onze nachtelijke tocht nog wijdingsvoller. De grote en kleine beer houden ons ook gezelschap en wijzen ons weer het noorden aan. Ver weg in noord-westelijke richting moet Vlaanderen nu ook te slapen liggen. Even denk ik aan thuis en mijn dierbaren. En boven onze hoofden fonkelen duizenden sterren en maken van dit gebeuren hier beneden een   weidse sterrenhemel, de grootste parasol die ik ken. Of moet ik toch paraplu zeggen vanwege de sterrenregen, schoner dan het spectaculairste vuurwerk waar-dan-ook!

We komen aan bij de derde verlichte blokhut en nu beslist halfweg onze klim. Even rust... Wat eten en drinken. En niet getreuzeld ! Onze gids roept : “Mohammed”; en als uit één mond “Nefertete !” We zijn weer op pad. Gelukkig is het tempo er bij de koplopers ook wat uit en nu kan ik ze weer volgen. We zijn nu ook bezig aan het steil­ste gedeelte van onze klim. Als we in een brede bocht

achterom kijken zien we nog veel volk naar boven komen met hun lichtjes op het hoofd of in de hand als in een kaarsjesprocessie te Lourdes. Onvoorstelbaar mooi !

Bij het vierde en laatste deel van de beklimming gaan de kamelen niet meer mee. Te moeilijk en te gevaarlijk voor mens en dier. De kamelen krijgen dan ook platte rust ergens aan de kant. Wij zwoe­gen verder om ons persoontje nog wat op te hemelen. Het is evenwel voort­durend goed uitkijken, want er komen trappen en rotsformaties waar we moeten over klauteren. Mijn engelbewaarder volgt me nog altijd en licht me goed bij en waar het moeilijk wordt om het eigen gewicht (80kg) naar boven te hijsen geeft Gemma nog wel een extra ruggensteun. Wat een sterke vrouw !

          Bij een volgende draai zien we een oplichtende streep in de nog donkere lucht; het is het eerste teken van de nieuwe dageraad. Nu nog de laatste honderde meters en dan zien we de top in de verte. Mijn hart klopt wat snel­ler, maar ik klauter rustig verder over de soms schuin han­gende rotstrappen en de ietwat gladde keien. Nog een paar draaitrappen en daar ben ik dan. Ik heb de top van de Horeb gehaald en bedwongen. Het is een ontroerend moment. Gemma wenst me proficiat en ik doe onverwijld hetzelfde want voor haar was het soms dubbel karwei. Ik ben haar dan ook erg dankbaar.

          Het is 4u 40. Onze klimpartij heeft ongeveer 2 uur 40 geduurd, waar 3 uur was vooropgesteld. Het is nog een dik half uur wachten vooraleer de zon boven de horizon zal uit­klimmen. Ik zoek mij een goede uitkijkpost want er komt hoe lan­ger hoe meer volk. Die goede uitkijkpost vind ik op een richel van een betonnen materiaalhut dat mij ook rugdekking biedt, zodat ik min of meer beschutting heb tegen de nogal ruige bergwind die schijnt van alle kanten te blazen. Nu kan ik mijn volle aandacht richten op het lichtschijnsel in het oosten. Een oranje-rode lichtband vormt een prachtige loper van noord naar zuid waarop de zon mag voortschrijden. Stilaan lijkt die banderol op een wordende regenboog, die langzaam in kleursterkte toeneemt. Vol span­ning wacht ik op het eerste rode punt­je van de zonneschijf. Het is al goed te zien waar de zon precies zal doorbreken en aan zijn klim zal beginnen. Intussen wordt het 5u 10. Ik heb al enkele foto's geklikt. Lang kan het nu niet meer duren Om 5u 12 zie ik de bovenrand van de zon als een rood mutsje door de nevel-sluier prie­men. En dan gaat het onverwacht snel: eerst als een rood gezicht en dan de volledig rode zonnebol die binnen de twee minuten boven de berg­kam klimt. Wat een heer­lijk schouw­spel !

De morgenster, die enkele minuten voor zonsopgang nog helder te blinken stond samen met de halve maansikkel is snel ver­bleekt en niet meer te bespeuren. Ook de maan is erg ver­bleekt maar blijft nog enige tijd het licht van de zon weerkaatsen.

          De zon rees uit de duisternis en verlicht nu prachtig de flanken van de Horeb en de omliggende bergwanden. Christus verrees uit zijn graf en werd aldus het Licht van de wereld dat nooit meer kan gedoofd worden. Glorie aan God. Halleluja ! En ik denk daar­bij ook aan alle mensen, waar dan ook op onze wereldbol en wens hen toe wat de en­gelen boven Bethlehem zon­gen: “Vrede op aarde aan alle mensen die van goede wille zijn !”

De afdaling van de Horeb: Op het afgesproken signaal van onze berggids gaat van start ongeveer een half uur na zonsopgang. Het is nu klare dag en bij de afdaling worden geen al te grote moeilijkheden voor­zegd. Iedereen houdt er een eigen tempo op na, en onze gids neemt het voortouw, soms ook om wat af te remmen want nu kan ik met de snelste mee naar beneden. Alleen blijft het goed uitkijken om geen uit­schuivers te maken want er liggen nogal wat losse stenen en keien en gruis.

          We komen allen zonder blutsen of schrammen weer bij het Catharinaklooster; iedereen lijkt opgetogen met deze toch wel unieke ervaring en de schitterende zons­opgang. Padré Renaat komt ons allen hartelijk verwelkomen en wenst ons 'pro­ficiat' met het geleverde exploot. We nemen hier ook afscheid van onze vrien­delijke en goede berg­gids en bedanken hem voor zijn goede leiding. We stap­pen weer op de bus, die ons terugbrengt naar ons hotel. Daar wor­den we eveneens hartelijk verwelkomd door onze medepelgrims, die ons nieuwsgierig uitvragen over ons nachtelijk avontuur.

 

Vervolg dag 4 - Busrit via Nuweiba naar Aquaba en Wadi Ram in Jordanië : 18 april

          Een flinke douche en een goed ontbijt knap­pen mij weer wat op van deze toch wel krach­ten slopende bergbeklimming. Maar ik ben ontzettend blij dat ik dit nog heb kunnen opbrengen! De herder Padré Renaat verzamelt zijn kleine kudde op het plein voor de ingang van het restaurant en geeft ons een inzicht in de roeping van Mozes die wij op onze pelgrimstocht door de Sinaï zullen achterna reizen. Ook de Heer roept ieder van ons voor een welbepaalde opdracht. Aan ons de bereidheid daaraan te beantwoorden. Na dit bezinningshalfuurtje nodigt hij ons uit onze valiezen op de kamers te gaan halen en naar de bus te brengen. Om 9u 45 is dit karweitje ge­klaard en dan stijgen we in voor ons bezoek aan het Sint Catharinaklooster. Van onze gids uit Kaïro krijgen we een overvloeiende uitleg over de ontstaansgeschiedenis van dit kloos­ter en zijn betekenis voor de omgeving en om de figuur van Mozes levendig te houden. Om 11u wordt de smal­le poort van het klooster open gezet en de honderden begerige bezoekers kunnen druppelsgewijs binnenglippen.

          Eenmaal ons groepje binnen de muren raakt verzamelt Padré Renaat ons eerst bij de plaats waar de braamstruik nog te bewonderen staat en Mozes zich van zijn schoeisel ontdeed omdat Jahweh zich deze plaats toe geheiligd had en aan Mozes een voorname opdracht toevertrouwde die heel zijn leven onderste boven zou zetten in dienst van het uitverkoren volk van Israël. We krijgen hier ook een passend kaartje met treffende tekst over deze wondere struik, maar niemand kan of

durft beweren dat deze nog afstamt uit de tijd van Mozes. Hoe dan ook, het is merkwaardig dat deze struik op deze binnenkoer in leven blijft in echt weinig aarde, zo goed als ingemuurd.

          Dan begeven we ons tussen de honderden bezoekers schoorvoetend naar de kloosterkerk. Deze is in Grieks-byzantijnse bouwstijl opgetrokken en dateert uit de 6-de eeuw. Er bevinden zich ontelbare mozaïeken en iconen. Ze staan of han­gen op de iconostase of tegen de wanden maar zijn bedekt met een aanzienlijke stoflaag waardoor ze wat van hun schoonheid inboeten. Toch nog de moeite waard.

Wegens de grote volktoeloop is onze doorlooptijd nogal beperkt en verlaten we al spoedig langs een zijdeur weer de kerk. Omdat we nog een heel lange busrit voor de wielen krijgen wil onze begeleider het hierbij houden en gaat het al vlug terug naar onze opstapplaats.

          Tegen 12uur zitten we in onze bus voor weer een heel lange dagrit naar onze overnachtingsplaats Wadi Ram in Jordanië. We rijden door zanderige en steenachtige woestijnen, grillige rotsformaties in alle kleuren, meestal roze en bruin, soms ook groen en zelfs koolzwart. Dit is ongetwijfeld oud vulkanisch gebied waar we dwars door rijden rich­ting Nuweiba aan de golf van Akaba. Vanaf Nuweiba gaat het in noord-oostelijke richting om via de zuidpunt van Israël door te reizen naar Jor­danië. We moeten dus meerdere grensposten achtereen doorkomen en dat betekent check­points bij het verlaten van Egypte, het binnenkomen van Israël, het verlaten van Israël en het binnenkomen van Jordanië. Voor een tiental kilometers op Israëlitisch grond­gebied wordt er van bus gewisseld. En eens over de Jor­daanse grens krijgen we daar een Jor­daanse bus. Dus aan afwisseling geen gebrek. Maar we laten ons dit over­komen ofschoon we hiermee toch enkele uren verspelen. Wij krijgen als compensatie een lekkere smos en wat verfrissend drinken. Zo komen we dan tegen valavond in Jordanië. De straatverlichting is overal ontstoken en dat maakt het nog even romantisch tot het helemaal donker wordt en we in een gebied rijden waar nog maar weinig verlichting te bespeuren is. Onze chauffeur moet over een nauwkeurige GPS beschikken want ik kan nauwelijk nog een weg onderscheiden. We rijden zeker door de zoveelste woestijn. De volgende morgen wordt ons dit bevestigd. Intussen komen we aan in het Bedoeïenenkamp van Wadi Ram.

          Daar worden we vriendelijk onthaald en wordt ons nog een barbecue-buffet aangeboden. Maar echt veel eten doe ik niet. Daar ben ik te moe voor. Ik ben dan ook opgelucht als onze slaaptenten aangewezen worden. We halen aan de bus onze valiezen en Bernadette en ik trekken naar de ons toegewezen slaapstee. In onze tent staat een bed waar een kleine familie zou kunnen op slapen. Voor ons bed ligt een tapijt, maar links en rechts van het bed trappelen we in het zand. En zo worden we voor een keer bedoeïenen met de Bedoeïenen. We steken enkele kaarsen aan, want electrische verlichting is er niet. Dan trekken we onze voorhang dicht, wisselen onze kleding, blazen de kaarsen weer uit en leggen onze lamme leden eindelijk te rusten. Voor enkele uren verhuizen we naar dromenland. Ik heb ook echt gedroomd, maar spijtig, ik kan hem niet navertellen. Dus verzin er zelf maar één.

 

Dag 5 - Woestijntocht in jeeps en bezoek aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs : 19 april

 

          Ik ben al zeer vroeg wakker:om 5u 30 kleed ik mij aan en ga me even in de wasgang verfrissen. Als ik terug naar de tent wil wandelen, zie ik boven de bergkam in het oosten het felle licht van de opkomende dageraad. De zon kan niet lang meer achter die bergkam verstoken blijven. Dit natuurfenomeen wil ik ook vandaag herbeleven, zij het dan in de woestijn. Ik ga op een aangelegde berm staan wachten. Gelukkig had ik mijn fototoestel al op zak. Dus ik hoef niet zo direkt naar de tent en ik wil Bernadette zolang mogelijk laten slapen, want zij heeft haar rust nodig. Ik kan bijna juist inschatten waar de zon het eerst zal te voorschijn komen. De bergkam heeft in 't midden een mooie inkeping, een soort dal, en juist in die zonk komt zijne Majesteit de Zon opdagen. Om 6u12 is het

zover: eerst een rood bisschopsmutsje, dan het rood gezicht van een kardinaal en eindelijk als een bloedrode hostie. Wat een overrompelende zonsopgang. De mooiste wel uit heel mijn leven. En deze mag ik hier in Wadi Ram, in de woestijn beleven, staande op een opgehoogde zandhoop. Heeft dan niemand anders dit wonder zien gebeuren? Ik heb hier ook even met ontroering de herinnering aan ons Reinhilde, ons zonnetje moeten toelaten. Zij wilde in ons gezin altijd een zonnetje zijn. Dank u, lief kind. Ik heb enkele foto's genomen maar tegen zon in is het resultaat maar een bleek gebeuren.

          De werkelijkheid is zoveel mooier. Mijn God, hoe schoon dit morgenvuur voor een warme lentedag aangestoken ! Na een smakelijk ontbijt aan tafels in open lucht halen we ons gepak uit de tenten en bren­gen het naar de bus, want er wacht ons nog een druk dag­programma en we willen er vlug aan beginnen.

Maar in die haast wordt er een medepelgrim over het hoofdgezien. Maar Marie-Alice weet zich te redden met autostop en achterhaalt al snel onze bus. En alle schaapjes zitten weer in de kooi.

Na een kwartiertje rijden komen we bij een soort station, waar af en toe wel een trein moet langs komen want er zijn sporen die er naar­toe leiden. Maar bij dit station staan nog andere gebouwen waar allerlei diensten in zijn ondergebracht. Zo ook de diensten voor een rondrit met jeeps door de woes­tijn. En daar gaan we nu aan beginnen. Ons reisgezelschap wordt verdeeld over 4 jeeps en ook onze Jor­daanse gids Antoine begeleid onze woes­tijnverkenning.

Hier en daar wordt een tijdje halt gehouden om wat mooie plaatjes in te blikken, of om man- of vrouwlief een plaats te geven bij een woestijnstruik of rotsformatie. En dan hotsen wij op de jeepbanken verder naar een volgende stopplaats. Zo komen we bij een rotswand vol oude inscripties. Volgens onze gids dateren deze uit de tijd van de Nabateeërs die de karavaanroutes door de woestijn onder hun controle hadden. Nu zien we van dichtbij dat de woestijn niet enkel zand is – wel is waar zijn het dorre en schrale vlakten en bergformaties, hier over­wegend roze, granietachtige gesteenten - maar er is een zekere plantengroei, strui­ken, lage bo­men, ook een soort houterig gras en ik ben er ook een mierennest op het spoor gekomen. Dus er moet hier toch nog wat vocht onder het zand verscholen zitten. Een moedermier droeg rond met een dik ei. Ik heb ze maar terug bij de ingang van het nest gebracht. Zo weten we nu dat er leven in de woestijn is, want ik vergat  te vermelden dat er vogels rondvlogen aan de voet van de Horeb, in de omgeving van het St Catharinaklooster. Maar in de woes­tijn van Wadi Ram zoek ik die te vergeefs.

Wat mij nog meer verbaast is dat er nederzettingen van mensen in deze woestijn te vinden zijn en het is me een vraag waar zij hun water vandaan halen, want een oase viel er hier nergens te bespeuren. Bij een van onze stopplaatsen hield ook een kleine trekkerskaravaan halt en gaven hun kamelen platte rust. Even verder hebben we een stuk weg gevolgd uit de beroemde film over Laurence of

Arabië, waar de held uit het verhaal ook een gedenkplaat gekregen heeft als vriend van de Arabieren. Tenslotte na anderhalf uur toeren door de woestijn brengen de vier jeeps ons terug naar de bus.

We zijn weer een ervaring rijker en kunnen alleen nog meer bewondering hebben voor de mensen die de kunst verstaan in de woestijn te leven en te overleven. We vervolgen onze weg naar Petra.

 

Bezoek aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs

Ze ligt verscholen in het Edomgebergte. We bewonderen er de in de rots uitgekapte graven van allerlei groot­heden en ook van de gewone man van het Nabateese volk. Onze Jordaanse gids Antoine komt hier echt goed op dreef en is zo uitvoerig in zijn commentaar dat de voorziene tijd voor de onze wandeling door deze dodenstad wel eens zo lang wordt. Het is ook onvoorstelbaar als ge dit

niet gezien hebt. Het is een kilometer lange dodengang met graven in rotsen en bergwanden uitgehouwen of in reuze sarcofagen onder gebracht. Voor hun koningen en hoogwaardig­heidsbekleders zijn er mausolea's en tempels opgericht, en het grote pronkstuk is wel de tempel die wij bijna een  kerk zouden gaan noemen, met een voorgevel als van een kathedraal. En dan is er ook nog het grote amfitheater waar de afscheidsvieringen van koningen en andere grootheden gehouden werden.  Het geheel is een bizarre en vreemde wereld voor ons, en toch ook niet. Dat volk getuigde door hun grote eerbied voor hun afgestorvenen dat er leven is na de dood en dat zij het welzijn van hun stamgenoten - door een goede aankomst in het hiernamaals - konden helpen verhaasten. Het is een boeiende maar zeer vermoeiende rondgang door deze dodenstad want de zon brandt op onze koppen en lijven, daarbij heb ik mijn hoofddeksel in de bus vergeten. Goed dat er ook heel wat schaduw is en er af en toe ook een verfrissend windje blaast. Nu blijft er ons nog de lange weg terug, maar hier en daar kan ik het niet nalaten sommigen graven en tempels nog eens uit andere hoek te bewonderen. Petra is niet alleen een stad van en voor doden, maar ook voor de levenden nu!

Onze bus klimt uit de put van Petra en brengt ons naar ons hotel, hoog boven de stad, als ware het een arends­nest. Terwijl we ons naar het avondmaal begeven kunnen we vanuit de zitruimten nog een prachtige zons­ondergang bewonderen. Smakelijk eten en voor later 'slaap lekker!'

 

Dag 6 - Naar Madaba, over de Neboberg naar Amman : 20 april

 

“Goede morgen, lieve schat. Goed geslapen?”Ja, het was een goed hotel daar in Petra. We zijn weer monter en fit. En er komt weer een dag waar pit in zit ! Van Petra rijden we aanvankelijk in noord-oostelijke richting om nadien een grotere autobaan te volgen richting Amman. Het wordt ook vandaag een behoorlijk lange rit door woestijnlandschappen wat heuvelachtig maar tamelijk vlak. Indien hier een goede bevloeiïng kon aangelegd worden zou er best aan landbouw kunnen gedaan worden; nog blijft alles dor en onvruchtbaar. De gemiddelde jaarlijkse neerslag bedraagt amper 8mm. Vergelijk dit bij ons in Vlaanderen. Hebben we dan reden tot klagen ?

Onderweg wordt er gepauseerd om iets te eten of te drinken en om andere plagerijen te verhelpen. Als Madaba wenkt slaan we toch een zijweg in richting Neboberg. We komen daar iets later toe dan gepland en aldus kan de Eucharistieviering hier niet meer doorgaan. Want iedere groep krijgt hier een bepaalde tijd. Padré Renaat houdt dan hier een korte bezinning over het gebeuren dat zich hier aan Mozes voltrok. Hij mocht wel het Beloofde Land schouwen maar er niet binnengaan omdat hij wegens het morrende volk aan Jahweh’s goedheid had getwijfeld. Hij is op deze berg dan ook gestorven. We doorlopen daarna de hele site: een kerk in opbouw en andere bezienswaardig- heden zoals verschillende mooie mozaïekvloeren die vermaard zijn in deze streek.

Het uitzicht op het weidse panorama valt erg tegen wegens de neerdwarrelende zandnevel in de Jordaanvallei. We dalen weer af en komen in Madaba waar we de inwendige mens nog eens wat op peil gaan krikken. Na die weldaad gaan we de beroemde oude mozaïekkaart van het heilig Land bestuderen in een vergaderzaal bij de Grieks-orthodoxe gemeenschap gevestigd hier in Madaba. Onze gids Antoine weet er alles van en geeft deskundige toelichting. Daarna bezoeken we natuurlijk ook de fraaie basiliek met illustere mozaïeken en hoe kan het anders een overvloed aan iconen.

Na ons bezoek aan Madaba stevenen we onverwijld af op de hoofdstad van Jordanië. We gaan er logeren in een buitenwijk van Amman, logeren in de nabijheid van het koninklijk domein dat op elk torentje of kanteel bemand is met een gewapende soldaat. Maar wij zijn 'goe volk' en hebben dan ook niets te vrezen. Bij de Zusters van de Rozenkrans vinden wij een slaapgelegenheid om U tegen te zeggen en de kost is er eveneens op hoog niveau. Maar wat ons bijzonder verheugd : de Zusters hebben hier een prachtige kapel laten bouwen en daar kunnen wij na het avondeten terecht voor een intieme Eucharistieviering voorgegaan door Padré Renaat, die - goed geïnspireerd - de prachtige mozaïek over Maria's bezoek aan Elisabeth toelicht. De mozaïek is echt het pronkstuk van deze gebedsruimte. En menige afdruk werd er dan ook na de viering op beeld vastgelegd. Voor wie het wenste was er nadien nog gelegenheid voor een laatavond babbel of wel te rusten !

 

Dag 7 - Bezoek aan de Romeinse ruïnes van Jerash en doorreis naar Nazareth : 21 april

 

Na ons ontbijt maken we eerst een rondrit door het oude Amman met Citadel en het Romeinse Amphitheater. Dan bezoeken we ook nog de Romeinse ruïne van Jerash die uitgespreid ligt over een hectaren grote site. Het Forum alleen al is 80 meter lang en omheind door een majestueuze zuilengang en dateert uit de 1e eeuw. We krijgen hier ruim de tijd om dit uitgestrekte ruïneveld te doorlopen. : niet alleen het Forum Romanum maar ook het theater, de kerk (wat er van over blijft) van Cosmas en Damianus met prachtige mozaïek, de tempel van Artemis, de Cardo maximus, die met een rechte, 1 km lange as door de hele stad loopt vanaf het Forum tot aan de Noordelijk Poort.

De hoofdweg van de oude Gerasa (nu Jerash) wordt geflankeerd door 260 zuilen langs iedere zijde, die de eens zo majestueuze zuilengangen steunden. Deze stad was een van de tien steden van de Decapolis ten tijde van Jezus Christus.

Daarna trekken we de grens over naar Israël en het intussen gekende scenario moet weer gespeeld worden. Het neemt zoals geweten erg veel tijd in beslag; De controles van paspoort en bagage zijn zeer streng, maar we nemen het er maar weer bij en laten het niet aan ons hart raken. Er is tot hiertoe nog niemand de toegang tot het land geweigerd. En uiteindelijk is iedereen van onze groep ook

welkom in Israël. We nemen eerst afscheid van onze Jordaanse gids Antoine en ook de bus vertrekt weer naar zijn thuisbasis ergens in Jordanië. Wij krijgen voor de rest van onze doorreis in Israël een bus uit Nazareth. Deze brengt ons vandaag nog naar Nazareth waar we voor 4 overnachtingen geboekt staan in Plaza Hotel. Het wordt mijn hoogste logementskamer ooit : 10 hoog. Wat  een weids panorama ! De kamer binnen raken duurt nog wel even want de kaart doet het niet. Ten slotte krijgen Bernadette en ik de echte sleutel van ons kamer en nu lukt het ons wel. We kunnen ons eindelijk wat verfrissen en weer naar het gelijkvloers duiken voor het avondmaal. Ook hier is het zelfbediening, uitgezonderd de drank. Padre Renaat geeft ons nog wat informatie over het programma van morgen en 'wel te rusten!' na deze emotionele en afwisselende dag.

 

Dag 8 - Vandaag bezoeken we de oude stad Nazareth : 22 april

 

          De bus brengt ons in het hart van de oude stad. Daarna hebben we een Eucharistieviering in de kapel van de Kleine Broeders van Jezus, de volgelingen van Charles de Foucauld. Deze bekeerling heeft in dit klooster 4 jaar lang een verborgen en teruggetrokken leven geleid in gebed en meditatie om Jezus na te volgen. We wandelen ook even door de tuin die hijzelf al die tijd heeft

onderhouden.     Dan wandelen we door het Oude Nazareth en bezoeken om te beginnen de Boodschapsbasiliek. Hier is de engel Gabriël de Boodschap aan Maria komen brengen met het verzoek of zij de Moeder wilde worden van de lang voorzegde Messias. Maria die wenste maagd te blijven heeft een inlichting gevraagd hoe dit dan wel zou geschieden. En toen Zij de juiste toedracht vernomen had, heeft Zij haar 'Fiat' gegeven; en Zij kreeg verder het goede nieuws over haar oude nicht Elisabeth dat deze in haar zesde maand was, en dat er bij God niets onmogelijk is. Boven het huis waar deze Boodschap door de engel werd gebracht, heeft de christenheid een prachtige basiliek gebouwd en heerlijk opgesierd met kunstvolle mozaïek-iconen. Het is de grootste kerk van Israël en zelfs van het Midden Oosten. De plannen werden getekend door de Italiaanse architect Giovanni Muzio. Voor verdere details moet ik een recente Israëlgids raadplegen. Na ons bezoek aan de benedenkerk lopen we ook naar boven voor de bovenkerk want er zijn meerdere kerken boven elkaar gebouwd. Na ons bezoek aan de Annunciatie-basiliek bezoeken we even hogerop de St-Jozefskerk die eerder sober is gehouden. Ze zou boven de werkwinkel van St Jozef zijn gebouwd. In de crypte zijn delen van een woongrot zichtbaar. Ook een ronde steen die als tafel kon dienst doen. Na ons bezoek aan deze kerk gaan we door de soeks naar de kerk bij de bron, de Grieks-orthodoxe Boodschapskerk. Hier bevindt zich ook de bron waar Maria elke dag met haar waterkruik het water voor haar huishouden ging putten. Met een ketting kan nog altijd water uit de bron naar boven gehaald worden. Tussendoor worden we getrakteerd door Padré Renaat met een frisdrank en dan lopen we weer door de soeks naar de Oude Synagoge waar Jezus zijn aangevochten preek gehouden hebben: “Een profeet is overal geëerd behalve in zijn eigen stad en bij zijn familie.” Waarna enkele kopstukken Hem van een steilte wilden naar beneden werpen. Maar het liep nog goed af; Hij ging gewoon door de omstaanders heen.

          En wij gaan lunchen. Na de middag bezoeken wij Akko aan de Middellandse Zee, gelegen op de noordpunt van de brede baai ten noorden van Haifa. Het is een van de oudste steden van Israël. Thoetmosis III veroverde de stad in de 15e eeuw voor Chr. En liet de naam in de stadslijsten van een van de tempels van Karnak beitelen. Alle invallers en veroveraars van Palestina hebben de stad veroverd en belegerd, tot Napoleon Bonaparte toe. De resten van de oude stad liggen buiten de stad op Tel Akko en voor ons is alleen die oude stad de moeite waard. Op de versterkte schansen lopen we verder tot aan de vissershaven. We bezoeken ook de oude vestingen, gebouwd door de Kruisvaarders aan de oude haven. Tussendoor drinken we lekker vers geperst fruitsap. Ook de moskee van El-Jazzar vereren wij met een bezoek. Het is een vrij groot complex met mooie voortuin. Dan zijn we nog een goed uur vrij en tenslotte vangt de terugreis aan.

Voor wie zich aangemeld heeft is er na het avondeten nog de gelegenheid om even buiten Nazareth een klassiek concert bij te wonen met werken van Mozart en Mendelsohn. De bus brengt er ons ook heen en het was de verplaatsing meer dan waard. Ik heb er alleszins van genoten.

 

Dag 9 - Rondrit langs het meer van Galilea, bezoek aan Caesarea Philippi waar een van  de voornaamste bronnen van de Jordaan ontspringt : 23 april

          Het meer van Galilea heeft verschillende namen en wordt behalve Zee van Tiberias, ook meer van Genezareth genoemd, terwijl zijn Hebreeuwse naam is: Kinneret, wat wijst op de vorm van het meer, nl. die van een harp en het Hebreeuwse 'Kinnoor' betekent in het Nederlands 'harp'.

We vertrekken ‘s morgens al vroeg naar de berg der Zaligsprekingen waar een moderne achthoekige kerk gebouwd werd en waar binnen op de 8 muurvlakken de Acht Zaligheden mooi uitgeschreven staan. Door de horizontale vensters heeft men van binnenuit ook een goed uitzicht op het meer van Galilea en op de landinwaarts gelegen heuvels. We dalen per bus af naar Tabgha, gelegen aan de oever van het meer. De naam Tabgha stamt af van het griekse woord 'Heptapegon' en betekent 'zeven bronnen' en de plaats is ook zeer waterrijk. De overlevering zegt dat Jezus hier een schare van 5000 mannen spijzigde – vrouwen en kinderen niet meegeteld – met vijf broden en twee vissen (Jo

6, 1-6). Hier werden ook twee Byzantijnse kerken gebouwd in de 4e en 5e eeuw In 1932 werden de overblijfselen gevonden van een Byzantijnse mozaïekvloer, de best bewaarde en mooiste ooit in Israël uitgegraven. De mozaïek bij het altaar stelt de vermenigvuldiging van de broden voor en verder is er een tafereel met vogels en vissen, dieren en bloemen uit de omgeving van het meer. In 1934 werd hier de huidige Petruskerk gebouwd over een massief rotsblok, de Mensa Christi; volgens de overlevering ook de plaats waar Jezus, verrezen uit de doden, voor de 3-de maal aan zijn discipelen verscheen en Petrus – na zijn verloochening – temidden van de andere apostelen in zijn apostelambt herstelde, om een herder van Zijn kudde te zijn (Joh. 21: 1-17).        Vlak bij het meer vieren wij vandaag de Eucharistie; het is een plaats waar veel volk kon neerzitten tegen de helling aan in een beschutte baai, maar vandaag waait er een stevige bries vanuit het meer naar ons toe. Wat niet belet dat we op deze plaats een wijdingsvolle viering in onze kleine kring kunnen houden. Na de Mis kunnen we even in het meer gaan pootje baden. Maar om er te geraken moeten we over de keien lopen. Een ietwat riskante onderneming om niet uit te glijden. Ik trek schoenen en sokken uit en rol mijn broekspijpen tot kniehoogte en stap dan voorzichtig in het meer van Galilea – een geweldige ervaring, zeker als ik over die grote plas tracht te schouwen - en nu kan ik mij best voorstellen dat hier wel eens een stevige storm kon opsteken. Het water is fris maar niet koud. Ik vind bij het strand een mooie kei, die de vorm heeft van een hart. Deze wil ik als aandenken aan deze bijzondere plek meedragen.

          We verlaten Tabgha en rijden naar het iets noordelijker gelegen Kafarnaüm.

Het was de woonplaats van Petrus en tijdens zijn openbaar leven had ook Jezus er zijn thuisbasis. We bezoeken hier de synagoge en de oude stad. Boven het huis van Petrus is een moderne kerk gebouwd. Hier in Kafarnaüm hield Jezus de meeste van zijn redevoeringen en met vele wonderen toonde Hij zijn goedheid en almacht aan de mensen: hier dreef Hij de boze geest uit en genas Petrus' schoonmoeder; Hij genas er de dienstknecht van de honderdman en de verlamde man, die door het dak werd neergelaten; Hij wekte het dochtertje van Jaïrus op uit de dood; Hij genas de bloedvloeiende vrouw, de twee blinden, de zoon van een koninklijke hoveling en de man met de verdorde hand, en verder nog ontelbare zieken die bij Hem gebracht werden. Jezus heeft de stad omwille van haar ongeloof vervloekt met de woorden: “En gij Kafarnaüm, die tot de hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel neergestoten worden. Want indien in Sodom en Gomorra krachten waren geschied die in u geschied zijn, zij zouden tot op de huidige dag gebleven zijn Doch Ik zeg u, dat het de streek van Sodom en Gomorra dragelijker zal zijn op de dag van het oordeel dan u.”(Mt. 11, 23 - 24) Nu is Kafarnaüm nog slechts een archeologische site naast de oever van het meer. Onze bus brengt ons dan bij de oversteekplaats waar een boot ons naar Ein Gev zal brengen. En daar in de kibboets gaan we middagmalen. Mohammed, onze chauffeur brengt ons over de Golan (vroeger Syrisch gebied, nu ingepalmd door Israël) naar de bronnen van de Jordaan tegen de grenzen aan van Libanon en Syrië, gelegen aan de voet van het Hermongebergte, dat we in de verte met zijn besneeuwde toppen zien schitteren. Het is hier een prachtig natuurgebied met behoorlijk wat plantengroei. We bezoeken Caesarea Filippi. De tegenwoordige naam luidt : Banias, een verbastering van de oude griekse naam Paneas. Oorspronkelijk bevond zich hier het heiligdom gewijd aan de griekse god Pan. Herodes de Grote bouwde hier een heiligdom voor Caesar. Filippus, de zoon van Herodes, breidde de stad uit en noemde haar Caesarea Filippi. Op deze plaats erkende Petrus Jezus als de Zoon van God, zeggende : “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God !”

De ruïne van Caesarea Filippi is, ondanks de grote schade aangericht door een grote aardbeving nog altijd indrukwekkend. In de bergwand was er vroeger een grote waterwel te zien, maar de doorstroming is versperd door rotsblokken. Het water heeft andere kanaaltjes gegraven en het kolkend water vormt zich snel tot een behoorlijke bergbeek die fris en helder is.

We krijgen hier ruim de tijd om alles goed in ogenschouw te nemen en er kleurrijke plaatjes van te maken. De dag zit er bijna op en voor de aardigheid rijdt onze bus via Kana waar een kerk nog aan de bruiloft herinnerd weer terug naar Nazareth. Een lekkere maaltijd fleurt ons weer op. Een welgekomen nachtrust volgt niet zolang daarna. Tot morgen dan maar weer, gij lieve medepelgrims !

 

Dag 10 - Uitstap naar Caesarea en Haïfa : 24 april

 

          Vroeg in de morgen rijden we er weer op uit om veel moois te bezichtigen en gaan we een bezoek brengen aan de aartsbisschop van Galilea in Haïfa. Maar eerst de vestingstad Caesarea. Ruim 25 km ten zuiden van Haïfa liggen de ruïnes van Caesarea, een belangrijke stad voor de Romeinen en voor de Kruisvaarders. Herodes de Grote bouwde op een Fenicische nederzetting een nieuwe stad in 22 voor Christus. Hij noemde haar naar zijn keizerlijke romeinse weldoener 'Caesarea'. De ruïnes van amfitheater, hypodroom, straten en huizen geven nog een idee van de luisterrijke keizerlijke stad. Caesarea werd later de hoofdstad van de provincie Palestina. Pontius Pilatus verbleef er; het hoofdkwartier van het Romeinse leger was er gevestigd en de haven was een van de belangrijkste bases van de Romeinse vloot. De apostel Paulus zat er twee jaar gevangen voordat hij naar Rome werd overgebracht. De Joodse opstand tegen de Romeinen begon hier in 66 en Vespasianus liet zich in 69 tot keizer uitroepen. In de Byzantijnse tijd had Caesarea een bisschop en was

in de stad een theologenschool gevestigd. Eeuwenlang was de stad een centrum van het christendom en de Byzantijnse cultuur, waaraan in 638 bruusk een einde kwam toen de Arabieren de stad innamen. De Kruisvaarders veroverden de stad met behulp van een vloot uit Genua in 1102. Zij

bouwden langs de oude Romeinse stad geweldige verdedigingswerken, die niet konden beletten dat zij – door een list bedrogen – hun vestigingen moesten prijsgeven aan Saladin en zijn legers.

          We bezoeken eerst het geweldige amfitheater met zijn 4000 zitplaatsen, waar nu nog jaarlijks concerten en uitvoeringen worden gegeven met de zee als decor. Dan gaat onze wandeling verder langs de kustlijn door een hypodroom: 'brood en spelen': vermaak mocht niet ontbreken ! En in het noordelijk deel van deze vestingstad vinden wij de geweldige citadel die de Kruisvaarders er hebben neergezet als een oninneembare bunker. Maar wie niet sterk is, moet slim zijn, zoals Saladin.

We verlaten de site en rijden verder richting Haïfa maar maken een tussenstop om de restanten van het Romeins aquaduct te bewonderen dat de stad Caesarea van drinkbaar water moest voorzien. Het lijkt een lange brug maar er lopen geen wegen onder door. Wel worden de bogen ervan nog indrukwekkender gezien tegen de blauwe Middellandse Zee aan.

 

          We brengen een bezoek aan het klooster van de Berg Karmel, maar beginnen met een keurig en smakelijk middagmaal. We krijgen nadien nog even de tijd om wat te zonnen in een rustzetel of wat rond te slenteren in de grote kloostertuin waar allerlei soorten cactussen in bakken groeien en bloeien. Langs kronkelende kloostergangen komen we beneden in de crypte waar we de grot van de profeet Elias betreden. Deze figuur inspireerden de latere Karmelorde tot een leven van gebed en meditatie in oorden van afzondering. De Karmelieten vereren de H. Elias als hun beschermheilige.

We bezoeken ook nog even de kerk boven de Eliasgrot gebouwd. Naast de kerk bevindt zich nog het slotklooster, maar dit is niet toegankelijk.

Hier wat hogerop de top van de berg bracht Elias het volk bijeen om hen af te brengen van de eredienst voor Baäl en ze te laten zien dat Jahweh de ware God was. Maar hoe het af liep is ons genoegzaam bekend.

          We verlaten het domein van de berg Karmel en bezoeken de sierlijk aangelegde tuin van de Bahaï-godsdienst. Deze is zeer symmetrisch tegen een nogal hoge bergflank aangelegd en met fraaie struiken, bloemen, planten, hagen en allerlei paden en perkjes aangelegd. Enig mooie in zijn soort. Een weelde voor het oog.

Onze bus brengt ons nu naar de benedenstad en daar zien we de Bahaï-tuin met het fraaie tempeltje nog eens, maar nu van beneden naar boven, wat een heel ander artistiek beeld geeft. Een jong trouwpaar laat zich hier vereeuwigen tegen deze kleurrijke tuinheuvel aan. Wij allen zijn daar met genoegen de stille getuigen van. Ik zelf neem ook nog enkele foto's van dit klein aardsparadijs.

Een paar honderd meters de zeekant af vinden we een restaurant waar we ons laten bedienen met een lekkere frisdrank.

          Na deze niet al te lange pauze begeven wij ons een paar straten hogerop naar het aartsbisschoppelijk paleis van Mgr Elias Chacour, een zeer vriendelijk man die niet om een grapje verlegen zit. Als de Franse genodigden ons komen vervoegen begint de officiële ontvangst. De bisschop stuurt een hele reeks vragen in de richting van zijn genodigden die slechts wat aarzelend een antwoord geven. Wat komt ge hier zoeken in het Heilig Land. Ik antwoord : “de voetsporen en de levende gedachtenis aan de Heer .” - “En hebt ge die gevonden ?” - “Ik geloof van wel op de ontelbare plaatsen waar de Heer zijn goddelijke Boodschap heeft verkondigd !” En wat ik op dat moment vergat te zeggen is nog overtuigender: “In ons pelgrimerend en biddend gezelschap hebben we zo indringende vieringen gehad met de Heer in ons midden.”

Mgr Chacour houdt daarna een heel lange discours over de Jood-Palestijnse zaak. Wij allen zijn toch broeders van Christus en kinderen van éénzelfde Vader. Waarom kunnen wij niet vreedzaam samen of ten minste naast elkaar leven? Laten wij tenminste die zorg ter harte nemen. Hij geeft ons zijn bisschoppelijke zegen en wenst ons een goed vervolg van onze pelgrimstocht door het Heilig

Land. Het is al laat als we in ons hotel aankomen, maar we krijgen er nog te eten. Slaap lekker !

 

Dag 11 - Via de berg Tabor en door de woestijn van Judea naar Jeruzalem : 25 april

 

          Na het ontbijt verlaten wij Nazareth, de stad waar de Heilige Familie in alle vredelievendheid heeft samengewoond en gewerkt tussen de arme bewoners en heel de buurt tot aangename medebewoners moeten geweest zijn. Tot zijn 30e jaar moet Jezus hier hebben verbleven met Maria en Jozef, die - volgens de overlevering - al gestorven was vooraleer Jezus zijn openbaar leven begon. Maar op een dag is zijn uur gekomen om de wijde wereld in te trekken, in het begin nog alleen en stilaan met een hele groep discipelen waaruit Hij er 12 tot zijn apostelen maakte om op hun beurt de hele wereld door te trekken met de Blijde Boodschap.

Ons uur is gekomen om Nazareth te verlaten en op te gaan naar de heilige stad, de berg Sion, waar Jezus zijn ultieme offer zal brengen tot ons aller heil en verlossing uit zonde en dood.

Eerst mogen wij ons geloof versterken met het vizioen dat Petrus, Jacobus en Johannes te schouwen kregen op de berg Tabor: de “verheerlijking van de Mensenzoon Jezus Christus”. De berg Tabor verheft zich 488 m boven de vlakte van Zuid-Galilea en ligt 570 m boven de zeespiegel. Wij worden tot aan de voet van de berg gereden met eigen bus. Daarna brengen kleine bus-taxi's ons tot boven op de Tabor. Daar bezoeken we eerst de Basiliek der verheerlijking die in 1924 door de Paters Franciscanen gebouwd werd op de ruïnes van vroegere kerken, nl. een uit de Byzantijnse periode en een uit de tijd van de Kruisvaarders.

          De ruïnes en resten daarvan vormen nu een deel van nieuwe bouwstructuur. Het grote gebouw heeft een driedelige voorgevel, een boog tussen twee torens ter herinnering aan de drie tenten die Petrus er wilde bouwen.We gaan er even bidden en daarna om 9 uur gaan we Eucharistievieren onder een niet zo fraai afdak naast de basiliek. Na deze viering hebben we nog even de tijd om van op de terrassen bezijden de basiliek het wijdse panorama in ogenschouw te nemen.Men heeft een schitterend uitzicht over het hele Jizreëldal met zijn vruchtbare nederzettingen. In het zuiden ziet men de bergen liggen van Samaria die zich uitstrekken van Karmel tot Gilboa. In het noorden verheffen zich de bergen van Galilea, de Golanhoogte en boven alles uit verrijst in de verte de besneeuwde top van de berg Hermon. In de Psalmen worden deze bergen reeds bezongen: “Tabor en Hermon juichen in Uw Naam !” (Ps. 89, 13) Voor ik met de taxi weer naar beneden meerijd heb ik ook nog de tijd terug in de Basiliek te duiken en te danken voor het wonderbare wat op deze berg allemaal is voorgevallen.

Onze tocht gaat verder via het brede Jordaandal met een bezoek aan Bet Alfa, waar een oude synagoge staat met prachtige mozaïekvloer. Er wordt ons op een interessante wijze uitleg verstrekt door telkens een ander onderdeel van het mozaïek te belichten Zodat geen enkel detail wordt overgeslagen. Dit oponthoud heeft ons weer iets heerlijks laten genieten.

          En zo naderen we tegen de middag de oude stad Jericho. Tegenover het groot Omajjadenpaleis dat we straks zullen bezoeken ligt er een groot hotelcomplex met reuzegroot restaurant. Hier staan de tafels voor ons al gedekt en we gaan er onze hongere magen weer eens spijzigen. Groot buffetmaal en er is keuze te over. Maar toch goed uitkijken wat onze maag nog kan verdragen. Ik kies mij maar lichte kost en een stuk fruit. En daar kan ik ook best mee verder tot het avondeten straks in Jeruzalem. Padré Renaat geeft ons het signaal om weer plaats te nemen in de bus, en die brengt ons naar Jericho. In de woestijn ligt Jericho als een groene oase met palmen, eucalyptussen en fruitbomen. De oase krijgt haar water uit de bron van Elisa. Hij was de profeet die zout in het ongezonde water liet werpen om het te zuiveren. De bron stroomt nog steeds. Jericho staat ook bekend als de 'oudste stad ter wereld'. Men heeft er 17 verschillende woonlagen geteld. De muren van deze stad zijn al in de jaren tussen 3000-2000 voor Chr. zeventien keren verwoest en hersteld. We bezoeken nu een site die ons een idee geeft hoe de machthebbers zich lieten dienen en verwennen door een legioen van bedienden en allerlei werkvolk. De Omajjadenkalief Hisham bouwde er in 743 een uitgestrekt en van alle comfort voorziene paleis, dat echter reeds na vier jaren door een aardbeving werd verwoest en nooit is bewoond. Het is eeuwenlang gebruikt als steengroeve en pas in 1937 weergevonden.

          Wij vervolgen onze reis en onderweg maken we even halt aan de herberg van de barmhartige Samaritaan. Wij rijden nog volop door woestijnlandschappen: geweldige zandbergen maar hier en daar bespeuren we er die toch met schaars groen begroeid zijn, maar het gebied lijkt erg dor en doods. Hier en daar zien we toch enkele kampementen van bedoeïenen. Ik vraag me af hoe deze mensen in dit onherbergzaam en ruig gebied kunnen overleven. Wel zie ik hier en daar waterleiding, die waarschijnlijk die kampementen bevoorraden . We naderen nu stilaan de Oude Stad Sion, de stad van David, waar de Messias, die een Verlosser wilde zijn voor zijn volk en de wereld, eens werd terecht gesteld. Met gemengde gevoelens denk ik hierover na. Ergens in een mooie psalm klinkt het blij: “Hoe verheugd was mijn hart toen men mij zei, wij trekken op naar Sion, de heilige berg van Jahweh !” In de verte achter de heuvels rijzen de torens van Jeruzalem op, die de wachters zouden moeten zijn van deze verdeelde stad. Brengen wij een beetje vrede mee. Ja, dat is toch mijn bedoeling: “Shalom, vrede aan alle bewoners van de stad van God, van Jahweh, van Allah! of hoe men de Heilige Israëls ook wil benoemen. Hier moet men de God van allen kunnen hulde brengen!

          “Lauda Jeruzalen Dominum, lauda Deum tuum Sion !” zingt mijn hart. Al rijdend door de voorstad zien we de eerste monumentale gebouwen torens en muren te voorschijnkomen. We rijden langs de oude stad met zijn vele paleizen, torens en kerken en esplanades. Wat gaan we hier nog meer te zien krijgen? Niet te geloven: eindelijk in Jeruzalem. Hier heeft zich het hoofdgebeuren van onze heilsgeschiedenis afgespeeld. En de volgende dagen mogen we zien waar en hoe ! We komen door een overdruk verkeersveld tenslotte toch op onze overnachtingplaats in de rehov Agronstraat, nr 14; vlak naast het Amerikaanse consulaat. Wij nemen voor vier overnachtingen onze intrek bij de Rosary Sisters. Wat een opluchting. En heerlijk avondmaal !

 

 

 

 

 

Dag 12 - Ommegang door het Oude Jeruzalem en de heilige plaatsen : 26 april

 

          Na het ontbijt met geroosterde boterhammekes en ander lekkers brengt onze bus ons tot op de Olijfberg. Daar verlaten we onze bus en voor de rest van de dag stappen wij door de Heilige Stad. Hoog van op de oostelijke heuvel hebben we een uniek en magnifiek zicht op de oude stad en al zijn heiligdommen. De zon in het zuid-oosten komt onze ruggen wat opwarmen en brengt een witte glans en schittering over de stad met zijn ontelbare koepels, torens, burchten, poorten, muren en kantelen. Wat in 't midden van die stad te schitteren staat met zijn gouden koepel is de zogeheten Rotskoepel, boven de rots waar Abraham zijn zoon Isaäk wilde slachtofferen aan Jahweh. Een engel belette Abraham dit te doen omdat Jahweh reeds genoegen nam met de wil van deze: Hem het dierbaarste te offeren wat hij bezat. De stad in volle schittering biedt ons een ontroerend mooi panorama. Padré Renaat die hier al zo vaak de stad in ogenschouw nam – hij heeft hier een half jaar gewoond - geeft ons een deskundige toelichting van wat wij van hieruit allemaal kunnen waarnemen. Zo zijn er de oostelijke muren omheen het tempelplein en midden in die muur wat eens de Gouden Poort genoemd werd maar die toegemetseld werd onder de moslimoverheersing. Oorspronkelijk gaf de poort toegang tot het Tempelplein en was de doorgang een deel van de stadsmuur. De schitterende poort die er nu staat stamt uit de tijd van de Omajjaden. De Gouden Poort is onderwerp van veel legenden. Joden geloven dat de poort pas weer bij de komst van de Messias zal worden geopend. Om die reden legden de moslims een begraafplaats voor de poort aan. Hierdoor zou de Messias de poort volgens de joodse reinigingswetten niet kunnen passeren. De joden geloven ook dat de Dag van het Oordeel bij de poort zal plaatsvinden. Volgens de christelijke overlevering is Jezus door de Gouden Poort op Palmzondag Jeruzalem binnengereden. De Kruisvaarders openden de poort ieder jaar op Palmzondag en op het feest van de Kruisverheffing.

          Wij wilden hierboven ook nog de kerk van het Onze Vader bezoeken maar die is jammer genoeg vandaag niet toegankelijk. We dalen nu langzaam naar het Kedrondal. In de 'Dominus flevit’kerk vieren wij met onze groep alleen, in intieme kring dus, de Heilige Eucharistie. Padré Renaat legt ons ook het biezondere van deze plaats uit: Jezus weende over deze stad en de onwil van zijn leiders die ook het volk tegen Hem opzette en aldus zijn Messiasschap verwierpen. Jezus voorzag dat deze prachtstad eens verwoest zou worden en dit bedroefde Hem ten zeerste want Hij hield van deze stad. Hij vertoefde aan deze zijde van de stad gaarne met zijn discipelen op de Olijfberg om er wat te rusten en te bidden.

Onze tocht gaat nu dwars door het Kedrondal naar de Olijfhof, ook wel eens de hof van Gethsemani genoemd. In de Olijfhof staan nog eeuwenoude olijfbomen en de grillige vormen die deze bomen hebben aangenomen doen me denken aan de oude patriarchen die ook eerbied afdwingen. Hoe houden zij het hier zolang al vol? We bezoeken ook de Gethsemani-kerk met haar prachtig beschilderde voorgevel en trappenhal met mooie zuilen. De Byzantijnen bouwden de eerste basiliek in 379 op de plaats waar Jezus ter aarde viel om te bidden en zijn doodstrijd heeft gestreden wat door de Evangelisten ook beschreven staat. Die kerk werd in 614 door de Perzen verwoest. In de 12e eeuw herbouwden de Kruisvaarders de kerk, maar ze werd later eveneens verwoest. De tegenwoordige basiliek werd gebouwd van 1919-1924. Het is een van de mooiste kerken van Jeruzalem. De kerk wordt ook wel 'Kerk van alle naties' genoemd omdat 16 verschillende landen een bijdrage leverden om de kosten te dragen, waaronder ook ons land en er de Belgische driekleur in een mozaïek werd verwerkt. In de kerk is het opvallend rustig en ingetogen. De pelgrims voelen aan dat dit een heel bijzondere plaats is en wanneer het goed tot mij doordringt kom ik de plaats vereren waar Jezus volgens de overlevering neergeknield is en gebeden heeft : “Vader, laat deze kelk aan Mij voorbijgaan, maar niet mijn wil, doch de Uwe geschiede !” Hoe droevig en hulpeloos moet Jezus Zich toen gevoeld hebben om dit hartverscheurend gebed tot Zijn Vader te richten. Maar Jezus is zijn Offer niet ontvlucht. En bij de laatste zucht zal Hij nog uitroepen: “Het is volbracht !” Zouden wij voor zulk een grootmoedigheid ook niet zelf een beetje meer edelmoedigheid opbrengen in onze dagtaak om te doen wat goed is voor allen ? “Heer, ik wil mijn lafheid bewenen zoals Petrus...”

          Even verder in het Kedrondal bevind zich ook de grafkerk van Maria. De moeder van Jezus, zou in Jeruzalem gestorven zijn en werd volgens de overlevering begraven in het Kedrondal. Volgens een apocriefschrift uit de 5e eeuw brachten de apostelen haar lichaam naar het dal van Josafat en legden Haar in een nieuw graf. De huidige kerk werd gebouwd door de Kruisvaarders op de ruïnes van een byzantijnse basiliek. Oorspronkelijk behoorde de kerk aan de Franciscanen maar is in 1757 overgegaan in handen van de Grieks-orthodoxe kerk en de Armeense kerk.

          Dan is het tijd voor het middagmaal ergens in hotel Notre Dame, tegenover de ‘new gate’. Na de inwendige mens het zijne gegeven te hebben trekken we door de nauwe straatjes van de moslimwijk en volgen de Via Dolorosa met bezoek aan de kerk van de geseling. De Via Dolorosa is de weg die Jezus zou zijn gegaan toen Hij zijn Kruis droeg van de plaats der veroordeling, de 'Lithostrotos',  naar de heuvel Calvarie of Golgotha, waar Hij gekruisigd werd en in de nabijheid daarvan in een graf gelegd. De gebeurtenissen die op deze lijdensweg plaatsvonden, worden door de Rooms-Katholieke Kerk in 14 staties herdacht, waarvan er 9 gebaseerd zijn op het Evangelie en 5 op de overlevering. De eerste twee bevinden zich binnen de burcht Antonia; en die zijn we ook gaan zien met uitleg. Zeven staties zijn terug te vinden in de straten van de moslimwijk, gekend als de soeks; en tenslotte de overige vijf bevinden zich binnen de Kerk van het Heilig Graf. Maar op het einde van onze tocht over de Via Dolorosa komen we niet in de Grafkerk wegens te grote toeloop.

          Dan zoeken we even verderop bij een restaurant een welgekomen verfrissing. Nadien mag iedereen beschikken om vrij door de stad te wandelen of op eigen initiatief wat te bezoeken. Alleen zorgen dat we tijdig aan tafel komen voor het avondmaal. En dat komt dik in orde.

 

Dag 13 - Eucharistieviering op het herdersveld en bezoek aan de Geboortekerk - Bezoek aan Qumran en baderij in de Dode Zee : 27 april

 

Na het smakelijk ontbijt gingen mijn vrouw Bernadette en ik welgezind, omdat we ook nog een kortere weg naar de bus gevonden hadden, dwars door de tuin – dat waren alvast een hele resem trappen uitgespaard. Maar het orakel viel op mijn hoofd toen Padré Renaat de vraag stelde: “Heeft iedereen zijn paspoort bij zich?” Ik zoek onmiddellijk in al mijn zakken. De bus rijdt al naar de poort toe. “Stop, neen hier is hij niet te vinden.” Dus moet ik hem op de kamer gelaten hebben. Ik ga zoeken. Na vijf minuten kom ik terug in de bus. “Neen, ik vind hem niet. Dus moet ik hem allicht in de stad verloren hebben.” “Rijd dan maar zonder mij.“ Padre Renaat dring er op aan toch nog eens overal op de kamer goed te gaan snuffelen. Bernadette en Marc van Lut komen helpen zoeken. Alles doorzocht, binnenste buiten gekeerd. Niks te vinden. Wij willen de bus en heel het gezelschap niet langer ophouden. De verwarring is compleet. Langer op ons wachten hoeft niet. Vertrek maar zonder ons twee. En dat gebeurt dan ook zo. De compagnie vertrekt dan maar zonder Bernadette en Willy. Goede vaart. Wij trekken van de hand Gods geslagen terug naar onze kamer en willen toch nog alles voor de zoveelste keer uirtkammen: vesten en broeken, zakken en schuiven. Intussen bid ik Sint Antonius ons een handje toe te steken en haast op hetzelfde ogenblik vind ik mijn paspoort onder een grote plastiekzak onderin mijn nachtkastje. De opluchting is onvoorstelbaar: we hoeven niet naar het Belgisch Consulaat voor een nieuw paspoort! Wij sluiten onze kamer en we gaan bij de receptie aan de zuster melden dat mijn paspoort gevonden is. Wij verzoeken haar ons zo vlug mogelijk een taxi te bestellen en het 'goede nieuws' aan Padré Renaat te melden. Die is met zijn gezelschap op de Herdersvelden aan de Misviering begonnen en kan dus niet bereikt worden. Maar zij kan de buschauffeur op de hoogte brengen. Dan het opsporen van een taxi neemt veel tijd. De eerste is niet te bereiken, de tweede is niet vrij en de derde taxi is dan de goede maar kan pas na een halfuurtje komen. Dus moeten we nog wat geduld opbrengen. Maar ik kan niet niksen en ga wat piano spelen en ik volg in gedachten onze bedevaarders naar Bethlehem. Ik speel een heel repertorium Kerstliederen : de herdertjes lagen bij nachte, nu zijt wellecome, stille nacht en wat me nog te binnen valt. Na een halfuur houdt de onrust ons niet meer binnen en gaan Bernadette en ik buiten in de tuin wachten. Eindelijk doet de zuster de poort opendraaien en komt ons melden:”Taxi is coming!” De zuster vraagt de man de prijs voor de rit: 120 shekel. Wij stappen in voor onze privéreis naar Bethlehem.

Maria en Jozef moesten het per ezel en te voet doen...

We komen door het checkpoint zonder onze pas te moeten laten zien; ook de bijstand van St Antonius! Een half uurtje later komen we toe in Bethlehem. Bij een bocht naar het centrum toe zien we links van ons onze bus uit een zijbaan komen aanrijden. Ik roep: “My bus !”en onze taximan heeft het onmiddellijk begrepen en parkeert en vooraleer we mogen uitstappen zegt hij: Money. Ik geef hem het

overeengekomen bedrag en nog vijf shekels bovenop van contentement. Wat een morgenduur !

          De bus rijdt naar de terminal, een enorm grote hal; en daar vinden wij ons reisgezelschap terug. En Julia is de eerste die ons terug ziet en valt ons om de hals. Ook al de anderen zijn opgelucht dat het nog goed afgelopen is met die paspoort-affaire. Bernadette en ik begeven ons tussen de groep.

Die wil in Bethlehem de Geboortekerk bezoeken maar omdat Padré Renaat ziet dat er zoveel volk staat aan te schuiven stelt hij voor in de vroege namiddag terug te komen. We stappen terug in de bus die ons een eind verder brengt naar een weeshuis dat we bezoeken. Bij de Grieks-katholieke priester Abouna Ja'coub zijn we verwacht voor het middagmaal. We worden er vriendelijk begroet door de priester, vrouw en dochter; het is immers een gehuwde priester. Hij is de pastoor van de parochiekerk voor de Grieks-katholieke christenen. Het middagmaal is door vrouw en dochter met streekgerechten klaargemaakt en geserveerd. Het smaakt best, maar de olijven raak ik niet aan. Na het middagmaal spreekt Abouna Ja'coub ons over het leven van de Palestijnen en over zijn priesterwerk, dat onder Israëlische prang zeer moeilijk is. Zeer veel gelovigen trekken weg omwille van het werkverlies en andere perikelen. Bij het weggaan biedt de familie allerlei souvenirs aan om wat bijkomende inkomsten te krijgen. En we kopen voor onze dochter Miriam ook een aardig handtasje. Tenslotte nemen we afscheid van deze vriendelijk familie en vervolgen ons namiddagprogramma.

          Als we weer bij de geboortebasiliek komen, de oudste kerk ter wereld, dan is er minder volk en komen wij goed vooruit. De voorgevel van de Geboortekerk is verborgen achter zware steunmuren. Nadat de oorspronkelijke toegangen waren dichtgemetseld, bleef als enige ingang een lage opening over. Iedereen moet daarom gebogen de kerk betreden. De ingang leidt naar een kleine voorhal en meteen naar de imposante ruimte van het hoofdschip. De kerk heeft een houten zadeldak. Onder de huidige vloer ligt nog de oude mozaïekvloer die kan bezichtigd worden. In de apsis bevindt zich een Grieks-orthodoxe iconostase. Aan de rechterkant daarvan zijn de toegang en de trap naar de Geboortegrot, waarin de plaats van de geboorte wordt aangegeven door een zilveren ster en de woorden: “Hic de Virgine Mariae Jesus Christus natus est” ( 'Hier werd Jezus Christus uit de maagd Maria geboren' ). We worden per vijf onder een soort voorhang tot de geboorteplaats toegelaten om deze knielend te vereren. En ik bid:” Hier zijt Gij, mijn Heer en Heiland ter wereld gekomen om ons allen te verlossen: Glorie aan God in den hoge en vrede op aarde aan alle mensen die van goede wil zijn!” - Jezus, Gij kwaamt naar ons om de Wil van Uw Vader te volbrengen. Ik kom naar deze door U geheiligde plaats om U mijn goede wil te laten zien en te leven naar uw Zaligsprekingen, die Gij ons met veel liefde voorhoudt. Gij, Grote God, maakt U klein voor ons opdat we niet bang van U moeten zijn en al ons vertrouwen en onze hoop op U mogen stellen. Gij wilt voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven zijn !”

Na ons bezoek aan de Geboortebasiliek rijden we via Jeruzalem naar de site van Qumran aan de Dode Zee. Het checkpoint waar we bij de muur tussen Palestijns en Israëlisch gebied controle krijgen op de bus, levert geen problemen op want we tonen onze paspoorten op eigen initiatief.

          Het is weer een aardig stuk weg vooraleer we in Qumran aankomen. De ruïnes van Qumran werden lange tijd aanzien als vestingen van de Romeinen. Hun echte betekenis werd pas begrepen na de ontdekking van de Bijbelrollen in de grotten bij het klooster. De Essenen hebben hier van 150 jaar voor Christus tot de verwoesting door de Romeinen tijdens de Joodse Opstand (68 na Christus) op deze plaats gewoond, waar zij een streng leven leidden in gemeenschap van goederen, het Oude Testament bestudeerden, bijbelboeken kopieerden en het omliggende land bewerkten. Op deze plaats wachtten zij de komst van de Messias af. Zij zagen kans om hun Bijbelrollen en andere kostbare voorwerpen in veiligheid te brengen voor de verwoesting door de Romeinen. Bij toeval werden

de rollen in 1947 door een herdersjongen ontdekt. Nu zijn ze wereldberoemd. Na dit boeiende bezoek aan deze leerrijke site gaan we wat afkoeling zoeken in de Dode Zee.

          Onze bus brengt ons in de buurt waar de Jordaan in de Dode Zee vloeit. Ik wil het experiment aan de lijve ondervinden: dat men in deze zee niet kan verdrinken omwille van het hoog zoutgehalte. De zee dankt haar naam aan het feit dat er  geen leven in voorkomt. Het zoutgehalte bedraagt maar liefst 30 procent en dat geeft het water ook zijn biezonder drijfvermogen. Door de aanwezigheid van de mineralen, de thermische bronnen en de befaamde zwarte modder is het Dode Zeegebied een centrum van gezondheid en schoonheid geworden. Wie meedoet aan het modderbaden gaat zich eerst omkleden in de daartoe bestemde hutten, mannen en vrouwen gescheiden. En dan wagen we de te waterlating van onze corpus. Dat zwemmen is aanvankelijk maar wat spartelen tot ik mijn juist evenwicht drijvend op het water gevonden heb. Ik probeer met de rugslag wat vooruit te komen en dat lukt nog aardig ook. Ik waag me niet te ver in zee en probeer altijd nog wat voet aan de grond te houden maar die is zo glibberig dat ik niet of nauwelijks staande kan blijven. Ik zie dat er al heel wat baders zich met de weldoende modder insmeren en ik wil daar ook eens een ander kleurtje aan mijn body geven. Wat doet dat een deugd! De beste badzeep die ik ooit zomaar gratis kan uitsmeren. Met het water van de Dode Zee kunt ge ook niet zomaar afspoelen. Na een kwartiertje ploeterbaden houd ik er mee op en ga mij weer proper spoelen onder de zoetwater douche. Wat een aardig modder bad was dat! Ik voel mij weer opleven. Heel wat mensen van ons gezelschap genieten nog wat langer van de Dode Zee en krijgen er schijnbaar niet genoeg van. Padré Renaat moet hen dan wel te kennen geven dat hun tijd om is en zij zich mogen omkleden. En ik zie er die met zwarte moddervoeten hun sokken weer aantrekken. Waarschijnlijk om de heilzame modder nog wat te laten nawerken. Iedereen raakt weer in zijn kleren en komt verkwikt weer op de bus.

Deze brengt ons in de kortst mogelijk tijd weer naar ons logement bij de Rosary Sisters. Het was weer eens een heel bewogen dag !

 

Dag 14 - Rondrit in de omgeving van Jeruzalem : 28 april

 

          Na de ochtendgroet aan de medepelgrims en na een smakelijk ontbijt, stap ik met heel het gezelschap op de bus voor een grote rondrit. Ik heb nu alle bewijsstukken op zak dat ik het wel ben. We bezoeken allereerst de synagoge in het Hadassaziekenhuis omwille van de beroemde glasramen van Chagall. We doorlopen in dit enorme grote complex heel wat gangen om in de synagoge te komen. Er wordt ons door een gids de betekenis van de ramen toegelicht. De ramen – in felle kleuren uitgevoerd – beelden de 12 zonen van Jacob uit, uit wie de twaalf stammen van Israël voortkwamen. De afbeeldingen bevatten geen menselijke figuren, maar bestaan uit gesymboliseerde bomen, bloemen en dieren. De blauwe kleur moet vrede en hoop uitdrukken; groen staat voor liefde,

rood en geel voor extase en wit voor onschuld. Chagall ontleende zijn inspiratie aan Genesis 49, waar Jacob zijn 12 zonen zegent; en aan Deuteronomium 33, waar Mozes de twaalf stammen zijn zegen geeft. Chagall paste bij de vervaardiging een speciaal procedé van pigmentering toe waardoor hij op één stuk glas drie kleuren kon leggen zonder loden scheidingslijnen. Toch wel een indringend kunstwerk. Bij het verlaten van dit medisch centrum kijken we neer op een enorme bouwput: dit is beslist 'de joodse gasthuisberg'.

          Hierna begeven wij ons naar Ein Karem, de geboorteplaats van Johannes de Doper en waar Maria een bezoek bracht aan haar nicht Elisabeth. Ein Karem (Bron van de wijngaard) is een schilderachtig dorp in de westelijke buitenwijken van Jeruzalem. Ein Karem wordt gehouden voor het vroegere Beth-Ha Kerem dat door Jeremia wordt genoemd en als de stad waar Johannes werd geboren. Maar de christelijke traditie noemde de plaats sinds de 4e eeuw 'het huis van Zacharias', in de mening dat Ein Karem de woonplaats was van Zacharias en Elisabeth. Boven de geboortegrot werd een kerk gebouwd ter ere van St Jan de Doper; meermaals verwoest en heropgebouwd. De huidige kerk dateert van 1674. Wij bezoeken de hoog gelegen kerk van O.L.Vrouw Visitatie. Langs een steile trap aan de zuidkant van Ein Karem bereiken we de kerk. Zij staat op de plaats waar Maria Elisabeth bezocht. De evangelist Lucas vermeldt dit gebeuren met de woorden: “Waaraan heb ik het te danken dat de Moeder van mijn Heer naar mij toekomt”? Hierop antwoordt Maria met de prachtige lofzang als dank voor haar uitverkiezing: “Mijn ziel prijst groot de Heer, die neergezien heeft op de kleinheid van zijn dienstmaagd...” (Luc 1 : “39 – 43).

          Op deze plaats hebben vele kerken gestaan, maar de tegenwoordige grote kerk werd in 1953 gebouwd door de Italiaan Barluzzi. Op het plein voor de kerk is op de muren van een arcade het Magnificat in ruim 40 talen aangebracht. Een hoge toren staat voor de gevel met een tableau dat Maria voorstelt, ziitend op een ezel en begeleid door engelen op weg naar Elisabeth. Het interieur heeft 2 verdiepingen waarvan de wanden versierd zijn met schilderingen uit het leven van Zacharias en Elisabeth, de geboorte van Johannes en Romeinse soldaten bij de kindermoord in Bethlehem. Een legende verhaalt dat Johannes in een steen verborgen werd toen de soldaten naar hem op zoek waren.De steen wordt in de benedenkerk bewaard. In de crypte is er een put die tot het huis van Zacharias behoorde. De wanden van de bovenkerk zijn ook met veel fresco's uit het leven van Jezus, Maria en Jezus' leerlingen bedekt. Ringrond de kerk is het hele Magnificat, de lofzang van Maria in het latijn uitgeschreven : “Magnificat anima mea Dominum, et excaltavit spiritus meus in Deo salutari meo”.

          We rijden terug naar de buitenwijken van Jeruzalem. Daar bezoeken we het Israël-Museum. Wie wil weten hoe Jeruzalem er ten tijde van Jezus uitzag, moet de grote Maquette gaan zien. Het Museum is erin geslaagd een maquette te verwerven van het Jeruzalem van 2000 jaar geleden. De Maquette werd in 1964 geplaatsts naast het Holy Land Hotel in Jeruzalem. Daar moest ze wijken

voor de bouw van huizen. Het Israël-Museum had belangstelling voor het model. Het team dat de verhuizing heeft uitgevoerd, sneed het model in stukken van een vierkante meter en plaatste deze op vrachtwagens. In de Maquette zijn in de afgelopen decennia diverse veranderingen aangebracht als gevolg van nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen over het bijbelse Jeruzalem.  Het model staat nu naast het gebouw waarin de Dode-Zeerollen tentoon worden gesteld. Het gebouw is grotendeels ondergronds, alleen het sluitdeksel is bovengronds en wordt in de brandende zon koel gehouden door ringsom een batterij fonteinen te laten spuiten. Het gebouw heeft de vorm van een urne waarin de rollen zijn gevonden.

          Er zijn heel wat originele bijbelrollen te bewonderen; wel is waar gaat het meestal om fragmenten op percament in het Hebreeuws, Aramees en Grieks. Op een speciale verhoging is in een cilinder een kopie van de complete 8 m lange Jesaja-rol te zien. Om de Knesset te bezoeken is het te laat geworden; maar we gaan toch in de buurt daarvan de reuze grote Menora bekijken want daar staat een voornaam stuk van de wordingsgeschiedenis van Israël op verwerkt. De Menora die tegenover de Knesset staat is een zevenarmige kandelaar, 5 m hoog en 4 m breed, gegoten in brons door de Brits-Joodse beeldhouwer Benno Elkam. De Menora werd in 1956 door het Brits parlement aan de Knesset aangeboden. Op de 7 armen staan personen en gebeurtenissen uit de geschiedenis

van het Joodse volk uitgebeeld.: van Mozes met de Stenen Tafelen tot de opstand in het getto van Warschau.

          De bus brengt ons terug bij de Oude Stad. Daar gaan we door de Jaffapoort naar de soeks om ergens in een restaurant - waar juist plaats genoeg is voor onze groep - onze lunchpauze te houden. Daarna beginnen we aan ons goed gevuld namiddag-programma.

          Via de Mestpoort betreden wij het historisch centrum met de Klaagmuur. Wij zien van op een zekere afstand hoe Joden zich naar de Klaagmuur begeven of er staan te bidden met de hen geeigende hoofdbewegingen. Iets ten zuiden van die klaagmuur in er een checkpoint met toegang tot het Tempelplein. Na ruim een halfuur wachten in de brandende zon worden we toegelaten tot het Tempelplein. Langs trappen en een lange loopbrug geraken we eindelijk op het zo hermetisch afgesloten Tempelplein. De Tempelberg wordt door alle drie de monotheïstische Godsdiensten als een heilige plaats beschouwd : voor de Joden is het de plaats waar de Tempel heeft gestaan; voor de Christenen is het de plaats die een heel belangrijke rol gespeeld heeft in het leven van Jezus, de Christus, zeg maar de ware Messias; en voor de Moslims is het 'de derde heilige plaats' na Mekka en Medina.

          De geschiedenis van de berg Moria (de huidige Tempelberg) begint bij Abraham. Volgens de Bijbel is dit de berg waar Abraham bereid was zijn zoon Isaäk te offeren (Gen. 22: 1-19). De Tempelberg bestaat uit een vrijwel rechthoekig plein op de top van de berg Moria. De ruimte die ongeveer één zesde deel van de Oude stad in beslag neemt is aan alle zijden door muren omgeven. Het maakt een overweldigende indruk, te meer daar men ook een schitterend panorama kan waarnemen op het zuidelijk stadsdeel. Elf poorten geven toegang tot het plein. De twaalfde is de Gouden Poort, maar die is dichtgemetseld door de Turken in 1530. Het meest in het oogspringend gebouw is de Gouden Rotskoepel. Toen de Arabieren de stad veroverden (638) en de Tempelberg gingen beschouwen als de plaats vanwaar Mohammed ten hemel is gereden, veranderde de functie ervan.

Kalief Abdel Malik begon op deze berg met de bouw van het centrale gebouw van het Oude Jeruzalem: de Rotskoepel, waarvan de schitterende goudkleurige koepel al 13 eeuwen het silhouet van de stad bepaalt. De hoogte van de Rotskoepel is 43 m. Jammer genoeg krijgen we geen toegang tot het gebouw en moeten we ons behelpen met beschrijvingen uit reisgidsen en enkele foto's.

Vlakbij de Rotskoepel staat de Kettingkoepel, die een verkleinde kopie schijnt te zijn van de grote.

          Waar we ook niet overheen kunnen kijken is de El-Aksamoskee die in 705 gebouwd werd door El Walid, de zoon van Abdel Malik en omstreeks 1200 door Saladin verfraaid. Deze moskee is de oudste van het Heilig Land en na Mekka en Medina het belangrijkste heiligdom van de moslims. Ons is het niet gegund op dit uur de 'El-Aksa (='de ver van Mekka verwijderde') te betreden.

Maar geen nood er wachten ons vandaag nog een hele resem heilige plaatsen en kerken.

          Wij verlaten het Tempelplein aan de noordzijde, wandelen voorbij de leeuwenpoort en komen zo bij het Sint Annaklooster waar we een Vlaamse zuster ontmoeten die hier al vele jaren woont. .Aan de binnenzijde van de Leeuwenpoort bevinden zich ook de St Annakerk en het bad van Bethesda.. De kerk is zoals men veronderstelt, gebouwd boven het huis van de H. Anna, de moeder van Maria. De rotswoning bevindt zich onder de kerk in een crypte. De oorspronkelijk 5e eeuwse kerk werd verwoest.

De kruisvaarders bouwden op dezelfde plaats een door haar eenvoud prachtige Romaanse kerk, waarvan de rust en de eenvoudige vormen aan een Franse abdijkerk herinneren.. Na de overwinning van Saladin bij de Hoorns van Hittin (1187) was de kerk gedurende 700 jaar een Koranschool totdat de Turkse sultan het gebouw na de Krimoorlog (1856) aan Napoleon III gaf, als beloning voor diens hulp in die oorlog. De kerk werd gerestaureerd en aan de Wiite Paters gegeven.

Vlakbij de kerk bezichtigen wij ook nog de ruïnes van Bethesda. De vroegere vijvers van Bethesda zijn slechts enkele meters van de Stafanuspoort verwijderd. In Jezus tijd bevonden zij zich nog buiten de noordelijke stadsmuur. Het Badwater lag toen eveneens dicht bij de Schaapspoort die toegang gaf tot de Tempel. Het was destijds verzamelpunt voor zieken, kreupelen en gebrekkigen die geloofden dat het water geneeskrachtig was. Jezus genas hier een man die al 38 jaar lang verlamd was (Joh. 5). Het Badwater bedolven onder het puin werd grotendeels uitgegraven door de Witte Paters.

          We wandelen na ons bezoek dwars door de oude stad richting Sionspoort. En bezoeken de Dormitio-basiliek. De Kerk is het meest indrukwekkend gebouw op de berg Sion. Het geeft de plaats aan waarvan men aanneemt dat Maria hier ontslapen is. In het jaar 1100 bouwden de Kruisvaarders er een grote kerk die ze aan 'Maria van de berg Sion' toewijden. De kerk werd evenwel door de Mohammedanen in 1219 verwoest. In 1898 werd de plaats door de Turken aan de Duitse keizer Wilhelm II geschonken. De keizer gaf het terrein aan de Paters Benedictijnen, die er in 1910 de tegenwoordige kerk op bouwden. In de halfronde absis werd een prachtig mozaïek aangebracht, voorstellend Maria met haar Kind. De vloermozaïeken bevatten symbolen van de Heilige Drie-éénheid, verder afbeeldingen van de 12 apostelen en 16 profeten en de tekenen van de dierenriem. In de crypte onder het schip van de kerk ligt Maria, uitgebeeld op haar sterfbed. Het is een levensgroot beeld uit kersenhout en ivoor gesneden. Vlak naast de Dormitio-kerk bevindt zich het Cenakelgebouw met de zaal van het Laatste Avondmaal. Een trap leidt naar de bovenzaal, waar volgens de Overlevering Jezus met zijn apostelen het laatste Avondmaal vierde vooraleer Hij ging lijden en sterven. Men heeft wel enige verbeelding nodig om in deze lege ruimte de plaats te situeren waar Jezus met zijn apostelen moet gezeten hebben. Na zijn Opstanding uit de dood verscheen Jezus hier ook tweemaal aan zijn discipelen (Jo 20,19-23; 24-29). Vijftig dagen na het Laatste Avondmaal daalde hier eveneens de Heilige Geest over de apostelen (Marc. 14, 12-36).

          Vlak bij het Cenakel bevindt zich ook de vermeende graftombe van koning David. Ze is voor de Joden, na de Klaagmuur, de meest heilige plaats van Israël. Het graf werd hier gelokaliseerd en beschreven door rabbijn Benjamin van Tuleda, toen hij in 1173 Jeruzalem bezocht. Het graf is uit steen gekapt en bedekt met een geborduurd rood kleed en verfraaid met kronen en thorarollen.

          Dan bezoeken we nog de Sint Petruskerk in Gallicantu: “de kraaiende haan”. Ze werd door de Paters Assumptionisten gebouwd in 1931 op de plaats waar volgens de Overlevering het huis van de hogepriester Kajafas heeft gestaan. De kerk biedt een schitterend uitzicht over het hele Kedrondal, de stad van David en Siloam. Jezus werd, nadat Hij verraden en gevangen genomen was in de tuin van Gethsemane, naar het huis van Kajafas gebracht. Daar bracht Hij het grootste deel van de nacht door en daar werd Hij ook voor de eerste keer verhoord (Mt; 26, 57-63; Mc. 14, 53-65; Lc. 22, 63-71 en Joh. 18, 12-14). Hier was het ook dat Petrus weende toen de haan kraaide en de woorden van Jezus in vervulling gingen : “Nog deze nacht eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verlooche­nen...”(Mt. 26, 34).

Onder de kerk ligt de kerker waar Jezus gevangen werd gehouden voordat Hij naar Pilatus werd geleid. Het is een diepe put waarin de gevangene werd neergelaten, mogelijk in een mand en op deze wijze weer naar boven getrokken. Nu begrijp ik pas goed wat het voor Jezus moet betekend hebben: 'In de put zitten zonder uitkomst!'

De Eucharistieviering die om 16 uur gepland was in deze kerk wordt uitgesteld tot na het avondeten in de kapel van ons gastenkwartier. Onze bus komt ons weer ophalen op de Sionsberg en brengt ons terug naar ons logementsadres.. We hebben dan nog even tijd wat op adem te komen na deze toch wel eivolle dag. Onvoorstelbaar wat we vandaag allemaal hebben bezocht en gezien. Ook de schitterende panorama's naar alle zijden van de Oude Stad. We hebben de kering van de zon gezien van Oost over Zuid en tenslotte belichtte zij ons vanuit het Westen deze heerlijke stad : met ontelbare koepels en kerken, torens en muren, arcaden en pinakels, indrukwekkende voorgevels, bogen en zuilen in alle mogelijke stijlen. Jeruzalem, Gij waarlijk schone Stad, breng lof aan uw Heer!

 

          Na het avondmaal (ons laatste in Jeruzalem!) hebben wij pelgrims samen nog een rustige, intieme ontmoeting met de Heer...Voor Hem in de eerste plaats zijn we naar het Heilig Land gekomen, en  hebben wij onze vertrouwde thuis voor een paar weken achtergelaten. Maar wat hebben wij hier op zo vele plaatsen aan mooie en goede gedachten en ervaringen meegekregen, gezien en gehoord om

het allemaal in ons hart te bewaren, te overdenken en ernaar te leven; goed te zijn en goed te doen! Om dat alles verder klaar te kunnen overbrengen naar familie, vrienden en kennissen, zal ik nieuwe woorden moeten bedenken. De foto's kunnen beslist meegetuigen van wat we in het Heilig Land bezocht en bewonderd hebben. Mogelijk kan ik het – weer thuis gekomen - het in een of ander lied uitzingen. Zoals 'The Holy City' = 'De Heilige Stad' van Stephen Adams. Misschien probeer ik wel iets nieuws....

          Tenslotte op deze rijkgevulde dag komt er onverwacht nog een nachtelijk sluitstuk als de Israëliërs een spectaculair vuurwerk afsteken ter ere van hun zestigjarige onafhan-kelijkheidsverklaring. Het is fascinerend en betoverend mooi. We krijgen alle kleuren van de regenboog door en over mekaar Hoe zo'n spectakel van op het dak van een torenhoog gebouw georganiseerd wordt, is me een raadsel. Maar verbluffend mooi... Het deed me terugdenken aan het millennium-vuurwerk in Rome.

Wel te rusten, want we moeten fit zijn voor onze laatste, lange dag, morgen.

 

Dag 15 - Jeruzalem – Tel Aviv - Zurich - Zaventem : 29 april

 

          Voor we naar de ontbijttafel duiken – want onze eetzaal bevindt zich in de kelderverdieping - stellen we onze valiezen en ander gepak in slagorde in de ontvangsthal. We genieten nog van een versterkend en smakelijk ontbijt, nemen ons lunchpakket, dat de Rosary Sisters voor ons klaarmaakte, uit de mandjes, steken het in de rugzak en slingeren die op de rug. Iedereen neemt afscheid

van de lieve Rosary Sisters die ons verblijf zo aangenaam mogelijk hebben gemaakt. “Dank U wel! Het was fijn, bij U te zijn !” Ja, en hier de nodige rust te vinden na een vermoeiende uitstapdag. Onze bus is tijdig rijvaardig: iedereen zoekt zijn vertrouwde zitje weer op; de automatische poort draait voor ons de laatste maal breed open en 'op weg voor de grote vlucht naar huis!'

          We kunnen het niet laten: even buiten Jeruzalem gaan we nog enkele bezienswaardige plaatsen opzoeken. Het Arabische dorp Abu Gosh functioneerde eertijds als pleisterplaats voor het Romeinse 10-de legioen. De aanwezige bron trok de aandacht van de Kruisvaarders en dus besloten zij in 1142  tot de bouw van een versterkt klooster, recht boven de bron. Dit klooster werd tijdens de Turkse overheersing verbouwd tot moskee. De kerk uit de 12e eeuw is gebouwd op de funda-menten van een 5-de eeuws Byzantijns kerkje. De Mariakerk, met een reuzengroot Mariabeeld op de voorgevel, torent hoog op een heuvel boven het dorp. Nog voor we het brede dal van Ajalon bereiken ligt rechts van de weg en vlak bij de afrit naar Ramallah de nederzetting Amwas, waar reeds Eusebius en Hieronymus het bijbelse Emmaüs vermoedden. Het opgravingsgebied is een sfeervolle plek aan de voet van een kleine heuvel waarop de gebouwen staan van het Frans instituut voor Bijbel-Archeologie. Op de ruïnes van deze romeinse villa – dat het huis van Klopas kan geweest zijn – werd in de Byzantijnse tijd een grote, drieschepige basiliek met baptisterium gebouwd.

De laatste halte voor Tel Aviv is voorbehouden voor een bezoek aan de trappistenabdij van Latroun. De heuvel van Latroun, de laatste klim naar Jeruzalem als men van uit het westen komt, is altijd van groot strategisch belang geweest. Aan de voet van die heuvel ligt sedert 1927 het trappistenklooster

van Latroun. Op de helling bevinden zich de ruïnes van de kruisvaardersburcht :'Le Toron des che- valiers'. Jonge europese christenen herstellen de ruïnes en proberen er een ontmoetingsplaats van te maken voor Joden en Arabieren.

We bezoeken eerst de abdijkerk. Een vlaamse broeder, die hier al 14 jaar leeft, werkt en bidt, gaat ons voor. De kerk is slechts toegankelijk tot aan het grote ijzeren hek. De broeder geeft ons wat toelichting en dan verlaten we de kerk en onder begeleiding van de broeder nemen we plaats op een groot overdekt terras dat bij de abdij hoort. De broeder laat enkele flessn streekwijn aanrukken en

trakteert zijn vlaamse gasten die wij hier geworden zijn voor een paar uurtjes. Op dit terras hebben we nu ook gelegenheid om ons luchpakket aan te spreken en dat smaakt ons goed bij een glas wijn gewonnen op het landgoed van de abdij. Maar de broeder laat het daarbij niet; hij deelt ook lekkere amandelen uit : ik krijg een vol zakje. Maar hij verrast ons nog met een ander facet van zijn kunnen. Hij heeft al menig boek van De Bijbel uit het Hebreeuws vertaald: oa. Het boek Genesis, het boek der Psalmen en Brieven van Paulus. Ik heb er enkele alinea van gelezen en ik vind het een verstaanbare vlaamse taal. Psalm 150 zou ik direkt van een passende melodie kunnen voorzien; maar ik heb hier geen muziekpapier! We nemen afscheid van onze Vlaamse Trappist. Dank U wel!

Onze bus brengt ons in sneltreinvaart naar de luchthaven in Tel Aviv. In de glooiende vlakte van Ayyalon ligt een brede autoweg (Nr 1) die Tel Aviv met Jeruzalem verbindt. Deze vlakte wordt ook wel de graanschuur van Israël genoemd, maar is sinds de vroege oudheid een doorgangsgebied geweest voor vreemde legers en handelskaravanen. Onze karavaan trekt nu weer huiswaarts. Na de gebruikelijke en de te verwachten paspoort- en bagagecontroles, ook nog de chech-in. Daarna hebben we nog een zee van tijd om onze laatste shekels

te vershoppen; of er wat eten en drank mee te kopen... maar met liquide mag men niet vliegen !

Eindelijk mogen we ons vliegtuig, een A-340, een viermotorige vogel betreden. Wat een binnenruimte, verdeeld in meerdere compartimenten : 3 zetels aan de rechterzijde en 3 aan de linkerzijde, en in het midden tussen de twee gangen nog eens 4 zetels naast elkaar. Bernadette en ik zitten op de allerlaatste rij in het midden. Onze vogel gooit op het voorziene uur zijn vleugels in de lucht en we

zijn vertrokken voor een vlucht van bijna vier uur. Wie dat wenst kan de hele vlucht op een klein scherm volgen wat ik ook doe, want ik heb geen zicht naar buiten of naar beneden.

Tijdens die lange vlucht wordt er van alles gedaan: gebabbeld, gelezen, geslapen; gegeten, gelachen en gezongen; rond gelopen, een begankenis naar de toiletten en dies meer... De tijd en de landen beneden ons schuiven voorbij : af en toe ga ik toch eens aan een raampje kijken als weer iemand zijn zitje verlaten heeft. Ergens boven Roemenië-Griekenland krijgen we een tijdsuur terug: 19 uur wordt weer 18. Dat is toch al een uur meer voor onze thuisrit uit Zaventem.

We landen in Zürich. Stappen in de metro, die ons aan de rand van de luchthaven afgeeft. Daar nog de gebruikelijke controles. We mogen allen doorvliegen met een ander Swissairtoestel naar Zaventem. Na een goede 50 minuten komen we terug thuis in 'ons dierbaar Vlaanderen: de heimat roept!

Nog even een wedloop naar de bagage-hal; valiezen pakken, op een karretje zetten en we rollen alles naar de exit-hal.

We nemen tenslotte afscheid van hen, die 15 dagenlang onze medepelgrims waren door het Heilig Land in de voetsporen van Mozes en in die van Onze Heer en Herder, Jezus van Nazareth. Het Heilig Land is voor ons nu geen onbekend land meer ! Onze voeten hebben daar gelopen en ons hart zal daar nog vaak verwijlen, om die plaatsen op te zoeken waar we van de Heer even een

glimp of een woord mochten opvangen “Brandde ons hart niet, toen de Heer tussen ons ging ?”

 

Reisverslag geschreven door Willy Creten

Foto’s: padre Renaat De Paepe

­


Terugkeren naar de startpagina


Laatst bijgewerkt op 25 juli 2009 door Renaat